Maarten van der Graaff – Nederland in stukken

Levity Peters bespreekt ‘Nederland in stukken’ van Maarten van der Graaff: ‘Aan de hand van documenten, flarden van pamfletten, interviews etc. probeert de dichter ons een beeld te geven van wat er in Nederland leeft. De schrijver als episch centrum van een chaotische stortvloed aan informatie. Een land van taal, maar wel van een taal die grotendeels van zijn muzikale, zijn dichterlijke en zijn emotionele aspecten is ontdaan’.

Lees verder

Scott Rollins – Grenstekens

In ‘Grenstekens’ geeft Scott Rollins een verslag van zijn reizen. Niet in feitelijke, maar in poëtische vorm, volgens onze nieuwe recensent Geert Zomer: ‘Hij verlaat tijd, ruimte en logica om zich in de mythe onder te dompelen en zijn innerlijke wereld te vertalen naar poëzie. Poëzie die de lezer meeneemt op deze voortreffelijke reis’.

Lees verder

Monica Boschman – Nieuwe wegen voor Mariken

Janine Jongsma bespreekt ‘Nieuwe wegen voor Mariken’ van Monica Boschman: ‘De hele bundel staat in het teken van de vertelling van Mariken van Nieumeghen (Nimwegen). De illustraties van Jet Westbroek versterken de gedichten. Over deze bundel is goed nagedacht, alles klopt tot in detail. Boschman geeft het Marikenverhaal een nieuwe vorm. Mooie bundel in een goddelijke drie-eenheid: poëzie, proza en beeld.’

Lees verder

Giorgio Bassani – Epitaaf

Paul Roelofsen bespreekt Giorgio Bassini – ‘Epitaaf’: ‘Bassani centreert de tekst in al zijn gedichten. Bij de beknopte ziet dat er wel sierlijk uit, bij de langere gedichten maakt het echter een onrustige indruk. De meer voldragen gedichten zijn herderlijk en nostalgisch van aard. De vertaling is van Jan van der Haar en hij vindt soms mooie oplossingen, toch staan er hier en daar ook kromme regels in zijn vertalingen.’

Lees verder

Jozef Deleu – ondoorgrond

Recensent Peter Vermaat bespreekt ‘ondoorgrond’, het poëtisch oeuvre van Jozef Deleu: ‘Vanaf zijn eerste bundel zet Deleu de taal expliciet in als verdedigingsmiddel tegen de dood. Waar zijn eerste gedichten nog legers zijn, met vlaggen en uitdossing in bonte kleuren, vormen de latere gedichten eenzame donkere wachttorens op de grens, terwijl de naderende donkere wolken steeds zichtbaarder worden.’

Lees verder