“Het woord is krachtig, maar niet almachtig”

Klaas Jager noemt zichzelf nog een dolende dichter in de zin dat wat hij schrijft altijd enigermate in strijd is met wat hij in volledige vrijheid van geest zou kunnen en willen schrijven. Hij verkiest afstand om gelaagdheid en verdieping te creëren. “Overigens is het een charmant idee dat ons doen en laten berust op het universele bestel van imperfectie.”

Lees verder

Jeanine Hoedemakers – Applaus

Maurice Broere bespreekt de bundel ‘Applaus Haiku en tanka’ van Jeanine Hoedemakers: ‘In deze bundel lijkt het soms alsof de Japanse gedichtjes strofes zijn en een groter geheel vormen compleet met titel. Dan is er met enige moeite, maar dat is heel gebruikelijk bij het lezen van gedichten, een rode draad te ontdekken. Opvallend in de bundel zijn de paradoxen en de veelheid aan thema’s. Ik heb genoten van de observaties die aansprekende gedachten oproepen.’

Lees verder

Hans Franse

De eerste gedichten van de herfst, zo noemde Hans Franse zijn nieuwste gedichten, de reeks Vino Novello. Zoals de eerste wijn van het nieuwe wijnjaar kunnen de gedichten zich eventueel nog ontwikkelen. Poëzie is ook werken en toch trakteren we ons alvast op zijn melancholische en intieme regels. Deze tijd maakt weemoedig maar we delen hem; dat scheelt.

Lees verder

Martijn den Ouden – Ruimtedagen

De bundel ‘Ruimtedagen’ van Martijn den Ouden boeide Ivan Sacharov eigenlijk niet tot het kwartje viel: “De ‘schepping’ die beschreven wordt lijkt vooral betrekking te hebben op wat er tijdens het lezen van poëzie gebeurt! Het begin, vertelt ons het eerste gedicht van de bundel, is niet woest of leeg, maar ‘een onvoorstelbaar zware doos van onbepaalde afmetingen waarin alles besloten ligt’. En inderdaad: is poëzie, wanneer we beginnen met lezen, niet ook zo op te vatten? ‘’

Lees verder