Poëzie Kort – 2020 / 4

In de vierde Poëzie Kort van dit jaar bespreken we vier bundels: Bloemlezing – ‘Geen vliegtuig trekt zijn streep’ (Janine Jongsma) Henny Vrienten – ‘De een is de ander niet’ (Eric van Loo) Kate Tempest – ‘Hold your own’ (Janine Jongsma) Jeanet van Omme – ‘Wees geen vreemde’ (Janine Jongsma)

Lees verder

Het mondkapje van Hugo

Hugo Claus, de alleskunner uit de zuidelijke lage landen, had op gevorderde leeftijd een sterke drang om zijn gedichten door de stofkam te halen. De wijsheid komt met de jaren, maar het is de vraag of het corrigeren van ‘jeugdzonden’ een vorm van voortschrijdend inzicht is of van schaamte. Of wilde Claus ons op het verkeerde been zetten? Een column van Rogier de Jong.

Lees verder

Antony Samson

Soms is een eerste versregel al genoeg om een sterke en originele dichter te herkennen. ‘Zijn voeten sluipen naar de jouwe op zoek naar raakvlak’ en inderdaad ‘wringt hij zich onderhuids’. Het is ‘de onzelfzuchtige warmte van zijn gelijk’, ‘het zijn de juiste woorden’. De dichter is Antony Samson en hij dicht uit noodzaak, het wordt hoofdzaak hem te lezen.

Lees verder

Alfred Schaffer – Wie was ik. Strafregels

Johan Reijmerink bespreekt ‘Wie was ik. Strafregels’ van Alfred Schaffer: ‘Door de hele bundel klinkt de stem van een vaardig dichter die in een rijke schakering aan beelden, situaties en invalshoeken oproept om in te zien dat we allen op zoek zijn naar erkenning en bestaansrecht. Herinneringen brengen hem telkens weer terug bij waar hij vandaan kwam. Het blijft voorlopig bij impromptu’s van een vreemdeling die blijft vragen om gelijkwaardigheid in een land dat zich nog niet voldoende bewust is van het onrecht.’

Lees verder