Wim Meyles – Ik dicht plezier

Het vierentwintigste boek van Wim Meyles blaakt van taalcreativiteit en woordspeligheid. Hij serveert de lezers een grote hoeveelheid licht verteerbare versjes waarvan de lengte varieert van slechts vier tot zes regels. Mede door hun geringe lengte is het een laagdrempelige bundel, bij uitstek geschikt voor de feestelijke decembermaand. Een recensie door Inge Boulonois.

Lees verder

“Een educatieve kant van recenseren is dat je zorgvuldig leert lezen…..”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het achttiende gesprek, met recensent Paul Roelofsen. Hij heeft altijd geschreven maar debuteerde met gedichten in 2010. Deze zomer verscheen zijn bundel Een bloembed, een bloedbad, een spraakmakende titel en inhoud. Roelofsen is een graag geziene gast op allerlei podia waar hij meestal een direct en intensief contact met zijn publiek heeft.

Lees verder

H.C. ten Berge – De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca

De nieuwe bundel van H.C. ten Berge is een episch gedicht in 45 scènes & een tussenspel. ‘Een goede regisseur zou van De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca een boeiende film kunnen maken. Ik zou er beslist naartoe gaan, maar in het besef dat ik veel zou missen: een verhalend gedicht met een natuurlijke, onnadrukkelijke gelaagdheid in de heldere, ritmische taal van Ten Berge’, aldus Hans Puper.

Lees verder

Rob de Vos-prijs 2019, eervolle vermeldingen (I)

De winnaars van de Rob de Vos-prijs 2019 zijn inmiddels bekend, nieuwe namen en verrassende gedichten. Maar welke dichters werden er nog meer genomineerd? De jury gaf bijgaande gedichten een eervolle vermelding. Ook deze gedichten eindigden in de top 10. Ontroerende, sprankelende, absurdistische en intrigerende werken en kijk, nu komen we een paar bekende dichters tegen.

Lees verder

Quito Nicolaas – Argus

‘Argus’ is de achtste dichtbundel van de Arubaanse schrijver Quito Nicolaas (1955). De bundel is tweetalig uitgegeven. Er is een gedegen academisch voorwoord opgenomen door Dr. Sara Florian dat de dichter in de context van andere Antilliaanse dichters plaatst en de achtergrond van de titel ‘Argus’ in de Griekse mythologie uitlegt. Desalniettemin signaleert Kamiel Choi in de gedichten “een naïeve poëtica, een verlangen om dingen gewoon te zeggen of op te schrijven, in alledaagse taal.”

Lees verder