Recensies
Peter Holvoet-Hanssen - De wolkendragers
Volgens Geert Zomer is de bundel ‘De wolkendragers’ van Peter Holvoet- Hanssen een ode aan onze laatste vrijplaats; die van de poëzie en nodigt de bundel uit tot speurwerk:
‘Schrijvers, begrippen, tijdslagen, nieuw gecreëerde woorden, opsommingen, gemeenplaatsen, fantasiecreaties, echo’s, vaartuigen en mythologische wezens buitelen over elkaar heen. Om in te verdwalen, om jezelf in te verliezen, vonken over te laten schieten, je te laten dragen door de taal.’
Liesbeth Lagemaat - Vissenschild
Martijn Benders bespreekt in zijn eerste recensie de bundel ‘Vissenschild’ van Liesbeth Lagemaat en constateert dat de dichter eindeloos aan het associëren is: ‘Toch heeft deze dichter hier en daar echt mooie beelden in het hoofd, maar ze zijn te spaarzaam, en worden bijna direct weer ondergraven door de volgende potpourriassociatie. Maar goede epiek en goede lyriek zijn van nature zeldzaam, en het verlangen een episch meesterwerk te schrijven is dat helaas niet.’
Cilja Zuyderwyk – Hondsdagen
De bundel ‘Hondsdagen’ van Cilja Zuyderwyk staat bol van verschillende weersomstandigheden, familie en dieren. Paul Roelofsen: ‘De hondsdagen staan voor de warmste periode van het jaar, ongeveer van 20 juli tot 20 augustus, en de bundel is doortrokken van deze warmte, niet alleen in meteorologische zin maar ook waar het de sfeer van de poëzie betreft. Geen wereldschokkende poëzie, wel vaak aangrijpend.’
Jeanine Hoedemakers - Applaus
Maurice Broere bespreekt de bundel ‘Applaus Haiku en tanka’ van Jeanine Hoedemakers: ‘In deze bundel lijkt het soms alsof de Japanse gedichtjes strofes zijn en een groter geheel vormen compleet met titel. Dan is er met enige moeite, maar dat is heel gebruikelijk bij het lezen van gedichten, een rode draad te ontdekken. Opvallend in de bundel zijn de paradoxen en de veelheid aan thema’s. Ik heb genoten van de observaties die aansprekende gedachten oproepen.’
Martijn den Ouden - Ruimtedagen
De bundel ‘Ruimtedagen’ van Martijn den Ouden boeide Ivan Sacharov eigenlijk niet tot het kwartje viel: “De ‘schepping’ die beschreven wordt lijkt vooral betrekking te hebben op wat er tijdens het lezen van poëzie gebeurt! Het begin, vertelt ons het eerste gedicht van de bundel, is niet woest of leeg, maar ‘een onvoorstelbaar zware doos van onbepaalde afmetingen waarin alles besloten ligt’. En inderdaad: is poëzie, wanneer we beginnen met lezen, niet ook zo op te vatten? ‘’
Atze van Wieren - Swannesang
‘Swannesang’ van Atze van Wieren is een tweetalige bloemlezing waarvan de vertaling van Klaas Bruinsma in het Fries door de dichter zo respectabel wordt gevonden dat de titel van de bundel in het Fries wordt geschreven, volgens Paul Roelofsen. ‘’Het betekent in het Nederlands zwanenzang, dat is wel duidelijk, maar slaat niet op de gedichten van Van Wieren maar op de vertalingen daarvan door de ‘Meester van Talen’ Klaas Bruinsma die kort hierop in 2018 overleed.''
Wout Waanders - Parkplan
De bundel ‘Parkplan’ van Wout Waanders is een weldoordacht en knap debuut: ‘Het idee om een bundel neer te zetten als een attractiepark is origineel bedacht en zeker gelukt wat mij betreft. Maar het zijn de gedichten zelf die de grootse attractie vormen en zo hoort het ook in een dichtbundel. De kracht van Waanders is dat hij de lezer ontregelt met surrealisme, absurdisme en het toepassen van de paradox in hedendaags taalgebruik.’ Een longread van Janine Jongsma.
Hans Tentije - Nergens anders
De bundel ‘Nergens anders’ van Hans Tentije gaat over wat er zich afspeelt op de grens tussen binnen- en buitenwereld, onder invloed van het verstrijken van de tijd. Kamiel Choi: ‘Ik heb een aantal gedichten met plezier gelezen, maar vond de pointes vaak wat overbodig en afleiden van de mooie, ingetogen beschrijvingen die de vitale kern van deze poëzie vormen. Bij het herlezen van de bundel dringt de kwaliteit van deze poëzie door.’
Nele Buyst - Regels
Hettie Marzak vindt de bundel ‘Regels’ van Nele Buyst een geslaagd debuut: ‘Het individu zoekt in de gedichten van Buyst een manier om zich te verenigen met de opgelegde wetten van de massa, schurkt zich erlangs, wijkt er weer van weg en vloeit weer samen met de bestaande regels in een trage dans van aantrekken en afstoten. Gaandeweg ontstaat er een symbiose waarin het individu zich dreigt te verliezen.’