Gedichten

Verticaal horizontaal Elke vroege ochtend stond ik op vol vette plannen voor de top van stropdas tot schoenen retestrak met de kop op. Leve de verticaliteit Nu groeit afstand tot materie met de dag en laten sterren een voor een los Elementaire gedachten vragen om antwoord Ik verwelkom de naakte veertjes van horizontaliteit Stap voor stap komen lijnen samen Het laatste kruis ontstaat Vertrouwde woorden Van tijd tot tijd verschijn jeplotseling. Dan sta je naast meDan leef ik opWe praten zonder de woorden te wegen Op zo’n moment komtalles in één tel samenDe gesprekken gaan oververleden, heden, toekomstvan een parallelle […]

Lees verder

Indonesië zit in mijn bloedbaan

Barney Agerbeek (Surabaya 1948) kwam in 1952 met zijn ouders naar Nederland.
In 2013 debuteerde hij met de verhalenbundel Schaduw van schijn, in 2014 gevolgd door de roman Njai Inem . De dichtbundel em>Rood en wit met blauw die in 2015 verscheen werd enthousiast ontvangen. Uitgeverij In de Knipscheer bracht in juli 2017 zijn nieuwste bundel uit: Een warme oostenwind.

Lees verder

Ronelda S. Kamfer – Mammie

Herbert Mouwen over ‘Mammie’ van Ronelda S. Kamfer: ‘Er zijn dichters die gedichten schrijven vanuit hun herinneringen zonder dat ze die verzen verfraaien met metaforen, rijm- en metrumvormen en allerlei stijlfiguren. De werkelijkheid die zij in hun poëzie publiceren, is op zich al bijzonder of schokkend genoeg. Hun gedichten behoeven geen aankleding of decoratie, ze confronteren de lezer direct met hun eigen persoonlijke historische realiteit. ‘Mammie’ van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda S. Kamfer is zo’n dichtbundel.’ Vertaald door Alfred Schaffer.

Lees verder

Gedichten

Martin Beversluis (Vlaardingen, 1972) is slamdichter. Hij was tot 27 augustus jongstleden ook Stadsdichter van Tilburg. In het najaar van 2017 verschijnt een selectie uit stadsgedichten van hem bij uitgeverij Blikvorm.

Lees verder

Kees Engelhart – Dagen van Van Putten (deel 2)

‘Dagen van Van Putten’ (deel 2) van Kees Engelhart is heel goed afzonderlijk te lezen. Hans Puper: “Ik associeer [het totale werk] natuurlijk in eerste instantie met ‘Het Bureau’ van Voskuil, niet alleen door de beoogde omvang, maar ook door de inhoud: hij raakt de kern van een leven. Toevallig herlas ik een brievenboek van Reve. Aan Josine Meyer schreef hij: ‘Wat men vaak mist ( … ), is het bizarre, het persoonlijke, het schijnbaar onbelangrijke maar in werkelijkheid wezenlijke’. Bij Engelhart zou hij op zijn wenken zijn bediend.”

Lees verder