Meandermagazine
Poëzie in beweging
Over de dichter
In Koene en Van Dale zocht Hans Franse naar ‘dichter’ en ‘dichterschap’. Hoe komt het dat men zo gek is om dit etiket ‘dichter’ op het werken met taal, wat soms tot ware poëzie leidt, te plakken? Wat hij een beetje mist in de definities is dat het toch ook om een zwaar ambacht gaat, waarbij je hard moet werken en steeds schrappen.

Queen Charlotte wint de Karel Van de Woestijne-prijs voor poëzie
Charlotte Van den Broeck, die de ene poëzieprijs aan de andere rijgt, lijkt, qua succes, wel de Pommelien Thijs van de poëzie te zijn, zij het iets diepzinniger, aldus Marc Bruynseraede, die de uitreiking van de vierjaarlijkse poëzieprijs Karel Van de Woestijne 2025 aan haar bijwoonde. De authentiek-vernieuwende poëzie van Charlotte Van den Broeck staat: ‘loodrecht op het landschap van de taal’.

Paul Demets - De lotdagen
‘De lotdagen’ van Paul Demets heeft als uitgangspunt de moorddadige aanslag van de Bende van Nijvel op de Delhaize van Aalst in 1985, maar richt zich bijvoorbeeld ook op de ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl. Yvan De Maesschalck zegt dat de bundel erin slaagt om omstreden of schokkende gebeurtenissen te verknopen met fundamentele filosofische en psychologische inzichten. Een longread.

Ellis van Atten
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het drieënzestigste gesprek, met Ellis van Atten. Schrijven helpt haar ook om chaos te organiseren en zelfinzicht te krijgen. Dagboeken, rijtjes met mogelijkheden, aantekeningen, krabbels en ja, ook gedichten. Ellis houdt van samenwerken, netwerken, spelen. Dat prikkelt, inspireert en zet haar in beweging, ze heeft het gewoon nodig.

Paul Claes - Poëtica
Marc Bruynseraede bespreekt ‘Poëtica - ABC van de dichtkunst’ van Paul Claes: ‘’een meer dan leerrijke uitstap naar het analyseren en begrijpen van structuur, vormgeving en inhoud van het gedicht. ‘Poëtica’ is dus een onmisbare handleiding voor mensen die van poëzie houden en haar willen begrijpen in haar meest diverse verschijningsvormen en verborgen onderlagen.’’
Nijhoffs beide Kinderkruistochten
Zelfs in het werk van een vooraanstaand dichter kun je een gedicht tegenkomen dat je tegenstaat. Jan van der Vegt heeft dat (onder meer) ervaren bij Nijhoff en zijn gedicht ‘De kinderkruistocht’, dat bestaat uit achttien rijmende tweeregelige strofen (distichons), in april 1919 gepubliceerd in het blad ‘De Beweging’. Waarom moesten die kinderen op reis, zelfs zonder afscheid te nemen? Waarom heet dit een ‘kruistocht’?
