Jan Kleefstra – Een mistval om het rumoer

Eric van Loo over de nieuwe bundel van Jan Kleefstra: “Ik zie ‘Een mistval om het rumoer’ (…) als een reeks losse impressies van een ‘ik’ die troost zoekt in het lege landschap. (…) Daarom moet deze recensie ook kort blijven. Al te veel duiding zou dit kleinood van Kleefstra onrecht aandoen. Alsof zijn woorden pas kunnen spreken wanneer zij worden uitgelegd.”

Lees verder

Gedichten

Koos Hagen was docent Frans in Amsterdam, schrijft verhalen en vooral gedichten, was stadsdichter van Amstelveen (2010-2013) en werkt graag samen met muzikanten en andere dichters. De bron van zijn werk is gelegen in onophoudelijke verbazing over het minuscule, het grootse en het oneindig gevarieerde menselijk gedrag. Hij is niet vies van engagement, wel van cynisme.

Lees verder

Klassieker 215: Joost Zwagerman – Liefde is een platitude

Na een zomerpauze van twee maanden pakken we de draad van de Klassiekers weer op met een bespreking van het beroemde slotgedicht uit De ziekte van jij. Bij de onthulling van een gedenksteen voor Joost Zwagerman juni jl. bij de Bibliotheek in Alkmaar werd dit gedicht door Maria Vlaar, die tevens zijn biografie gaat schrijven, voorgelezen. Redacteur Eric van Loo buigt zich over dit gedicht van de jonge Zwagerman.

Lees verder

Laurens Ham – Mijn grote schuld

Peter J. R. Vermaat over het debuut ‘Mijn grote schuld’ van Laurens Ham: ‘Mij bekruipt het gevoel dat Ham – indachtig Marsman’s ‘baldadig aforisme’ van graan des levens dat wordt omgestookt tot jenever der poëzie – wat te diep in het glaasje Polet heeft gekeken. ( … ) In plaats van een poëtica van de dichter zelf zie ik voornamelijk schatplichtigheid aan voorgangers. Dat is jammer, want op een enkele plaats meen ik de stem van de dichter wel degelijk te horen.’

Lees verder

Gedichten

Langzaam terugkruipen. Op rupsbanden. Langzaam je broek laten zakken en de wereld een stok geven om mee te slaan. Genietende ogen niet te vroeg sluiten. Krom je vingers er maar omheen. Draai hoofd, draai been. De meesten willen te vroeg los. Span je wil je. In de bandensporen rust een lichaam door dieren bepikt. Wil je soms niet groot worden, wil je de kleine lijven het alleenrecht geven, wil je de kabels niet knappen horen. Nu de wereld doodstil ligt te wachten, zien we de tank over het kleine wiegende lijf gaan, keer op keer. we zijn besloten in glasbarentsz […]

Lees verder