Truus Roeygens – Rijpe velden van vrolijkheid

Uit de debuutbundel ‘Rijpe velden van vrolijkheid’ van Truus Roeygens neemt Ivan Sacharov een kort gedicht onder de loep: ‘De bundel bevat vooral langere gedichten, waarvan er enkele zeker niet te versmaden zijn. Maar ook een kort gedicht kan de volledige handtekening van een schrijver bevatten. Een handtekening met een krul, zou ik zeggen. En misschien heeft de schrijver gelijk: we zijn pas rijp voor echte vrolijkheid als we al een cirkeltje gedaan hebben in ons leven (een saltootje dat ons wat ironie bijbrengt).’

Lees verder

Je moet het maar durven

Twee recensies werden een column. Martijn Benders over netwerkers, uberuittrekselkabouters, het onheilige huwelijk tussen Staat en Kunst, paradijsvogels, het intellectuele van literatuur, stillevens, geheime commissies, representatie, open klimaat, dichters, lachballonnen, toiletpapier, bewonderenswaardige gemakzucht. ‘Het is reality-tv op papier’.

Lees verder

Anne Broeksma – Vesper

Anne Broeksma’s tweede bundel ‘Vesper’ wordt besproken door Peter Vermaat: ‘Broeksma hanteert in de bundel vaak de stijlfiguur waarin heden (of toekomst) en (een ver) verleden door het gedicht in één greep worden gevat. De dichter lijkt zich voornamelijk te richten op het schilderen van bepaalde beelden (die soms absoluut pregnant blijken), maar veel minder op de fonologische en de semantische suggestiviteit van de taal. Van lyriek is daarmee vrijwel nergens sprake.’

Lees verder

Vissers van San Giorgio

Hans Franse over de 9e mei 1087 in San Giorgio, een vissersplaatsje, even ten zuiden van Bari. De zeelui kwamen bijeen bij de poort van San Giorgio en maakten een urn en zonden tijding van hun aankomst met de relikwieën van Sint-Nicolaas.
Men amuseert zich nu: een plaquette, zelfs van een groot heilige, is wel aardig, maar meer decor dan wezenlijk gedenkteken.

Lees verder