Jonathan Griffioen – Wijk

‘Wijk’ is een bijzonder debuut. Jacqueline Bel citeert in ‘Bloed en rozen’, de onlangs verschenen literatuurgeschiedenis 1900 – 1915 (ook aanbevelingswaardig), de criteria die J.C. Bloem belangrijk vond bij de beoordeling van een bundel: ‘levensgevoel, de woordkeus, het gebruik van beelden en de poëtische vormgeving’. Als je ‘levensgevoel’ vervangt door: ‘de overtuigende weergave van een levensgevoel’ dan zie je dat ‘Wijk’ ook in dat opzicht een goede bundel is. Een tip voor de C. Buddingh’-prijs.

Lees verder

David Troch – bianca blues

Bianca, een mooi topmodel, staat op het hoogtepunt van haar roem. We maken haar mee tijdens een modeshow, waarin de schrijver wat dieper ingaat op haar positie: hij probeert een mens te creëren. Aan het eind van het eerste deel komt er een terugblik. Een cursief gedrukt fragment – ‘er is een herinnering….’

Lees verder

Herlinda Vekemans – Kwartet voor het einde van de tijd

Herlinda Vekemans (1961) baseerde haar nieuwe bundel ‘Kwartet voor het einde van de tijd’ op de muziek van Olivier Messiaen (1908-1992). De titel is een vertaling van ‘Quatuor pour la fin du temps’, een van Messiaens meest uitgevoerde composities. Hij was gefascineerd door vogels en maakte overal ter wereld opnames van hun gezang.
In november 2015 herdacht zij Joop Leibbrand door een van zijn ‘Waterpasgedichten’ in haar blog op te nemen. Ook in dat gedicht komen vogels aan bod, maar dan wel als nestbouwers. En misschien is het precies die functie die componisten en dichters met vogels delen. Ook een bundel en een compositie zijn het resultaat van geduldig bouwen.

Lees verder

Gedichten

Tempête                                                                                                               Toen de lucht op zwart gingen we keken hoe de flitsen steeds sneller steeds vakerde bosrand verlichttenhoe de lucht zich vulde met motregenen zo de insecten van het erf richting de nog droge heuvels verjoegriep je ons binnen de vlakte tussen bos en huis werd een eindeloze spiegelwaarin we de flitsen konden tellen nog vijf totdat de donder komten vier van ons lachten om de bal die wegdreef richting slootjij werd boosriep dat we stil moesten zijnwant Franse kinderen schreeuwen niet ze zingen niet en grapjes worden ook niet echt gedeeld wij droegen geen Bretonse truien met houten knoopjes en […]

Lees verder