Astrid Lampe – Tulpenwodka

De nieuwe bundel ‘Tulpenwodka’ van Astrid Lampe staat in het teken van de coronacrisis met al zijn menselijke en onmenselijke kanten. Hoewel Johan Reijmerink waardering heeft voor de taalvirtuositeit van Lampe, zou hij enige matigheid toejuichen: ‘Deze poëzie ontkomt niet aan een zekere gewrongenheid en verliest zich nogal eens in te veel beeldrijke taalvondsten die elkaar kort opvolgen. Deze overdaad schaadt het overzicht per gedicht. Je wordt er als lezer door overspoeld.’

Lees verder

Een wonderkind én een total loss – Delmore Schwartz’ gevecht met de beer

De hedendaagse poëzie heeft meer aan Delmore Schwartz te danken dan je zou denken. Rogier de Jong schetst een beeld van deze poète maudit. Schwartz’ gedichten zijn boeiend, verontrustend, scherpzinnig opgebouwd en getoonzet in een wervelende stijl die soms het randje van het theatrale opzoekt. Wat onze columnist vooral bewondert is daarin de verschuiving van het algemene naar het persoonlijke.

Lees verder

Monique Leferink op Reinink

Monique Leferink op Reinink wil in haar poëzie een ruimte bieden waarbinnen mensen, dieren en dingen vrij kunnen bestaan in hun kwetsbaarheid, vergankelijkheid en verbondenheid. En dat lukt haar. Ze schetst een bijzondere soort intimiteit waarin ze je als lezer binnenlaat. Eenvoud en tegelijk pertinent, mysterieus en aantrekkelijk, ontroerend en helend en zo nu en dan ongrijpbaar.

Lees verder

Alja Spaan – losse honden

Alja Spaan heeft een geheel eigen en uitdagende werkwijze. Zo ontstaat in de bundel ‘losse honden ’een lang lint aan gedichten. Herbert Mouwen: ‘Ook de gedichten zelf hebben de vorm van een rijgsnoer, een kralenketting. Ze zijn opgebouwd uit een reeks beelden die de lezer leiden naar het einde van het gedicht. Elk element van die dichtsnoer is een schakel, soms een kleurrijke kraal, dan weer een glanzende parel, die meestal associatief aan de (dubbele) draad van het gedicht geregen is.’

Lees verder