Gedichten

in situ over hypnotiserende beatsdrongen vreemde geluiden zich op aan mijn orenik hoorde geronkvan motoren in de uitgestrektheidvan akkers op landkaartenuitgesmeerd van de stad tot aan de rand iemand verteldedat bijen weer geroddel aan het verspreiden waren het gonsde vangeruchten en zonde net als jijheb ik slechts een tweede begrepenvan wat het is om alleen te reizen en samendreven wij de stilte uitwe hielpen elkaarde zomer volledig te lezen over hypnotiserende beatshoorde ik niets meergeen vreemde geluidennoch geronk van motoren of echo’s in uitgestrektheid van akkersslechts vogels in bomen roerden zich nog aan de rand convento de santa maria de […]

Lees verder

‘Niet Sacha Landkroon staat te twijfelen aan de oever van de grote zee’

Sacha Landkroon (Groningen, 1984) is een poëtische ontdekkingsreiziger. Zijn debuutbundel Terra Incognita verschijnt na het winnen van het Hendrik de Vriesstipendium. In de bundel verkent hij de grenzen van zijn eigen wereldbeeld. Zijn eigen ontwikkeling tot volwassen individu beschrijft hij als een denkbeeldige queeste door verschillende werelden.

Lees verder

Ilja Leonard Pfeijffer – De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten

Komrij heeft een opvolger van formaat. Zijn bloemlezing kun je zonder overdrijving De Dikke Pfeijffer noemen. Hij heeft een geheel eigen selectie gemaakt uit respect voor Komrij: een eigenzinnig bloemlezer volg je niet zomaar na. Dat maakt ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’ tot een imposante en bij tijd en wijle ook amusante bloemlezing. Een recensie door Hans Puper.

Lees verder

Klassieker 207: C.O. Jellema – De toren van Snelson

Wie door de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum loopt, kan zomaar oog in oog komen te staan met een indrukwekkend en raadselachtig bouwwerk: ‘Needle Tower II’ van Kenneth Snelson. Een bijzondere constructie van metalen buizen en staaldraad, die de wet van de zwaartekracht lijkt te tarten. Ook de dichter Jellema was onder de indruk van dit bouwwerk. Het gedicht dat hij erover schreef, heeft eveneens iets raadselachtigs: het geeft zich niet na eerste lezing prijs. Jan Buijsse reikt ons de helpende hand.

Lees verder

Gedichten

Het mist I Ze kreeg een bouwdoos, zette vier palen in een gatenplaat, schoof langs de gleuven voor- en achtergevels op hun plaats schuren geurden naar ingedikte tractorolie oogstverhalen, schoffels hingen schuintegen de zomerwind, deurklinken gingen in verzet  planken opgebroken, opengezette hokken, ze wiste de witte plekken op behang, zwakte het gissen af naar een waarom en hoe. II Iemand, zij, is uit een trein gestapt, waadtdoor een weiland zonder voeten, zoals een koedoor morgennevels gaat, ze trekt een lijn van links, van rechts, omhoog de hemel intwee haakse lijnen raken daar elkaar, de eenvoud van een nok een accordeonist […]

Lees verder