LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Recensies

Daniël Franck - Lagen van glas
Daniël Franck - Lagen van glas
Sander Ausems zegt dat het lijkt of in ‘Lagen van glas’ van Daniël Franck, de dichter in zijn poëzie ook lucht en rotatie heeft gestopt, zoals men dat doet bij glasblazen: ‘De teksten zijn fragiel, breekbaar, maar er zit een gedachte achter en die is met vakmanschap uitgevoerd. De ik-persoon beweegt moeiteloos tussen de verschillende lagen van glas’.  
Hilde Pinnoo & vrienden - Ik denk dat ik toen al van je hield
Hilde Pinnoo & vrienden - Ik denk dat ik toen al van je hield
De vrienden van Hilde Pinnoo gaven gehoor aan het verzoek van uitgeverij P om in dialoog te gaan met één van haar gedichten en zo ontstond ‘Ik denk dat ik toen al van je hield’. Een bloemlezing met duo gedichten. Op deze manier willen zij Pinnoo, die lijdt aan de ziekte van Parkinson, eren. Anneruth Wibaut ziet het bewijs van liefdevolle vriendschap, maar ze ziet het ook als een leerboek voor samenspraak.
Piet Gerbrandy - Ontzettingen
Piet Gerbrandy - Ontzettingen
In ‘Ontzettingen’ van Piet Gerbrandy blijft de lezer op afstand volgens Hettie Marzak: ‘Zich te laten kennen is ook nooit het doel van de dichter geweest, evenmin als de ontrafeling van de gedichten op zoek naar betekenis. De gedichten getuigen in de eerste plaats van klank en ritme, muzikaliteit en taalbeheersing.’ Marzak geeft aan dat de dichter een geheel eigen plaats inneemt binnen de moderne poëzie.
Eva Gerlach - Schipper mag ik overvaren
Eva Gerlach - Schipper mag ik overvaren
In ‘Schipper mag ik overvaren’, van Eva Gerlach is de inhoud persoonlijk en heeft deze betrekking op de moeder van de dichter. Taco van Peijpe zegt in deze longread dat ‘de gedichten uiting geven aan de pijn die zij als dochter naar eigen zeggen heeft ervaren door het gedrag van de moeder, die haar vaak niet zag staan en zelfs duidelijk liet merken dat zij ongewenst was. ‘
Annika Cannaerts - Pasvormen
Annika Cannaerts - Pasvormen
‘Pasvormen’ is het debuut van Annika Cannaerts en Peter Vermaat geeft aan dat hij voor het eerst een bundel in één adem heeft uitgelezen. Hij zegt dat het iets weg heeft van een sprookjesboek, met vleugen Beatrijs, Grimm, Hendrik de Vries en Publius Ovidius Naso – maar dan anders. De gedaantewisselingen lijken Vermaat meer 'omvormingen waarin de ik haar gedachten-, maar vaker haar droom- of angstwereld probeert uit te drukken.'
Josse Kok - Schulp
Josse Kok - Schulp
De authenticiteit van dichter Josse Kok komt sterk naar voren in zijn bundel ‘Schulp’, volgens Tom Veys.Het doet hem denken aan een soort van ‘Omdenken’: De gedichten van Kok zijn vaak gedachtewentelingen, bespiegelingen die je regel per regel kan ontdekken. De bundel is een opeenstapeling van inzichten die taal vindt in proza- en poëzieregels.
Lisette Lombé - En onze gedichten blijven oproer
Lisette Lombé - En onze gedichten blijven oproer
Lisette Lombé sluit haar periode als Dichteres van Belgie af met een bundeling van haar gedichten die ze schreef gedurende die tijd. Marc Bruynseraede zegt dat in ‘Et nos poèmes resteront émeutes / En onze gedichten blijven oproer’ de thema’s uit het leven en de actualiteit gegerepen zijn en waarvan de zegging, door de emotionele geladenheid, met grote impact bij de toehoorder overkomt.
Tsafrira Levy – Hier is thuiskomst
Tsafrira Levy – Hier is thuiskomst
De van oorsprong Israëlische Tsafrira Levy woont vijftig jaar in Nederland, ze schrijft in haar tweede taal en heeft een verzamelbundel samengesteld: ‘Hier is thuiskomst’. Paul Roelofsen merkt op dat achtergelaten familieleden en gerechten uit Israël een hardnekkige heimwee oproepen. Hij vindt het een interessante bundel die hij met plezier heeft gelezen.
Dorien De Vylder - Duizend versies klaar water
Dorien De Vylder - Duizend versies klaar water
In de derde bundel van Dorien De Vylder speelt op de achtergrond de coronapandemie terwijl het moederschap een grote plaats inneemt. Peter Vermaat zegt dat niet het onzegbare gesuggereerd wordt, maar dat er staat wat er staat: ‘Veel van de gedichten in deze bundel laten zich lezen als helder water, waarbij echter de bodem nooit in zicht komt. Dat leidt tot schijnbaar bijna oneindige, maar tegelijk zeer beperkte diepgang.’