Levina van Winden – Er is een band die rapemachine heet

Recensent Ivan Sacharov bespreekt in deze longread de debuutbundel ‘Er is een band die rapemachine heet’ van Levina van Winden, waarvan de titel hem doet denken aan het sprookje van Repelsteeltje. Over het interpreteren van een gedicht zegt hij: ‘Een gedicht laat zich heel goed vergelijken met een wolk die een fraaie vorm heeft, maar zelf niet weet wat hij voorstelt.’

Lees verder

Een dichtersdagboek uit 1624

“Er zijn slechts weinig grote dichters die een toon van de tederheid aanslaan die ons nu nog raakt. Vondel, Hooft, misschien Huijgens, Luijcken of van Foquenbrock” en David Beck die in deze column door Hans Franse belicht wordt. “Er zijn überhaupt weinig grote dichters, maar het is plezierig een mindere God zo precies te kunnen volgen”.

Lees verder

Klassieker 243: P.C. Boutens – Morgenlijk verwachten

Het was op 20 februari 150 jaar geleden dat P.C. Boutens werd geboren. Reden voor Simon Mulder om deze dichter terug in de spotlights te plaatsen. Niet enkel met drie podcasts door het Feest der Poëzie én een nieuwe bloemlezing bij Uitgeverij HetMoet, maar ook met een bespreking van een van zijn gedichten voor Meander Klassiekers: ‘Morgenlijk verwachten’.

Lees verder

Naomi Montroos – Regenboom – Palu di áwaseru

‘Regenboom (Palu di áwaseru)’ het poëziedebuut van Naomi Montroos, kent twee hoofdmotieven: milieuvervuiling en water in alle mogelijke vormen. Volgens recensent Maurice Broere kijken we sinds de Tachtigers toch wat vreemd naar kunst met een boodschap: ‘Dat betekent niet dat er met een opgeheven vingertje wordt opgeroepen ons gedrag te veranderen. Nee, het wordt louter gesignaleerd en de lezer kan zelf zijn conclusie trekken. Een veelbelovend debuut, waarin indrukwekkende verzen staan met universele thema’s.’

Lees verder