Niels Hav – Als ik blind word

In Als ik blind word toont de Deense dichter Niels Hav zich een scherpe observator. Hij is op een onnadrukkelijke manier geëngageerd, kan laconiek filosofisch zijn en heeft oog voor de licht absurde kanten van het menselijk bestaan. Hav lezen is met dank aan vertaler Jan Baptist een verfrissende ervaring.

Lees verder

Annemarie Estor – De oksels van de bok.

Uit veel hedendaagse poëzie zijn de mensen door de nooduitgang verdwenen. Laat staan dat in die gedichten vleselijke verstrengelingen beschreven worden. Hoe anders bij Annemarie Estor in haar nieuwe bundel De oksels van de bok.

Lees verder

Een groot, mensenschuw dichter

De ‘Generatie van ‘’27’’ geniet wereldwijd vooral faam dankzij Federico García Lorca. Andere bekende leden van deze invloedrijke kunstenaarsbeweging waren onder meer Salvador Dalí, Luis Buñuel, Rafael Alberti en de latere Nobelprijswinnaar Vicente Aleixandre.
Een van de minder bekende exponenten van ‘27’ is de dichter Luis Cernuda (Sevilla, 1902 – México City, 1963). Aan de kwaliteit van zijn poëzie lag het niet, maar Cernuda was mensenschuw en moest bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog halsoverkop in ballingschap, waardoor hij het directe contact met zijn lezende landgenoten verloor.
Dat Cernuda’s gedichten de tand des tijds echter voorbeeldig hebben doorstaan, bewijst deze aflevering van Wereldpoëzie, die wij te danken hebben aan de onlangs in de Spaanse taal en letterkunde afgestudeerde Stijn Kleijnen (Roermond, 1982). Kleijnen was zo vriendelijk om ons een aantal door hem vertaalde teksten van de Sevillaanse dichter ter beschikking te stellen. In het kader van zijn project vertaalde Klijnen ook een doorwrocht essay van de gerenommeerde Mexicaanse auteur Octavio Paz over Cernuda, dat op onze website te vinden is.

Lees verder

Gedichten

Luis Cernuda

HET GEVAL VAN DE VERMOORDE VOGEL

Nooit zullen we weten, nooit,
om welke reden op een dag
die lichten lichtjes flikkerden;
was het een droevig schuim,
een sterkere bries of niets wellicht.
Alleen de golven die het weten.

Minachtend tonen zij daarom vandaag
hun kleur van ogen,
hun kleur nog onbekend, zelfs als een herinnering
iets tot hem zingt, iets op zachte toon.

Het was een vogel die misschien vermoord was;
niemand die het weet. Door niemand
of door iemand die triest is misschien op de stenen,
op de muren van de hemel.

Maar daarvan weet men niets vandaag.
Alleen een lichte flikkering van lichten,
een kleur van ogen in de golven of de bries;
en ook, wellicht, een angst.
Alles, inderdaad, onzeker.

Lees verder

Ingmar Heytze – Ademhalen onder de maan

Volgens Harry Vaandrager laat Ingmar Heytze nergens in Ademhalen onder de maan blijken dat de bundel geschreven is vanuit een zekere, of onzekere urgentie. En daarzonder wordt iedere bundel krachteloos, stelt hij.

Lees verder