Gedichten

Mariano Shifman

SPINOZA OBJECIÓN A BERKELEY

Sobre tibios pilares de cemento
bajo el sol encantado de septiembre
un casal cumple el rito de la especie.

Lo contemplo sin ánimo idealista,
mi visión no construye seres nuevos:
las palomas existen por sí mismas.

Cuando el tiempo convierta el celo en crías;
cuando tiemblen las ramas con el brío
y mis ojos lejanos nada vean,

no habrá de verlas Dios para que sean

Dios es el celo, el huevo y el nido.

SPINOZA BEZWAAR TEGEN BERKELEY

Op lauwwarme pilaren van cement
onder de bekoorde zon van september
voltrekt een paar de rite van de soort.

Zonder idealistische bedoeling
kijk ik het aan, mijn visie schept geen nieuwe
wezens: de duiven bestaan voor zichzelf.

Als de tijd de paardrang in jongen omzet;
als de takken met elan zullen trillen
en mijn verschoten ogen niets meer zien,

hoeft God ze niet te zien om ze te doen bestaan

God is de paardrang, het ei en het nest.

Vertaling Fa Claes

Lees verder

Gedichten

Steven Graauwmans

Zet je schrijlings zacht klokkend
op mijn zij – slaags langsheen de zee
schuimkragend over mijn vaste war
begerige rots naar brandende handen

Schouwen wij je drama met kennersogen,
noteren bedrijvig de staat van het goed,
bewijzen met cijfermateriaal de houdbaarheid

Niet een drama dat je merkt,
de stokken van moeder en de toorn van vader
heb je met argumenten tegen verdacht

Je ontwijkt wijzende vingers
je bakent je aan grenzen:
met tastende voeten zoek
je steun in het struikgewas

Je hoort nog onderaan de stenen:
de branding die zich wreekt
op het land

Lees verder

Gedichten

Jelle Jan Klinkert

Evangelie

Er waren hoge bomen waar
grote ruwe vogels in nestelden.
Soms gooiden zij een jong naar beneden.

De wolken braken van hun geschreeuw.
De zon was al niet veel beter, scheen
groter en valer te zijn dan met Pasen.

Hij trok zich niets aan van ons roepen,
was verleidelijk, onzinnig uitgedost voor
weer een feest, het licht hielp ons niet.

Wij waren beneden, gevangen in ons rare leven,
anderen lachten om ons, was de deur niet
gesloten geweest, wij hadden geen

uitgang gekend. Maar nu riepen wij,
keken hemelwaarts, vroegen om nog
een jong, waren al half moedeloos.

Er scheen ook licht van buiten, anders
dan ik niet kon vermoeden of vrezen,
of ooit zou dromen. Maar ontwaakt

was de lente binnen geslopen.
Nooit eerder hoorde ik die vogel.
Het regende. Ik was toch gelukkig.

Lees verder

Gedichten

Fleur Bourgonje

Hartenbeest

Stel je bent binnen bereik in dit landschap,
je lijkt een van de wijs gebracht dier. Kom
kan ik zeggen, de dood is elders
daar hoor je niet, ik had je hier.

Stel ik ben steviger kleren gaan dragen, soort harnas
van stof, snijd er een loper van
begin die langzaam uit te rollen
voor flard samenzijn, ampere aanraking

blik, kort bonzen van je hart
in zijn jakkerend ritme: duizel, duizeling, ruisen
dat ademen wordt. Stel ik rol de loper
over de ijzeren spijlen van het wildrooster

klap in mijn handen, steen op steen, klik
met de tong op de troostende toon
van de vroegere vrouwen

vorm een kring, alleen, en omvat je
fluister kom
fluister haal hem

haal hem naar hier
hartenbeest hartendier-

Lees verder

Gedichten

Jan Doornbos

Naar Groenland en terug

We verscheuren de krant. Je kunt niet meer
lezen nu je vertrekt. Ik ben buiten zinnen:
schreeuwende koppen, verstikkende regels,

je wordt ingecheckt. Niets aan de hand
dan het zout in mijn ziel, de pest in jouw lijf.
Mijn hoofd staat in brand. De zenuwen

vliegen met jou in minuten naar Groenland
en terug. Zoals altijd. Samen je lichaam
verloren, samen je ogen naar buiten gericht.

De kou kan je redden. We worden bezien.
We slepen ons door je, we vriezen ons in.
De uitvreter krijst een barst in het ijs.

Lees verder