Joost Zwagerman – Voor alles

De bundel Voor alles van Joost Zwagerman bestaat uit twee afdelingen van respectievelijk elf en zestien gedichten: ‘Inwaarts’ en ‘Voor en na het meesterwerk’. Ze zijn volstrekt tegengesteld: in het eerste gedeelte overheerst angst, in het tweede levenslust.
Het eerste deel maakt indruk, het tweede deel doet wat gekunsteld aan, alsof een vakman een prestigieus project tot een goed einde heeft gebracht.

Lees verder

Vier gedichten

Gedichten van Robert Israel (1949), Jeanet Kingma (1967), Kris De Lameillieure (1962) en Branko Van (1985).

Lees verder

Vier gedichten

Robert Israel (1949)

Hij slaapt
het hoofd op balkenroom geleund
hapt naar langsvliegende beelden
honden ook die blaffen én bijten
geen droom die hem vreemder
dan zijn eigen lekkende verhaal

Hij waakt
gespitst op de meest iele golf
die zachtjes door het donker drijft
bereid een bestaan te bevechten
waarvan hij nauwelijks weet had
en wat hij wist is vergeten

Hij wacht
op de landing van het licht op
wat smelt als de adem hervat
zonder de longen te schuren
warmte die ergens een bron heeft

Hij sluit de ogen

Lees verder

Gedichten

Wouter van Heiningen

Zoet

Alles ruikt naar chocola
de pepermunt is voor na achten
die mevrouw van nummer 112
steekt een stukje puur
tussen haar kunsttanden, haar
lippen donkerbruin

zelfs de donshaartjes op
haar bovenlip kleven zoetgeurend
aan elkaar als ware het een gel
die een breekbaar gezicht
bij elkaar houdt

Ze likt de lippen, de
mondhoeken krullen,
alles smaakt naar chocola.

Lees verder