Maarten van der Graaff – Dood werk

Maarten van der Graaff is een erudiet heer. Of een amusante lefgozer. Of beide. In Dood werkfungeert een lange reeks schrijvers, dichters, filmmakers en filosofen. Zij hebben invloed op zijn werk, hebben dat gehad, dienen als plaatsbepaling van zijn dichterschap, wekken zijn verzet op of zijn bentgenoten. Het vreemde is, dat al die verwijzingen me aanvankelijk irriteerden, maar bij herlezing steeds minder en op het laatst helemaal niet meer. Dat komt doordat Van der Graaff een onmiskenbare eigen toon blijft houden.

Lees verder

Annemarie Estor – Dit is geen theater meer

De dichtbundel Dit is geen theater meer van Annemarie Estor heb ik ademloos uitgelezen. En direct nog een keer. Ik heb vrij veel surrealistische poëëzie gelezen, ook Nederlandstalige, maar zelden was ik daarvan zo onder de indruk als van het werk van Estor. Niet in de laatste plaats, omdat haar poëzie zo goed geschreven is. Ze houdt ons koel, beheerst in haar nachtmerries vast, alsof we er aan gewend zijn, alsof zij ons een wereld voorhoudt waarmee wij, net als zij, in het reine moeten zien te komen:

Lees verder

Het Utrechts Dichtersgilde – Schaduwpeleton

Vanwege de start in Utrecht is er dit jaar geen ontsnappen aan het begin van de Tour de France. Het Utrechts Dichtersgilde reed en schreef onder aanvoering van Ingmar Heytze zijn eigen proloog met Schaduwpeloton, een ‘Tour d’Utrecht’ in dertien gedichten.

Lees verder

Herbert Mouwen – De handen van de tijd

Oud- Meandermedewerker Herbert Mouwen (Breda, 1952) publiceerde in 1991 de bundel De zon is kapot, en bracht daarna alleen een tweetal verhalenbundels uit. Met De handen van de tijd – een forse bundel: 61 gedichten, verdeeld over acht titelloze afdelingen – profileert hij zich nu weer als dichter.

Lees verder