Dichter aan de Donau,1976

Een columnist heeft soms heel andere taken, zo moet Hans Franse vandaag moeite doen de dichter Lucien Trichaud veilig in zijn hotel te krijgen. Het werd de goede man allemaal iets te veel, ‘de poëzie van het bloeiende romantische leven, misschien een herinnering aan het meisje met de zwavelstokjes of een plots verlangen naar rozenverkopers langs de Boulevevards in Parijs’.

Lees verder

Paul Meeuws

Dichter Paul Meeuws onderscheidt zich met prachtige beelden in zijn vloeiende landschapspoëzie. ‘De jaargetijden stapelen zich in ons op’, ‘Jongzijn groeide met ons mee als een verlaten nest’, zo herkent ieder mens zich en relativeert zijn bestaan. Zijn we niet als bomen? ‘Al moeten de wortels verzonnen, zomers bedongen, de takken woedend doorschud’, we zetten ons schrap tegen het eeuwige vallen.

Lees verder

Gaël van Heijst – Twijfelweefsel

De eerste bespreking van onze nieuwe recensent Marc Eyck over de bundel ‘Twijfelweefsel’ van Gaël van Heijst: ‘De dichter maakt creatief gebruik van taal maar de lezer wordt enkel begoocheld met een zekere handigheid qua taal. De gedichten suggereren diepte maar blijken het, in ieder geval voor mij, niet te hebben. De dichter lijkt vooral erg met zichzelf bezig en geen creatief appel te doen op ervaringen en/of gevoelens bij de lezer’

Lees verder

Dorien de Wit – Eindig de dag nooit met een vraag

Hans Puper over het debuut ‘eindig de dag nooit met een vraag’ van Dorien de Wit: “Met de titel geeft de dichter zichzelf een goede raad. In haar wereld is niets zeker en dat kan ten koste gaan van je nachtrust. ‘There is nothing more deceptive than an obvious fact’ luidt het motto van de bundel.” Daar komt nog eens bij dat waarnemingen onvolledig zijn. Voor Dorien de Wit zijn die ervaringen de basis van een intrigerende nieuwsgierigheid.

Lees verder