Recensies
Ânne de Jong – Kerven
Recensent Christina Vanderhaeghe weet zich geraakt door ‘Kerven’ van de Groningse dichter Ânne de Jong. Een bundel waarin grote thema’s worden aangesneden, en waarin de dichter poëzie maakt van de vragen die de mens, vroeger en nu, bestormen. ‘Als een spel, dat verdwijnen, dat herontdekken, heruitvinden van taal voor het smeden van een stem, een persoon, anders dan jij, anders dan ik.’
Jacobus Bos - De waan en zin van het bestaan
Kamiel Choi over ‘De waan en zin van het bestaan’ van Jacobus Bos: “Waanzin is niet de afwezigheid van zin, maar op hol geslagen zin. We mogen poëzie verwachten die vanuit het perspectief van de waan de zin op de hielen zit. (…) Naar mijn smaak hebben veel gedichten net niet de kracht om bij herlezing te ontkomen aan hun zelfontkenning of verkitsching, wellicht omdat ze te ‘uitleggerig’ zijn en het perspectief van de waan voortijdig opgeven, waardoor ook de zin vervluchtigt.”
Jan Vanriet – Kouwe kleren. Gedichten 2008-2019
‘Kouwe kleren’ van schilder en dichter Jan Vanriet is samengesteld uit drie eerdere bundels en niet eerder gepubliceerde gedichten. Romain John van de Maele richt zich in deze recensie op de wisselwerking tussen woord en beeld enerzijds en ’s dichters engagement anderzijds. Van de Maele: [Bij Vanriet is] ‘de taal is onze eerste en laatste burcht. Met woorden kunnen we ons herdefiniëren en verdedigen. Een dubbeltalent als Vanriet kan bovendien die strijdbare houding ook in beelden vorm geven.’
Wibo Kosters – Wegenkaart
Wibo Kosters nam op een bijzondere manier afscheid van zijn stadsdichterschap in Deventer. Geen bundel op papier, maar gedichten op vinyl. De samenwerking met andere artiesten bracht een nieuwe laag aan in zijn werk. Kosters benadrukt zo het belang van poëzie als verbindend element, zowel tijdens als na zijn stadsdichterschap. Eric van Loo las en luisterde met veel plezier naar ‘Wegenkaart’.
Poëzie Kort 2019 / 9
In de nieuwe ‘Poëzie Kort’ recensies van Maurice Broere, Eric van Loo en Lennert Ras over de bundels ‘Baah baaah krakschaap/De P van winterslaap’ van Martijn Benders, ‘op de rand van het zwijgen’ van Akim A.J. Willems en ‘Landschap van mijn zijn, Spiegelfragmenten’ van Sjaak Klaver.
Pieter de Bruijn Kops - De minderweter
Hans Puper over ‘De minderweter’ van Pieter de Bruijn Kops: ‘[Het] is een bundel die tot nadenken stemt over poëzie , tot minder weten wellicht, maar dat is alleen maar goed. Aan vastomlijnde ideeën over regels waaraan poëzie zou moeten voldoen, heb je niets. Dan kun je net zo goed stoppen met het schrijven en lezen van gedichten en iets nuttigs gaan doen.’
Frank Koenegracht – Alle gedichten
Kamiel Choi las met veel plezier ‘Alle gedichten’ van Frank Koenegracht. “Dit is een fascinerend, eigengereid, en springlevend oeuvre dat, omdat het zichzelf en de wereld niet te serieus neemt, ons trakteert op mokerslagen van inzicht in de menselijke conditie.” Absurde associaties, verstilde observaties, ingetogen elegieën en epigrammen: herleesbare poëzie.
Willy Spillebeen - Microkosmos
Peter J.R. Vermaat over ‘Microkosmos’ van Willy Spillebeen: “Aan het eind van dit jaar wordt Spillebeen 87 jaar en over de hele bundel heen hangt de sfeer van het terugdenken, het enigszins droevig bezingen van wat was en niet meer terugkomt. Zo beschouwd is zijn huidige leven mogelijk een ‘microkosmos’ vergeleken met wat het eens was, of wat hij in zijn jeugd meende dat het zou moeten worden.”
Ivo van Strijtem – Terug naar toen we begonnen
Ivo van Strijtem stelde de bloemlezing ‘Terug naar toen we begonnen. Pieter Bruegel de Oude in 40 nieuwe gedichten’ samen. "Rond tien meesterwerken van Bruegel groeperen zich telkens vier gedichten’ schrijft hij in zijn ‘Woord vooraf’'. Romain John van de Maele is niet onder de indruk: ‘[Het] is een zeer heterogene bundel, die vaak overtuigende gedichten bevat […] die helaas helemaal niet passen in de terugblik op het werk van Bruegel. De caleidoscopische benadering is niet echt geslaagd.’