Gedichten

Antonelle Anedda

Muziek

De dingen die ik noem in mijn gedichten zijn niet nobel
ze schuilen onder het gehemelte, oplettend
slechts bewust van de warme onwetendheid van de tong.
Wanneer ze luisteren, horen ze een beweging, de golf van een echo
die rode letters brengt, lotsbestemmingen en een maalstroom
van verloren stemmen – zoals altijd – uit de duistere diepte.

Dus zeg ik opnieuw: bomen – of liever gezegd – platanen
aangetrokken door water, staande gehouden door stenen, aan de randen.
Ongetwijfeld is dit moeilijk: kalm het wonder bezingen, de zwaarte
die aanwezig is in het licht, de schaduw die de tijd kruist
en verdampt in de geur van een weiland.

Alles is materie dat de ziel vertraagd bereikt
maar de herfst schittert op een verborgen plek
en het woord vormt zich
tot een ritme noodzakelijkerwijs: tot klonters
tot leegtes, met sprongen, door de eeuwen heen.
Het is geen muziek, zeg je, maar het gerinkel
van servies, het geluid van hagel dat tegen de muren klettert.

Lees verder

Antonella Anedda

De in 1955 in Rome geboren Antonella Anedda hoort samen met Davide Rondoni en Milo de Angelis tot de belangrijkste dichters van de hedendaagse Italiaanse poezië. Anedda studeerde kunstgeschiedenis in Rome en Venetië, maar is tegenwoordig werkzaam als docent taalkunde aan de Universiteit van Siena-Arezzo. Ze publiceerde vier dichtbundels: Notti di pace occidentale (Nachten van westelijke vrede) waarvoor ze in 2000 de Eugenio Montale prijs kreeg, Il catalogo della gioia (Catalogus van de vreugde), Dal balcone del corpo (Vanaf het balcon van het lichaam) en Residenze invernali (Winterverblijven).

Lees verder

Gedichten

Pierre van Laeken

Later

En als je mij dan later
eindeloos graag ziet,
je weet wel:
mij niet meer kunnen missen;
en je zo lang verkropen bent in vel
tot je lekker zit
te kwispelstaarten.

En als je dan
zolang getoverd hebt met leven
dat ik onopvallend ben geworden.
Neem dan mijn rimpels in je handen
en ween.
De jaren vlogen heen.
Jouw tijd vrat langzaam aan mijn randen.

Lees verder

'Poëzie is iets wat je nooit meer loslaat'

Pierre van Laeken (1938, Gingelom, België) publiceerde zes dichtbundels, waarvan de bundel Om alles een beetje verdriet (Uitgeverij ’t Kandelaartje, 1995) een uitgebreide recensie kreeg in Adegem Literair. Tussen 1982 en 2009 won hij diverse poëzieprijzen in Vlaanderen en publiceerde gedichten in vele bloemlezingen. Antoinette Sisto interviewde de dichter naar aanleiding van drie gedichten die hij inzond.

Lees verder

Trudy van Wijk – Wat zingt het popelend refrein

In Wat zingt het popelend refrein onderzoekt Trudy van Wijk in een zestal essays de betekenis van muziek en dans bij Ida Gerhardt (1905-1997). Ze gaat in op verwijzingen naar klassieke muziek en hoe Gerhardt allerlei liedvormen, kinderliedjes, volksliedjes, religieuze liederen uit diverse tradities, in haar poëzie integreert.

Lees verder