Wat Maakt Een Gedicht Goed? (66)

Een serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het zesenzestigste antwoord komt van Cora de Vos.

Lees verder

Co Woudsma – Zolang de stad maar vrolijk is

Æde de Jong bespreekt de nieuwste bundel van Co Woudsma: ‘’De poëzie van Co Woudsma is eenvoudig, maar niet simpel. In ‘Zolang de stad maar vrolijk is’ komt een wat duffe, saaie werkelijkheid tot leven door scherp verwoorde, nauwkeurige observaties, waar nodig aangevuld met fantasie. Net als bij hermetische poëzie verdient toegankelijke poëzie meerdere lezingen, omdat ook de minder gesloten gedichten pas na meerdere lezingen hun schatten openbaren.’’

Lees verder

Deze seconde en de volgende

Geluk vraagt niet om zware beschouwingen en evenmin past het in een vitrine, schrijft Jan Loogman. ‘Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato / de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht’ zijn regels van Hans Andreus, die dichter bij de ervaring van geluk komen dan die van Kopland of Boog. Geluk is licht zoals in het gelijknamig gedicht van Bart Moeyaert.

Lees verder

Erna Schelstraete

Schrijven is voor Erna Schelstraete de persoonlijke ervaringen en gevoelens (pijn, verrukking, verwondering) zodanig objectiveren dat ze op een universeler niveau getild worden en herkenbaarheid genereren. Ze wil toegankelijk schrijven maar ook beeldend en precies en deelt haar manier van kijken. De particuliere gedichten zijn een voorbeeld hoe helend poëzie kan werken.

Lees verder