Gedichten

WREVEL Duindagboekgedicht 8Vanuit fragmenten Smartphone opnamen Vanuit een aanvankelijk weinig dreigen, plengt plots de tartenderegen die alras het vergezicht vernevelt naar een triestige lente.Daar waar de vogels leken begonnen moeten zij bijtijds eenonverkwikkelijker toevluchtsoord. Dit onuitstaanbaar chagrijn dat bannelingen kweekt wil mijnspoedende tred dirigeren. Het narrig duin geeft nog geen soelaaswaarop ik gaarne had gewacht. Moet ik mij dan zo waarachtigvrienden wensen? Het verdonkeremaant tegen elk beoogd begrip. Dat arriverengeen daadwerkelijke bondgenoten biedt. Nat geworden, eenteleurstelling wijzer, schijnt het nimmer ooit een gastvrijer plek – PWN duinen Egmond aan den Hoef, maandag 4 april 2016 OBSCUUR Smartphone gedicht Het glinsterend […]

Lees verder

‘Niets ligt vast’

‘Hoeveel pillen had je nodig voor dit interview?’ vraag ik bij binnenkomst. Dichter Elbert Gonggrijp (1965) herstelt nog van de zware psychose die hij vorig jaar kreeg. Een interview als dit, hoe blij en trots hij er ook mee is, tart zijn grenzen. ‘Extra veel’, zegt hij ironisch. Dit is zijn eerste grote publicatie en hij wordt erdoor verrast.

Lees verder

Mathijs Gomperts – Zes

‘Zes’ is een knappe bundel, maar het is de vraag of je daar als dichter blij mee moet zijn. Gomperts geeft de belevingen van een Amsterdams jongetje consistent weer, hij is knap in de weergave van zijn dromerige binnenwereld en weet binnen een gedicht tegengestelde microsferen met de bijbehorende spanningen vorm te geven. Maar raakt hij je ook? Is de bundel mooi? Intrigerend?

Lees verder

Klassieker 202: Hugo Claus – Sonnet I

Shall I compare thee to a summer’s day? Met zijn sonnetten heeft Shakespeare een monument in taal opgericht. De Belgische dichter Guido de Bruyn stelt in het nawoord bij zijn vrije vertaling (1) van een selectie uit de Shakespeare-sonnetten: ‘Deze sonnetten zijn de Kunst der Fuge van de poëzie.’ Shakespeare zocht in zijn sonnetten bovenal de grenzen van de taal op, en toonde daarin zijn meesterschap. Dat maakt het vertalen van deze sonnetten schier onmogelijk, inhoud en taalspel lopen in elkaar over. Het is een uitdaging waar elke generatie zijn tanden op stukbijt, en ons ook verrast met telkens weer nieuwe vertalingen.
Maar de klassieker van deze maand draait niet om een vertaling. Hugo Claus liet zich bovenal inspireren door de sonnetten van Shakespeare, en verraste vriend en vijand in 1986 met een kleine bundel, waaruit Martin Carrette voor ons het eerste sonnet bespreekt.

Lees verder

Chrétien Breukers – De zomer haalt nog één keer uit

Wil Breukers stiekem graag op Nijhoff lijken? Deze vraag zou men zich kunnen stellen bij het lezen van zijn nieuwste bundel ‘De zomer haalt nog één keer uit’. Hij heeft de pech (of het geluk) dat zijn poëzie – net als die van Nijhoff – een grote mate van vormbewustheid uitstraalt. Dit zijn teksten waaruit een zekere hang naar traditie en je zou haast zeggen burgerlijkheid spreekt.

Lees verder