Gaël van Heijst

Dichter Gaël van Heijst toont zijn taalvaardigheid voortdurend. Was er een wedstrijd voor de mooiste zin uit alle inzendingen van 2020 dan won zijn “achter een voordeur valt iemand in het slot” met glans. Zijn buitelende teksten schreeuwen om voorgedragen te worden, misschien staat u wel naast uw stoel en roept “we begrijpen wat u beweegt”.

Lees verder

Jolanda Kooijmans – Twee Ton

Martijn Benders is niet te spreken over de debuutbundel ‘Twee Ton’ van Jolanda Kooijmans: ‘De dichter meent dat haar herinneringen kunst zijn omdat het haar herinneringen zijn. Een literair frame ontbreekt. Een beetje vormgegeven naar Maria Barnas, een universum in het rolletje plakband, de big bang met kurk nabouwen, dat soort werk. Het moet vooral leuk en creatief en luchtig zijn, je moet vooral van je af dichten, en het moet Arjen Duinker aan het vloeken maken als je het met hem bespreekt.’

Lees verder

“Eigenlijk loopt het fysieke, het lichamelijke door alles wat ik doe.”

Mandy Eggerding heeft een grote fascinatie voor de taal van het lichaam. Dat uit zich in haar werk als theatermaker en trainer lichaamstaal/non verbale communicatie maar ook in haar poëzie. Het schrijven zit door de hele dag. Ze vertrouwt grotendeels op een intuïtief bewustzijn daarbij en hoopt dat het gedicht herkend wordt door een ander. Van de noodzaak van kunst is ze overtuigd, zonder verhongeren we.

Lees verder

K. Michel – & rol door

Aan het woord is Wim Platvoet, onze nieuwe recensent: ‘’Ik heb de gedichten in de bundel ‘& rol door’ van K. Michel nu enkele keren gelezen, hier en daar een regel of enkele regels herlezen en wat aantekeningen gemaakt. Tot mijn spijt moet ik zeggen dat ik er niets ‘poëtisch’ in kan ontdekken. Het is mij te onmiddellijk, te doorzichtig, te begrijpelijk, hetgeen nog versterkt wordt door de m.i. volkomen overbodige aantekeningen achterin het boek, die slechts bedoeld lijken te zijn om wat zakelijke achtergrond te verschaffen.’’

Lees verder

René Dijkgraaf

Eigenlijk is het heel simpel, dicht René Dijkgraaf, “jij bent er, het is goed, jij bestaat”. Het gedicht als liefdesverklaring, ode aan het leven, en tegelijkertijd een nuchtere constatering, “zo gaat dat”. Er valt niets te begrijpen, “ze snapt mij allang, ze lacht”. Terwijl “het liefdeslandschap complex” kan zijn is “het universum voor God goed te doorgronden”.

Lees verder