Claude van de Berge – Gebed tot de leegte

Johan Reijmerink verdiept zich in ‘Gebed tot de leegte’ van Claude van de Berge: ‘Ik zou Van de Berge op grond van zijn eerdere bundels, maar zeker ook na lezing van deze nieuwe bundel een hogepriester van de seculiere taalmystiek willen noemen. Hij identificeert zich met, wenst op te gaan in leegte en stilte en weet zich omarmd door een oneindige eindigheid. In de poëzie ligt voor hem de sleutel tot het ontsluieren van het geheim dat achter de taal ligt.’

Lees verder

Couperus in Orvieto

Hans Franse geeft altijd prachtige inkijkjes, hij vergroot ons uitzicht en doet ons genieten van zijn tweede land, Italië, met al haar bijzonderheden. Vandaag is hij in Orvieto en stapt gelijk met Couperus in de koets en terwijl de laatste zich mopperend afvraagt of dit stadje wel bestaansrecht heeft, geniet onze columnist van de route en ziet wat Couperus niet zag.

Lees verder

Klassieker 252: Radna Fabias – gieser wildeman

Joost Dancet bespreekt ‘gieser wildeman’ uit de felbejubelde debuutbundel ‘Habitus’ (2018) van Radna Fabias (°1983). Het is een mysterieus, ironisch bezwerend klinkend gedicht over de verhouding tussen vrouwen en mannen, maar vooral over vrouw zijn.

Lees verder

Jean Pierre Rawie – Een luchtbel in een vluchtige rivier

De vertalingen van Jean Pierre Rawie in ‘Een luchtbel in een vluchtige rivier’ muntten uit in verstaanbaarheid en begrijpelijkheid, zegt Hettie Marzak, die genoten heeft van deze bundel. ‘De taal is soepel en nergens archaïsch, hoe oud de gedichten ook zijn, maar juist heel gewoon. Dichters van wie de meeste mensen nooit gehoord zullen hebben, worden door Rawie heel dicht bij de lezer gebracht door uitvoerige details te vermelden en af en toe sappige roddels op te dissen.’

Lees verder