Gedichten

uitgeteld voor haar is vermageren een aankondiging van de dood, die ze altijd een kilo voor wil zijn elke ochtend op de weegschaal een verzadigde glimlach vijfennegentig kilo vijfenzeventig jaar schitterend maar het kan beter ik geef haar chocolademelk, kniel en kijk: stigmata in pantoffels verstopt stappen gaat moeizaam het bloed neemt een loopje met haar is niet te stollen ik moet er niet al te zwaar aan tillen het zijn slechts tekens die een heiden mag negeren zegt ze, na elke slok vult ze de laag slagroom weer aan voedsel voor de suikerspin die in haar bloedbaan klontjes kakt […]

Lees verder

Gedichten

Familiebezoek ik kom op bezoek en jij, je komt op verhaal tenen tikken tijd wegsluipend ‘s nachts je vond dat nooit leuk de stoeptegel voor je huis zwijgt nu net als iedere doodgewrochte avond vertrapt, doortrapt, opgelapte waarheid uitgegoten stilte zegende mij als een beschonken priester crucifixen als in die bomen met kerst seconden preken zitten, zwijgen, zwaluwwoorden die buiten je bereik fladderen de zzz’s van slaap ‘Ik kom om in het werk’ en jij, je komt op adem   Twee palen Twee geblakerde palen Koppen wit Als mijn ouders op het strand Malen de zee tot tijd Die neerstort […]

Lees verder

Gedichten

Een oude film is Rusland; waar je ook aan terugdenkt, steeds is daar die achtergrond met veteranen, ze dominoën met elkaar. Als ik een borrel neem en sterf, dan waait het in de vogelkers, dan is voorgoed die kleine jongen in shorts verdwenen van het erf. Een grijsbesnorde veteraan, zijn snoep weer in zijn zak gedaan, zal denken: waar is hij gebleven? Ik ben naar voren toegegaan.   Ode Jawel, een draver!* A.P. Nacht. Een ster. Klabakken rijden rond. Hun autolampen glijden door de straten en de kuilen, langs een muur, een boom, een heg, en als boze dromen schuilen […]

Lees verder

Gedichten

Synesthesie Je stem klinkt donkerblauw vandaag. Mijn maag trekt samen als ik uit je koude handen drink. Je smaakt naar meer, citroenfrisliefste nevelsymfonie: Je kust trombones in mijn hoofd en laat mijn zenuweinden staren naar je onzelfzuchtig geurpalet. Je haar zo zacht en bang, zo perzikdood, zo kamervullend nat. Ik geloof je als je zegt dat samenzijn versmelten is. Ik hoorproefvoelzieruik en ben jou, mij, ons. Wij zijn één. Inkt en onbeschreven blad.   Zhuangzi on Acid Alles draait om mij. Ik kijk de wereld echt. Als ik het zeg waaien alle winden mee. Wolken miezeren mijn verdriet. Mijn blijdschap […]

Lees verder

Gedichten

Ochtendlijk A’dam Leeg Amsterdam: de grachten zijglad nog, de huizen stil, als wie er nog in slapen, de meeuwen weifelziek, het water nauwelijks rakend. Een fietsster die belachelijk haast voor een stoplicht wacht, met ver in het verschiet, een oprijlaan van wijdte. Wij zitten winters anachroon, genietend op een Leids terras de wereld overwegend. We zeggen niets, zolang de zon ons zoent, zolang het licht ons zegent.   Zomerterras Zon was er stilaan gewoonte. Glanswangen van glas onder de avondlinden. Jou er te vinden Kenden mekaar louter van kijken. Jij had zoveel om me te laten zien. Ik duizend redenen […]

Lees verder