Bladeren door Meander
Nieuwsbrief 22 / 31 mei
Oneindig blauw
Blauw is oneindig. Blauw is dubbelzinnig. Blauw is geniaal. Blauw is alles, blauw is niets. Blauw is in. Blauw 1. Er is voor iedereen een blauw. Even ruim en ongrijpbaar als de kleur blauw is de definitie van ‘poëzie’. Marianne Hermans in een originele column die past bij de kleur boven ons in deze zonnige dagen.
Rabin Gangadin
De dichter Rabin Gangadin noemt zijn werk poëtische nijverheid maar het is veel meer dan dat. ‘Misschien is dit / het verdwijnpunt / waar mijn gedachten / naartoe glijden /wanneer ik niet oplet.’ De gedichten hebben een personage dat overgeleverd lijkt te zijn aan iets dreigends in hemzelf, iets ongerijmds dat ons noopt door te gaan met lezen.

Emilie Dewitte - De Stolling
De tweede bundel van Emilie Dewitte is getiteld ‘De Stolling’. Jaap Bos vraagt zich af of je met taal ‘een stolling’ kan aanleveren, een gat kan afdekken, en een herinnering kan achterlaten? Dewitte slaagt hier wonderwel in en Bos noemt het ‘een magistrale bundel, geschreven door iemand die met trefzekere hand de taal naar haar gemoed weet te zetten.’
Interview Saskia De Vriese
‘Om te kunnen begrijpen’, zegt Saskia De Vrieze, ‘moet ik vastleggen: een soms comfortabele illusie, dan weer een oncomfortabele realiteit. Dingen op een gepast woordenrijtje zetten om ze daarna te kunnen loslaten. In die zin is schrijven voor mij vooral een oefening in loslaten.’ Haar liefde voor poëzie en taal in het algemeen, voelt niet als een keuze, maar als iets dat er altijd al was.

Toon Tellegen - Op mijn tenen
Sander Ausems bespreekt ‘Op mijn tenen’ van Toon Tellegen: ‘De bundel beschrijft het ouder worden, de dood en het bijkomende verlies. Het legt met heldere taal bloot hoe fragiel eindes zijn en hoe moeilijk het kan zijn daarmee om te gaan. Tellegen weet zich veelal geen houding te geven hieraan en dat maakt het zo verdomde menselijk.’
De waarheid van de dichter
Volgens Goethe betekende 'waar' dat hij zijn leven had beleefd en verstaan zoals hij die heeft beschreven. Volgens Kloos moest je een enigszins ‘vals’ beeld van het leven geven als je bij de lezer ideeën wilde opwekken. Versregels van Van der Waals bevestigen: ‘Ik kan niet anders dan mijzelf verkonden, / Ik vind mijzelve steeds en overal.’ Romain John van de Maele opnieuw op zoek.

Laura Mijnders - Tussen vreemden
Ellis van Atten bespreekt ‘Tussen vreemden’ van Laura Mijnders: ‘De bundel geeft een inkijkje in het leven van en de zoektocht naar de wortels van Mijnders en haar familieleden, waarin iedere lezer iets in zal herkennen door de eenvoudige herkenbare beelden. Leuk detail: achterin de bundel is een QRcode die naar Soundcloud leidt waar je de gedichten kunt beluisteren.’
Nieuwsbrief 21 / 24 mei
Kwetsen in de poëzie
Willem Tjebbe Oostenbrink overweegt in deze column af te zien van het criterium in wedstrijdreglementen dat ‘de tekst niet kwetsend of discriminerend mag zijn.’ Krijgt poëzie hierdoor niet een beperking opgelegd waarmee meer zaken onbenoembaar en onzegbaar blijven? In een vrije, open samenleving behoort niemand het monopoly te hebben op betekenis en taal. Poëzie is een communicatiemiddel.
Jan Marten de Vries
Wat heerlijk weer eens sonnetten te krijgen en zeker van een man die taal beschouwt als klank. Van jongs af aan schrijft Jan Marten de Vries muziek en gedichten. Waar hij vooral bekend is als kerkelijke dichter, schrijft hij sinds 2023 schrijft ook sonnetten. Deze vorm biedt volgens hem ‘juist door de strenge vorm daarbinnen oneindig veel mogelijkheden om emotie uit te drukken.’
Het commentaar van Marc Bruynseraede
Het commentaar van Marc Bruynseraede komt in de vorm van een recensie van de bundel ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’ van Alja Spaan. Hans Puper heeft deze bundel al voor ons besproken. Bruynseraede geeft aan: ‘Ik schreef dit omdat ik iets anders te melden heb dan wat ik gelezen had bij de overige recensenten. Hij noemt het een ‘tweede lezing’.
Samuel Vriezen
Samuel Vriezen won dit jaar de Grote Poëzieprijs voor ‘De harmonie der scheuren’. Hij legt uit dat het werk ‘over alle mensen gaat’ en over ‘de hoop te mogen blijven leren’. Kunnen alle mensen eigenlijk een ‘wij’ vormen? Zelfs een politiek subject worden, het heft in eigen hand nemen, tegenover de rijke en machtige weinigen die meestal heersen? Beren op de weg zijn er genoeg.

Ton Naaijkens - Mondruimtes & matroesjka’s
In ‘Mondruimtes & matroesjka’s’ heeft samensteller en vertaler Ton Naaijkens poëzie opgenomen van hedendaagse Duitse dichters en de vertaling ervan. Peter Vermaat is onder de indruk: ''Naaijkens’ boek is tegelijkertijd een goudmijn, een caleidoscoop en een fata morgana. Het toont in één slag aan hoe breed de huidige Duitstalige poëzie is, hoe persoonlijk Naaijkens’ uitsnijwerk daaruit is en hoe actueel - en daarmee tegelijkertijd ook tijdelijk.''
Maria Bochicchio
Schrijven is voor Maria Bochicchio een voortdurende zoektocht. Haar werk draait om één rode draad – een open, existentiële vraag. Ze heeft een originele en epische stem, laat zich vooral inspireren door de poëtische intensiteit en spirituele spanning van Mariangela Gualtieri, door de essentiële en visionaire taal van Chandra Livia Candiani en door de verhalende gevoeligheid voor innerlijke waarneming van Mark Haddon.

Han Kang - Ik leg de avond in een la
In de bundel ‘Ik leg de avond in een la’ van Han Kang, treft Ivan Sacharov ‘fenomenale poëzie' aan. De gedichten drukken weemoed en eenzaamheid uit. De dichter probeert iets ongrijpbaars vast te leggen. In veel gedichten speelt kijken een rol. Sacharov duidt aan dat het verder gaat dan alleen kijken: ‘Ogen hebben in deze poëzie iets dat over de dood heen gaat’.
Nieuwsbrief 20 / 17 mei
Vive la rose
Van ‘Vive la rose’ wordt Hans Franse heel blij. Het gedicht van Ronsard is subtiele verleidingskunst waarin leven en dood samenkomen in de lichamelijke liefde. De teksten van de dove dichter werden op muziek gezet door Guy Béart, een Frans chansonnier. Er wordt van hem verteld dat, wanneer hij inspiratie kreeg voor een liedtekst, hij tijdens het bedrijven van liefde wegliep om het te noteren.
Klassieker 301 : Patrick Conrad – 1477
Jan Buijsse bespreekt '1477' van Patrick Conrad (°1945) - een gedicht met raadsels (gelukkig maar). In een montage van acht scènes, verlopend van het brede openingsbeeld naar de close up van de wolvenogen, wordt de dood van Karel de Stoute op bijzondere wijze belicht.

Het commentaar van Tom Veys
Schaken is een thema dat in verschillende vormen van de literatuur wordt behandeld. Schaken kan bovendien een uitgangspunt voor poëzie zijn, zo zegt Tom Veys. Hij toont dit aan met gedichten van verschillende dichters, waaronder een gedicht van Ingmar Heytze dat hij schreef naar aanleiding van het overlijden van de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Timman.

Interview Lotte Dodion
‘Poëzie is een oefening in aandacht, is adem, denk- en voelruimte, tegen de drukkende prikklok van de werkelijkheid in’, zegt Lotte Dodion. ‘Poëzie richt je aandacht op dingen die niet scrollend of in een to do lijst- te vangen zijn en waar we zelden meer dan een kruimeltijd aan geven, terwijl het net gaat over dat wat echt van waarde is, dat wat van ons mensen en medemensen maakt.’

Joris Iven - Quasi autobiografisch
In ‘Quasie autobiografisch’ van Joris Iven vindt Anneruth Wibaut het jammer dat de dichter in deze flinke bundel veel particuliere en observerende gedichten heeft opgenomen, terwijl de universele gedichten meer tot de lezer spreken en sterker zijn. Wibaut ervaart het zo: ‘Nu moeten we ons een paar keer door stukjes rijstebrij heen eten alvorens weer het Luilekkerland van de aansprekende poëzie te mogen betreden.’
Mens en gevoelens (2)
Nog even meereizend met dichter G. Nu naar een restaurant waarin Grieken wezenloos televisie blijven kijken, zwijgen zorgt voor ongemak, haargroei ook, als onze dichter in een gemeenschappelijk Japans bad stapt en iedereen dientengevolge eruit stapt. Japan bleef favoriet maar zeer nauw aan het hart ligt Curaçao en van dat alles wordt poëzie gemaakt. En mooie verhalen.

Kreek Daey Ouwens – Daun
‘Daun’ is een aangrijpende bundel over een jongen met het syndroom van Down, en meer dan dat. De dichter geeft nergens commentaar, zij geeft uitsluitend de gedachten van Daun weer, maar daarmee ondervang je het gevaar van sentimentaliteit niet. Maar Kreek Daey Ouwens heeft genoeg ervaring om niet in die valkuil te stappen.
