Pieter Grootendorst – De dag kwam kijken

Pieter Grootendorst vermijdt in De dag kwam kijken bewust de confrontatie met Grote gedichten van Grote dichters. Maar gedichten die op het eerste gezicht niemendalletjes lijken, krijgen vaak een onverwachte ernst en diepgang. Waar hij heimelijk op moet hebben gehoopt is gelukt: hij is gezien, gehoord, gelezen.

Lees verder

‘Ik hoop dat een boek op een dag zwaarder weegt dan een paar nieuwe laarzen’

Lydia Rood schrijft voor lezers van verschillende leeftijdsgroepen, maar is vooral bekend als jeugdboekenschrijfster. Ze hanteert een sobere en tegelijkertijd zinnelijke stijl. Haar verklaring: ‘Ik houd nu eenmaal niet van franje en laarpoerlarigheid.’
Als kind hoopte Lydia al schrijver te worden, maar later leek haar dat te hoog gegrepen. Ze besloot een vak te leren, maar ze was nog bezig te leren voor journalist toen ze haar eerste boek publiceerde. Toen ze uiteindelijk besloot dat ze toch liever schrijver was dan journalist, miste ze wel het journalistieke handwerk. Op dat moment begon ze research voor boeken serieus te nemen.

Lees verder

Toon Tellegen – De optocht

Toon Tellegen schreef met De optocht een 21ste-eeuwse dodendans, één groot memento mori. Maar deze fascinerende bundel over al wie op weg is naar de dood, heeft vooral alle facetten van het leven tot onderwerp. Een feest van taal dat in één grote reidans de wereld over moet. De vertalers mogen er hun tanden op stuk gaan bijten.

Lees verder

Koos Hagen – Tijdelijk geen bereik

Tijdelijk geen bereik van Koos Hagen is niet alleen een wisselvallige bundel, maar ook een afwisselende. Er zijn twee gedichten bij kunstwerken die daarnaast zijn afgebeeld, een aantal gedichten die hij als stadsdichter heeft geschreven, jeugdherinneringen, en onder de titel: ‘Het ouwe lijk’ een gedicht geïnspireerd door Willem Elsschot. Het is de bundel van een onverbeterlijke mens- en wereldverbeteraar met een goede luim.

Lees verder

Ellen Deckwitz – Hoi feest

Hoi feest is in veel opzichten de tegenpool van Deckwitz’ debuut De steen vreest mij. De bundel is uitgelaten en vrolijk, soms bijna manisch, viert het leven en de liefde. Tegelijk is de bundel introspectief. De ‘ik’ stelt zich naakt en kwetsbaar op, niet om zichzelf te kwellen met haar tekortkomingen of slechte kanten, maar vanuit de behoefte om eerlijk te zijn tegen het publiek. Dit is wie ik ben.

Lees verder