“Ik leef als dichter niet meer onder een steen.”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het eenenveertigste gesprek, met Annet Zaagsma. Over hoe ze in een speciaal soort bui moet zijn om te kunnen schrijven, misschien wel in haar tweede moedertaal, het Fries, gaat dichten, hoe nieuwsgierig ze is naar waar andere dichters hun inspiratie vandaan halen en hoe graag ze met anderen deelt.

Lees verder

Joris Miedema – De oneindige oester

De nieuwe bundel van Joris Miedema, ‘De oneindige oester’ is anders is dan alle andere. ‘Dat vindt de uitgever ook. Op de site staat: “Joris Miedema is ernstig en absurd. Waanzin blijkt geen losse flodder, maar onderdeel van een totaalbalans waar we als mens geen kaas van hebben gegeten”. Maakt dit een bundel goed? Nee, natuurlijk, alleen als hij goed is geschreven. En dat is deze oester. Heel goed zelfs’, aldus Hans Puper.

Lees verder

Wat Maakt Een Gedicht Goed? (38)

Een serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het achtendertigste antwoord komt van Christophe Ywaska.

Lees verder

Mark Boog – Het einde van de poëzie

Recensent Johan Reijmerink: ”Mark Boog bouwt in zijn nieuwe bundel Het einde van de poëzie (2022) een dichterlijke weerzin op tegen ‘de onechte kleuren’ van onze samenleving. Hij constateert dat er om ons heen, in de natuur, op het land, in de stad, tussen de mensen iets aan het veranderen is. Wat betekent in dat kader ‘het einde van de poëzie?” Een longread.

Lees verder