Archief
Kavafis - De onvoltooide gedichten
Misschien wel de belangrijkste reden dat wij kunnen genieten van de poëzie van Kavafis, lijkt mij hoe hij zijn betrokkenheid bij de wereld onder woorden brengt. De liefde, en de verschrikkingen die hij ook beschrijft. Ze zijn van alle tijden.
Klassieker 178: Leo Vroman - Een klein draadje
Hoewel er al vijf gedichten van Leo Vroman als klassieker besproken waren, achtte Wim Kleisen het passend er bij wijze van in memoriam een zesde aan toe te voegen. Vroman was 45 jaar oud toen hij ‘Een klein draadje’ publiceerde, een gedicht waarin hij zijn angst uitspreekt voor geestelijke aftakeling. Hoewel Vroman nog ruim een halve eeuw zou leven, bleef hij tot kort voor zijn dood scherp. En dichten.
Danny Degenaar - Ik heb de tijd
Ik heb de tijd van Danny Degenaar is een feest van speels beelden en meerduidigheid. Met verrukkelijke illustraties van Jet Crielaard. Een bundeltje om vrolijk van te worden.
Jeroen van Rooij - Niemand had er enig idee van wat er aan de hand was
In Niemand had er enig idee van wat er aan de hand was van Jeroen de Rooij brengt de poë je telkens opnieuw op zijsporen van waaruit je de weg terug zoekt. Je lijkt de weg terug te vinden, omdat je op plekken komt waar je eerder bent geweest, maar je hebt geen idee of je op de goede weg bent. Je blijkt in een labyrint te zitten waar je niet uit lijkt te kunnen ontsnappen, een ongrijpbare, transformerende wereld.
De hele bundel lijkt een 'lof der onzekerheid'. Een onbepaaldheid die je tijdens het lezen tot een grote concentratie dwingt.
'Puzzelpoëzie', maar van een soort die iets wezenlijks raakt.
Wie schreef de mooiste beginregel?
Gedichten
Vrouwkje Tuinman
Remise
Het fijne is, het is hier altijd dag.
Het is hier altijd avond. Het is hier
altijd zoveel graden. Er is een hand
die vaseline op je lippen smeert,
een buis die voor je ademt.
Naast je zit ik met een sjaal die
steek na steek voltooiing nadert.
Het fijne is dat het best snel gaat.
Vervelend is dat het te snel
gaat, ik veel te vlug voor jou
de draden aan elkaar vasthaak.
Ik zou mezelf niet kiezen als favoriete dichter
Vrouwkje Tuinman staat met haar nieuwe roman 'De rouwclub' (Nijgh & Van Ditmar, 2013) weer volop in de belangstelling. Dit werk werd zo mogelijk nog enthousiaster ontvangen dan de eerder bij dezelfde uitgever verschenen 'Grote Acht' ( 2005) en 'Buurvrouw' (2008). Voor Meander is zij vooral de dichteres van de bundels 'Vitrine' (2004), 'Receptie' (2007), 'Intensive Care' (2010) en 'Wat ik met de sleutel moet' (2011). Later dit jaar komt zij met een nieuwe bundel. Voor Meander een mooie preview hieruit: het gedicht 'Condities'.
Thomas Blondeau - Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen
Met Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen brengen de samenstellers een eerbetoon aan de veel te jong gestorven Thomas Blondeau. Zelf had hij de weg van romanschrijver en columnist gekozen. De vraag is of hij zelf blij zou zijn geweest met dit postume poëziedebuut.
Wat je verbergen wilt maskeer je
Twee jaar na zijn poëziedebuut 'Landdieren' (2011)verscheen van Peter WJ Brouwer begin februari de veelbelovende bundel Mascara, een strak, zwart-wit vormgegeven dichtbundel met 32 gedichten, voorzien van een proloog en een epiloog. Tijdens de druk bezochte presentatie in Cafe Skek in Amsterdam, zorgde de dichter ook voor een sfeervolle muzikale omlijsting samen met televisiemaker Michael Abspoel. Antoinette Sisto, die het genoegen had bij de presentatie aanwezig te zijn, besloot Peter aan de tand te voelen, onder andere over de totstandkoming van zijn nieuwe bundel.
Karin Boye - De diepe cello van de nacht
Anke van den Bremt vertaalde voor uitgeverij P de bundel 'De diepe cello van de nacht' van de Zweedse dichteres Karin Boye (1900-1941). Dat zij inhoudelijke complexiteit en innerlijke twijfel verpakt in een haast naïeve directheid is wellicht de belangrijkste reden waarom Boye tot op vandaag veel lezers aanspreekt. Haar even tragische als romantische levenseinde heeft er wellicht ook toe bijgedragen dat ze nog steeds behoort tot de meest gelezen Zweedse dichters.
Elk portret is een zelfportret
'Ik voel me verf' is een boek met vijftig portretfoto's van stadsdichters, met bij elk een gedicht van de geportretteerde over de ontmoeting met de fotograaf, Joost Bataille.
Johanna Geels - Wildberichten
Met toenemend plezier lezend in Wildberichten van Johanna Geels zocht ik een woord om de gedichten mee te typeren. Op blz. 26 vond ik 'bravoure', het gedicht 'Polderhazen' opent ermee. Gaandeweg noteerde ik meer steekwoorden: onderkoeld, afwerend, brutaal, illusieloos, maar ook betrokken en persoonlijk; realistisch, maar door allerlei onverwachte vertekeningen ook vaak bizar.
Annemieke Gerrist - Het volume van een logé
Het lijkt wel alsof Annemiek Gerrist elke keer dat zij zich in Het volume van een logé oriënteert op de werkelijkheid, door die werkelijkheid betoverd wordt. 'Met mijn geest zaken verlichten, en hun reflectie projecteren op de geest van anderen' dat is wat Baudelaire van zijn poëzie verlangde. Dat is waar naar mijn idee ook Gerrist overtuigend in slaagt.
Wat een goede poëzie.
Kreek Daey Ouwens - Blauwe Hemel
Kreek Daey Ouwens gebruikt in Blauwe hemel zonder moeite de woorden tranen, huilen, verlies en pijn. Rouw en verlies zijn de hoofdthema's waarover zij in haar gedichten vertelt. Ze doet dit fijnzinnig en hanteert hier en daar een krachtig beeld dat onder je huid kruipt. Voor wie niet bang is geraakt te worden.
Peter Drehmanns - Graafschade
Op de achterflap van Graafschade wordt vermeld dat Peter Drehmanns twijfelde of hij zou deelnemen aan de reünie van zijn ‘klas van 1971’, een zesde klas op de katholieke jongensschool in het Limburgse Haelen. Hij besloot uiteindelijk niet te gaan, maar de reünie te gebruiken als uitgangspunt voor een dichtbundel waarin hij alle 38 leerlingen en hun onderwijzer portretteert als degenen die zij in de verstreken veertig jaar geworden zijn.
(VCK 463)
(o3)
Terug naar Podium (1)
Klassieker 177: Willem Kloos - XXXIV (Der menschen hoogste smart is wonderbaar)
Wim Kleisen betreurt het, dat het dichterschap van Willem Kloos zo jammerlijk in alcoholisme teloor ging. Hij bewondert vooral diens vroege gedichten, zoals ‘Der menschen hoogste smart is wonderbaar’.
Krijn Peter Hesselink - Als niemand vangt
Wat is Als niemand vangt van Krijn Peter Hesselink goed geschreven! Ik kon geen zwak gedicht vinden in deze bundel. Natuurlijk spreekt het ene gedicht je meer aan dan het andere, maar ik kon blijven lezen, en met steeds meer plezier. De liefde voor het leven die in het motto is aangegeven klonk steeds duidelijker door. Het leven is niet leuk misschien, maar je kunt ervan leren houden. Het is absurd soms, maar doe je er een schepje bovenop, dan wordt het veel leuker! En zo wordt deze poëzie een hilarische troost, een manier om je bewustzijn zich aan de eigen haren uit het moeras te laten trekken, een vechten tegen windmolens, en nog winnen ook...
Wereldpoëzie uit Aruba
Het wonderlijkste van de poëzie van Nydia Ecury (Een droom die ik heb) is dat je haar kunt blijven lezen; ze bevat blijkbaar dat mysterieuze aspect dat je keer op keer tot je wilt nemen, ook al ken je de gedichten van buiten. Het is, om Nijhoff te parafraseren, alsof je meer leest dan er staat.
Wat het meeste raakt is de warmte waarmee elk gedicht geladen is. Ook het verdrietigste. Het zijn gedichten die in alle opzichten 'echt' zijn.
Alfred Schaffer - Mens Dier Ding
Mens Dier Ding van Alfred Schaffer volgt de levensloop van de Afrikaanse tiran Shaka Zoeloe. Maar de dichter speelt hier met de feiten en brengt Sjaka naar de huidige tijd. Hij hanteert en verweeft verschillende genre's en verhaallijnen. De woorden en beelden die hij hiervoor vindt maken indruk.
Gedichten
Martin Carette
SYRISCH KIND
ineengedoken, de ledematen opgetrokken,
als vergroeid met de muur,
(het laatste blaadje van een scheurkalender
tegen zijn bordkartonnen einde)
klein, zo zonder rilling en zo bewegingloos
als maar kon, in de wijd open ogen
(die blonken, zo wist ik dat je leefde)
geen waken, geen angst, maar een kwetsbaar
besef van zichtbaarheid,
(was je een mens, ik noemde het starre
radeloosheid - verwachting? - dat elk moment
de dodende trap kon komen, de wrede
wurgwrong van de hand, leeg)
zo ziek en zwart lag jij, stadsrat, in een portaal,
zag je mij stilstaan, voorbijgaan.
Klokslag zeven diezelfde avond zag ik je terug,
in het journaal, de gelaten bli
Over stadsdichter zijn en meer
Al debuteerde hij betrekkelijk laat (in 2006), Martin Carrette is al lang gepassioneerd door poëzie, en dat zal zo blijven, ook na zijn stadsdichterschap in Deinze (van 2010 tot 2013). Hij publiceerde in Gierik/NVT - Verba - De Standaard en bracht vier bundels uit: 'Boswording' (2006) - 'echo's van raveel e.a.' (2008)- 'De Kleinmansuite' (2011) en 'Alles viel samen' (2013).
