Peter Holvoet-Hanssen – Gedichten voor de kleine reus

De nieuwste bundel van Peter Holvoet-Hanssen (1960), ‘Gedichten voor de kleine reus’, roept Homo ludens (1938) van de cultuurhistoricus Johan Huizinga in herinnering. Huizinga beschouwde het spel als een essentiële bouwsteen van de cultuurontwikkeling. ‘Om poëzie te verstaan,’ schreef hij, ‘moet men de ziel van het kind kunnen aantrekken als een tooverhemd en de wijsheid van het kind aanvaarden boven die van den man.’ ‘Gedichten voor de kleine reus’ beantwoordt in hoge mate aan de uitgangspunten van de Nederlandse historicus.

Lees verder

Gedichten

HET GEDICHT ZEGT   Als dit de middag is dit de tafel in de tijd dan is dit het ondeelbare waarmee ik schrijf aan woorden die het weten. Het gedicht zegt het werkt alleen als jij je buigt als dit je stiel is van wroeten en schrappen dat gruis tot er iets blijft dat niet sterft op papier. Maar ook dat de kamer stil moet zijn van een dag in de ruit en niets het geduld en de pleinen mag slaan voor de dichter die zijn ziel ruilt voor wat eeuwigheid. STREEK   Achter dit schrijven zit een binnenland. Wie daar woont […]

Lees verder

Dingen die eigenlijk niet uit te leggen zijn

Geert Jan Beeckman (Welle, 1961) publiceerde zijn derde dichtbundel Bloedgroepen in 2015 bij Uitgeverij P. Hij won voor zijn debuut de Herman de Coninckprijs in 2008. Zijn gedichten verschenen in tijdschriften en bloemlezingen zoals De 100 beste gedichten 2013.

Lees verder

Klassieker 200: Joop Leibbrand – Stroom

In 2000 bedacht Joop Leibbrand de Meander Klassiekers. Onder zijn redactie verschenen bijna 200 boeiende besprekingen van ‘het beste werk van de bekendste Nederlandse en Vlaamse dichters van na 1880’. In deze jubileumbespreking, een half jaar na zijn overlijden, bespreekt Hans Puper een gedicht van Joop Leibbrand.

Lees verder

Hedwig Selles – Wie hier binnentreedt

Paul Roelofsen over ‘Wie hier binnentreedt’ van Hedwig Selles: ‘Wat staat de lezer te wachten? Hermetische poëzie, cryptogrammen? ( … ) Ik begin aan het titelgedicht, haal opgelucht adem, en na nog enkele daaropvolgende gedichten te hebben gelezen is mijn twijfel totaal verdwenen , geef ik me over, op het euforische af: sprankelende fantasie, prachtige beelden, en hoe subtiel de humor.’

Lees verder