Onno Kosters – Vangst

In Vangst nodigt Onno Kosters zijn lezers uit om de bundel steeds opnieuw te bezoeken en dat moet ook wel. Sommige gedichten geven zich door de vele verwijzingen naar literatuur, non-fictie, popmuziek, film en eigen werk niet makkelijk prijs, maar de doorzetter wordt ruimschoots beloond, want Kosters vierde is een heel goede bundel.

Lees verder

Gedichten

Luuk Wojcik

VLUCHTPOGING

Wanneer ik in de trein zit dan denk ik
aan een denkbeeldig vierkante huls om de trein heen,
één waarbuiten de trein nooit schudden kan,
dat stelt mij gerust.

Soms als ik de airco in de taxi voel,
dan denk ik aan alle bacteriën, de ruimte in geblazen.
Dan denk ik, het kan nooit erger zijn dan wat roken met mijn longen doet.

Ik denk aan doodgaan,
aan dat je dan niet meer uitademt maar de aarde voelt,
die je longen naar haar toe trekt, dat stelt mij gerust.

Wanneer ik in de bus zit en de aanwezigheid van alle aanwezigen voel,
denk ik aan de crash die we zouden kunnen hebben,
Hoe onze lichamen tegen de ruiten zouden slaan.

Ik denk aan hoeveel passen ik moet zetten om in welke kamer dan ook,
bij de uitgang te zijn,
ik tel 33, 9, 21.

het zijn de coördinaten
van een huls lucht waar ik heb gestaan,
die nu de klap opvangt.
Dit stelt mij gerust.

Lees verder

Normale magie

‘The nicest guy in poetry’ Luuk Wojcik staat op 14 januari in de halve finale van het NK Poetry Slam, na de winst van de voorronde in Gelderland. Wat drijft deze bevlogen jonge dichter en waarom spreekt er kalmte uit zijn razendsnelle praten?

Lees verder

Pom Wolff – een vrouw schrijft een jongen

een vrouw schrijft een jongen van Pom Wolff bestaat uit vier aparte boekjes, gevat in een soort briefomslag met sluitzegel.
Ieder boekje is een aparte cyclus van tien gedichten met achtereenvolgens de titels ‘een vrouw schrijft een jongen’, ‘schrijft een vrouw’, ‘schrijft een jongen’, ‘genade’. Zodra ze zijn uitgepakt liggen ze door elkaar, zodat de cycli al gauw een willekeurige volgorde krijgen. Het zal zo bedoeld zijn. Waarom bijvoorbeeld met genade eindigen, als je er ook mee kunt beginnen? En schrijft nu eerst de jongen of toch de vrouw? Mogelijkheden genoeg.

Lees verder

Poëzie moet ongemakkelijk zijn

Carl de Strycker (1981) studeerde Germaanse talen aan de Universiteit van Antwerpen, schreef een dissertatie over de invloed van Paul Celan op de Nederlandse literatuur en is sinds augustus 2012 de drijvende kracht van het Poëziecentrum in Gent. Sander de Vaan spr@k met hem over poëzie, ongemakkelijke schoenen, splinterbommen in de ziel en nog veel meer.

Lees verder