Antjie Krog – Medeweten

Medeweten luidt de titel van de nieuwste bundel van Antjie Krog. Het opvallendste kenmerk van haar poëzie is de intensiteit ervan. Zij verstaat de kunst woorden te doen zinderen van spanning. Het zit in de scherpte waarmee zij scènes tekent, de vrijmoedigheid waarmee zij schrijft, haar directheid, vooral de absolute overgave aan de taal. Het is poëzie die in alle opzichten geëngageerd is en waarin zij zelf dus volop aanwezig is.

Lees verder

Piet Gerbrandy – Voegwoorden. De gedichten

Weinig dichters zijn zo direct herkenbaar als Piet Gerbrandy. De nieuwvormingen, de taal als onweerstaanbare verleidster, de noodzaak van een passende vorm, de humor, het zichtbare plezier in de formulering zijn constanten in zijn werk en dat blijkt nog eens overtuigend uit zijn verzamelde gedichten die in januari verschenen onder de titel Voegwoorden. De gedichten met daarin de tien bundels die hij van Weloverwogen en onopgemerkt (1996) tot en met Vlinderslag (2013) schreef met daaraan toegevoegd twintig nieuwe gedichten onder de naam Kelderwijn (2014).

Lees verder

Ilja Leonard Pfeiffer – Idyllen. Nieuwe poëzie

Pfeijffer dicht als niemand ooit tevoren, juicht het achterplat. De aanduiding ‘Nieuwe poëzie’ in de titel claimt dus volstrekte uniciteit, en zou niet simpelweg betekenen dat Pfeijffer na de vier bundels die hij tussen 1998 (debuut met van de vierkante man) en 2005 schreef en die in 2008 in De man van vele manieren verzameld werden, los van het Poëzieweek-geschenk Giro giro tondo eindelijk met een nieuwe bundel komt. Maar voor zover deze poëzie ‘nieuw’ is, is dat hooguit binnen het oeuvre van Pfeijffer, en niet omdat met de Idyllen de dichtkunst onvermoede stappen voorwaarts zet. Gelukkig hoeft dat ook helemaal niet.

Lees verder

Gedichten

Jos Versteegen

Kikker gooit handgranaat

1

Een manufacturenzaak in Oost, groot gezin,
met een broer sliep ik in het schuurtje.
De muizen, steeds. Vliegende muizen, zeiden wij.
’s Ochtends in je hemd door het gras
naar de gootsteen in de keuken.

De buurman had een kolenhok.
In onze tuin wrikte ik een plank los, onderaan,
dan schepte ik wat kolen weg, niet veel,
hij mocht de voorraad niet zien slinken.
Als je geen plezier had, lag het aan jezelf.

Veel op straat, laat op school.
De Berlagebrug stond open –
de broeder zei het eerder nog dan wij.
Lachen, streken, kleine rottigheid.
Scheldnamen, elke jongen. Ik was Kikker.

Lees verder

‘Ik keer weer terug naar de vormvaste gedichten’

Hoe begint een aspirant-dichter met zijn eerste gedicht? In wiens traditie schrijft hij en wat zijn de regels? Weinig dichters vroegen zich dit af bij het schrijven van hun eerste werk. Voor hen en voor ieder die volgt is er nu Jos Versteegens toegankelijke poëzieboek De bliksem in je pen, met de basisregels en –begrippen voor iedereen uitgelegd. Jos Versteegen (Helden, 1956) publiceerde al zes dichtbundels en hij doceerde al lang poëzie op de Schrijversvakschool toen de vraag kwam van een redacteur van Meulenhoff of hij dat lesmateriaal niet eens wilde bundelen voor een boek. Daarom is er nu De […]

Lees verder