Gedichten

Joyce de Badts

Kijk, sorry dat ik dit nu zo moet zeggen, maar
als gij uw tong laat uitrusten in mijn mond
dan is dat geen poëzie.

Kijk, het zit zo
als uw poot mijn hals omvat, mij zeker optilt
dan is dat godzijdank geen verhaal, zelfs geen aanzet daartoe.

Zie,
als gij uw armen opvult, met mijn rug bijvoorbeeld, dan ben ik
vergeef mij dat ik dit zo zeg, zo platvloers misschien, maar dan ben ik
gerief, hoe heet zo’n ding, een inbus, waar gij dingen recht mee trekt,
iets mee vastschroeft voor de eeuwigheid.
Of wat daarbij in de buurt komt.

En ik weet het, nogmaals sorry, maar ik ga dit toch liefde moeten
noemen.
Gij houdt niet van woorden, dat weet ik ook wel

Lees verder

Klassieker 148: Hans Faverey – Het sneeuwt

Herbert Mouwen bespreekt ‘Het sneeuwt’ van Hans Faverey.
“Bij elke lezing word ik geboeid door het volgende: het gedicht is opgebouwd uit slechts drie zinnen en wanneer ik het gelezen heb, lijkt alle inhoud eruit verdwenen, is er niets overgebleven. Hoe kan een gedicht zoiets bij de lezer teweegbrengen? En: waar blijf ik als lezer na lezing van Faverey’s gedicht?”

Lees verder

Ellen Deckwitz – De steen vreest mij

Dikwijls is in poëzie datgene waar je het meest aan moet wennen ook het meest interessante. Ivan Sacharov komt in De steen vreest mij van Ellen Deckwitz volop aan zijn trekken, ook al begeeft de dichteres zich met haar drang om een gepolijste bundel af te leveren op glad ijs.

Lees verder

Nieuwe gedichten Hedwig Selles

‘Ik zorg voor mezelf, zodat ik voor poëzie kan zorgen’, was het credo van Hedwig Selles (Zwolle, 1968) in een interview dat Meander Magazine met haar hield in 2007. Dat is in steeds sterkere mate een gouden formule gebleken.
Na haar debuut Jaarringen (De Beuk, 2002) verscheen IJzerbijt (Windroosreeks, Uitgeverij Holland, 2008) en recentelijk bij Uitgeverij P (Leuven, 2011) haar laatste bundel Schadenfreude, waar Meander Magazine een lovende recensie aan wijdde. Onlangs zond de dichteres ons drie nog niet eerder gepubliceerde gedichten.

Lees verder

Gedichten

Experimentele wetenschap Als kind liep ik vaak weg om mijn moeder op de proef te stellen ik kon niet weten wat ik zeker wist daarboven is er niets, daarboven is er niets ik vond het prachtig ik sloot het raam, om de hemel gerust te stellen mijn moeder deed geen wetenschap, wist weinig over de eigenschappen van ontreddering het is zo, dus moest het zo zijn ook toen ik niet terug keerde Commedia del arte Ook op waarheid kun je fantasie loslaten, een dorp, een huis, een deken in de voortuin meer heb ik niet nodig voor de huivering dus […]

Lees verder