Recensies
Annemarie Estor - Nanopaarden megasteden
Annemarie Estor verbindt met kracht de geschiedenis met het heden en de toekomst, volgens Douwe Wilts. ‘Het is poëzie die mij als lezer uitdaagt, die mij uit mijn comfortzone haalt. Het confronteert mij met nieuwe woorden en werelden, verbreedt mijn blik op de wereld. Dat waardeer ik ten zeerste. Het is volgens mij een van de pijlers waarop de (hedendaagse) poëzie rust.’
Margriet Westervaarder - Wiggelied
De tweede bundel van Margiet Westervaarder, 'Wiggelied', is een wrange bundel met hard, direct en confronterend taalgebruik. Geen lieflijk wiegelied, maar een wig, gedreven tussen mensen en een gezin. Thema’s als angst, geweld, eenzaamheid en dreiging kenmerken deze bundel. ‘Haar gedichten lijken met harde klappen uit steen gehakt’, aldus recensent Hettie Marzak, die stoot na stoot krijgt van deze gedichten, maar dat niet erg vindt. ‘Margriet Westervaarder kan haar eigen bestaansrecht in de poëzie opeisen.’
Bloemlezing - De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie
Tsead Bruinja is de samensteller van ‘De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie. 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu.' Æde de Jong aan het woord: ‘Het is jammer dat de kwaliteit van de bloemlezing onder de ideologie van de samensteller moest lijden: de taal en afkomst van een dichter leken vaak belangrijker dan de kwaliteit van de gedichten. Dat levert een politiek correcte, maar middelmatige bloemlezing op.’
Ester Naomi Perquin - Ongevraagd advies
Marc Bruynseraede bespreekt de nieuwe bundel, ‘Ongevraagd advies’, van Ester Naomi Perquin in een longread: ‘Vanaf het eerste gedicht word je met de neus op de ongrijpbare, onuitputtelijke werkelijkheid gedrukt. Altijd blijven er vragen open. Altijd blijven mensen en situaties onvoltooide symfonieën die je met nieuwe vragen, gissingen, desillusies, gramschap of een portie fantasie moet aanvullen. Overal weet de werkelijkheid wel een booby trap te leggen, zodat je er, als nietsvermoedende burger, reddeloos intrapt.'
Luc C. Martens - Twee uur per maand kom ik van je houden
In ‘Twee uur per maand kom ik van je houden’ dicht Luc C. Martens over gevoelige familiezaken. Peter Vermaat bespreekt de bundel en merkt op:
‘’De onderwerpen waarover Martens in deze bundel schrijft, lenen zich gemakkelijk voor sentiment en de dichter slaagt er lang niet altijd in om dat op afstand te houden. Door de werkelijkheid ‘mooi’ te beschrijven krijg je niet vanzelfsprekend poëzie: een gedicht gaat zelden schuil in de gebeurtenis alleen.’’
Christophe Vansteeland - Ik zag een Datsun staan
‘Ik zag een Datsun staan’ is debuutbundel van Christophe Vansteeland. Er staan pareltjes van gedichten in deze bundel. Vansteeland schrijft concreet en beeldend. Helaas zijn niet alle gedichten van dit niveau. Sommige missen gelaagdheid en blijven steken in een observatie, andere worden opgehangen aan een paar poëtische zinnen. Vansteeland heeft potentie, dat moet gezegd worden, maar dit debuut komt te snel. Een recensie van Janine Jongsma.
Annelies Van Dyck – We doen alsof het helpt
De 3de Zeef Poëzieprijs, van Uitgeverij De Zeef, ging naar Annelies Van Dyck voor haar bundel ‘We doen alsof het helpt’. Maurice Broere vindt het een prachtige bundel die de moeite waard is om te lezen en te herlezen: ‘Alleen de groten in de poëzie weten zichzelf te overstijgen en hun emotie zo vorm te geven dat er iets universeels ontstaat, wat anderen aan het denken zet en ontroert.’
Antoon Van den Braembussche - De schaduw van Morandi
In ‘De schaduw van Morandi’, de achtste bundel van Antoon Van den Braembussche, schildert hij met woorden de stilte, zoals Morandi dit deed met het schilderen van zijn stillevens. Johan Reijmerink zegt hierover:‘Het onuitsprekelijke, het onherhaalbare en het onzegbare zijn thema’s die Van den Braembussche zowel in zijn filosofisch als poëtisch werk bezielen. Hij heeft aan het onuitsprekelijke ingetogen, lichtgevende, loepzuivere woorden meegegeven.’

Jana Arns - Ten minste houdbaar tot
Volgens Janine Jongsma spreekt Jana Arns in beelden en ademt ze poëzie. ‘Ten minste houdbaar tot’ is alweer de vijfde bundel van haar hand. Jana Arns schrijft direct en in originele beeldspraak. Haar gedichten zijn altijd coherent en wars van sentiment. Ze schept een afstand tussen lezer en gebeurtenis. Schrijnende onderwerpen komen dan harder binnen. De taal weet ze treffend te vertalen naar beeld, maar woordgrapjes moet ze achterwege laten.
