Gedichten

VIER MANIEREN OM OP IEMAND TE WACHTEN 1.   Zittend. Denkend aan liggen. Je handen       strijken rimpels in het tafellaken glad       rond een gerecht dat moeilijk en te veel       voor twee en niet als op het plaatje is,       maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het       doet zijn best niet in te zakken, zoals       een ingehouden buik niet bol te zijn –       ook andersom is vergelijken. 2.   Lopend. Bijvoorbeeld naar de ramen       en terug en toch weer naar de ramen,       omdat geluid zich buigt naar wat je       horen wilt, maar het niet is. Er danst       een stoet voorbij, verklede mensen die […]

Lees verder

Gedichten

EEN FIJNE AVOND Het strand ligt bezaaid met kammen, strengen, katrollen. De zee is vrijgevig. Maar de schappen zijn bijna leeg. Het is druk bij de kassa, men hamstert. De massa dringt op, eist rijkdom, vrijheid, gelijkheid. Er zullen koppen gaan rollen! Mijn brood en mijn wijn afgerekend. Zegeltjes nog? Een fijne avond! Hoor ik het goed? Men groet mij uiterst beleefd. Ik heb niets te vrezen.   LETTERS Ze trokken zich terug, er schuin tegenover. Hard in mijn hand een stuk drijfhout. De maan strooide licht in de schaal. En de zee begon te bewegen. De hak van de […]

Lees verder

Klassieker 103: Guillaume van der Graft – Brood op de wereld

Karin Doornik bespreekt ‘Brood op de wereld’ van Guillaume van der Graft. Al heeft de dichter zelf het gedicht kennelijk niet willen bewaren, het sprak haar direct aan, autonoom, zonder de kennis van eventuele thematische samenhang met ander werk of van de biografie van de dichter. Het was met name de klankrijkdom van de eerste strofe die haar meteen opviel.

Lees verder