Bert van den Helder – Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten

Inge Boulonois over het debuut ‘Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten’: ‘Van den Helder dicht toegankelijk, luchtig en speels. Zijn onderwerpen zijn zeer divers. Van een schrikkeldag tot een bitterbal, een schoolbank tot een mand, van dieptemeditatie tot een wasknijper: je kunt het zo gek niet verzinnen, of hij kan er een vers over schrijven. Kenmerkend voor zijn dichtstijl is het verrassende slot.’

Lees verder

Kees Godefrooij

Kees Godefrooij is dichter te Amsterdam en verzorgt middels Stichting Spleen bijzondere uitgaven waaraan heel veel dichters belangeloos meewerken, net zo enthousiast als de initiatiefnemer. Zij laten zich net zo gemakkelijk inspireren door Edgar Allan Poe als door Verlaine, Marsman of Godefrooij.

Lees verder

Bernard Dewulf – Naar het gras

Het heeft even geduurd voor Bernard Dewulf een nieuwe dichtbundel liet verschijnen. ‘Kleine dagen’ dateert uit 2009, en vier jaar geleden bundelde hij zijn werk dat hij in de twee daaraan voorafgaande jaren als stadsdichter van Antwerpen had geschreven (‘Stadsgedichten’, 2014). Ondertussen bleef Dewulf actief als columnist, essayist en kunstcriticus. Romain John van de Maele is goed te spreken over diens nieuwe gedichten. Geen postmoderne poëtica, maar heldere en zeer toegankelijke versregels. ‘De gedichten van Dewulf nodigen de lezer uit tot een stil gesprek.’

Lees verder

Klassieker 226: Peter Verhelst – De dag dat we van de berg afdaalden

Peter Verhelst nam onlangs als eerste winnaar de Sybren Poletprijs in ontvangst. De jury prees hem “als een van de meest veelzijdige Nederlandstalige auteurs” en typeert hem als “een magistrale oeuvrebouwer”. Wij prijzen ons gelukkig, dat Joost Dancet deze maand Peter Verhelst nogmaals in het zonnetje zet met een mooie analyse van een van zijn gedichten.

Lees verder

Jan van der Geer – Heimwee

Joop de Vries over ‘Heimwee’ van Jan van der Geer: ‘De gedichten van Jan van der Geer zijn alleszins leesbaar, bevatten levensdrang, hebben oog voor kleine, onbeduidende voorvallen uit het verleden en getuigen van een gesoigneerd en bijwijlen creatief taalgebruik. En toch … er hangt een stilte, een ijdel wachten op die ene versregel die het hart beroert en nog lang daarna het gemoed trembleert.’

Lees verder