De lachende hemel

“Als twee dichters elkaar omhelzen lacht de hemel”. Een column vol heimwee, zinderende hitte, vriendschap, kunst, geuren en kleuren en de stem. Waar de een stopt, neemt de ander het van hem over. Hans Franse denkt nog vaak terug aan deze dag.

Lees verder

Dagboek van een redacteur (6)

H. Marsman schreef ooit, dat het graan des levens wordt omgestookt tot jenever der poëzie. In deze decembermaand, rijk aan gedichten, rijk aan drank, buigt Eric van Loo zich op een andere wijze over de verhouding tussen alcohol en poëzie.

Lees verder

Een klap op je bek

Pubers onderwijzen, daar ben ik niet laconiek genoeg voor, dacht columnist Jan Loogman, maar het ging prima. Er werden woorden genoteerd, zinnen gevormd, lijstjes gemaakt die aan het Sinterklaasfeest deden denken en daaruit werd gekozen: drie woorden. Uit drie woorden kan per slot van rekening een prachtig vers ontstaan. En dat is een geweldig cadeautje.

Lees verder

Reflecties op het wezen van klankpoëzie

Joop de Vries vat zijn aantekeningen samen over de klankgedichten van Greta Monach. Er is, aldus Monach, in taal geen natuurlijke samenhang tussen klank en betekenis. Klank in taal is een overdrachtsmiddel. Met voorbeelden van andere klankdichters wordt aangetoond dat klankpoëzie een bijzondere kunstuiting is met talloze varianten en invloeden. En de aandacht voor Monach groeit nog steeds.

Lees verder