Het mondkapje van Hugo

Hugo Claus, de alleskunner uit de zuidelijke lage landen, had op gevorderde leeftijd een sterke drang om zijn gedichten door de stofkam te halen. De wijsheid komt met de jaren, maar het is de vraag of het corrigeren van ‘jeugdzonden’ een vorm van voortschrijdend inzicht is of van schaamte. Of wilde Claus ons op het verkeerde been zetten? Een column van Rogier de Jong.

Lees verder

Weltevreden

Hans Puper trof op Facebook een gedicht aan van een goede kennis. Juist omdat zij al een tijdje geen contact hadden gehad, ervoer hij na hun dialoog over het gedicht weer eens hoe sterk de beleving samenhangt met de persoon van de lezer.

Lees verder

Dagboek van een ex-redacteur (10)

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Juist toen Eric van Loo van de nieuwe bundel van Cees Nooteboom hoorde, was hij diens boekenweekgeschenk ‘Het volgende verhaal’ (1991) aan het herlezen. Daarin maakt de hoofdpersoon, Herman Mussert bijgenaamd Sokrates, korte metten met de moderne poëzie. Ook dertig jaar later nog heerlijk om te lezen en aanleiding voor toch weer een nieuwe column.

Lees verder

Wandelen door de tijd

Voor het eerst sinds twintig jaar heeft hij de komst van de lente in zijn eigen land en stad meegemaakt; alle clichés klopten, alle woorden ook: ontbotten, teder groen, prille takbedekking, klein vogelijn op groene tak, wat songh het vrolijk vogelkijn… , een nieuwe lente een nieuw geluid. Hij wandelt met ons en vertelt wat hij tegenkomt en proost bij thuiskomst op de literatuur.

Lees verder

Tovenaar

‘Soms weet je -zeker als kind- met een tovenaar te maken te hebben.’ Karel Wasch over zijn grootvader, de man naar wie hij vernoemd werd, de romancier èn de liefhebber van glas.
Na de oorlog schrijft hij nauwelijks meer. De tovenaar bleef tot zijn dood actief als toneelcriticus, conservator, verzetsman en esotericus. ‘Een rijk leven. Ik ben nog steeds trots op hem.’

Lees verder