Bladeren door Meander
Nieuwsbrief 45 / 30 november
Aiiii…. Het einde van de ambachtelijke dichter?
Marianne Hermans over onze nieuwe schrijvende vriend die in allerlei verschijningsvormen opduikt op hippe (tech)festivals en bibliotheekevenementen: de poëziebot. AI inzetten voor het schrijven van poëzie kan op vele manieren. Maar zit de waarde van het hele proces van schrijven niet in het plezier van het vinden van de woorden, het gezwoeg, het kneden van de taal, het gisten en even laten rusten?
Arnout ter Haar
Herkenbare gedichten over vervreemding en eenzaamheid, gemis aan iemand die er niet meer is. Vreemde kleurloze vissen die zwijgend in zinloze kringen zwemmen, tijd met naald en draad aan elkaar rijgen, ongenood stilte en kou aan tafel krijgen die hem leegvreten, de dichter, ons. Morgenavond komen ze terug, door roeien en ruiten. Iemand nog koffie?

Het commentaar van Hans Franse
Onder onze eigen recensenten zitten tevens dichters wier bundel besproken wordt door een collega. Dit stuivertje wisselen is een aparte ervaring. Nu ben jij overgeleverd aan iemand die jouw poëzie onder de loep neemt. Hans Franse geeft commentaar op de recensie van zijn bundel ‘Zelfportret met woord’, geschreven door Maurice Broere.
Interview Ali Şerik
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het zevenenvijftigste gesprek, met Ali Şerik. ‘Ik zie mezelf niet als recensent, eerder als dichter.’ Hij probeert de taal van de poëzie te begrijpen. ‘Elk woord heeft zijn eigen geheim, verscholen tussen de letters als in een recept. Ik probeer die ‘recepten’ van woorden te ontrafelen. Woorden hebben bovendien een geheimzinnige interactie met elkaar.‘

Robbert-Jan Henkes - Nachttrottoir
‘Nachttrottoir’ van Robbert-Jan Henkes biedt volgens Anneruth Wibaut ‘virtuoos taalspel, humoristisch en respectvol toegepast. En door alle stijloefeningen is het ook een soort leerboek of naslagwerk voor dichters, je kunt er je kennis over alle poëtische stijlmiddelen, van vormvast en streng metrisch tot heel vrij, mee opfrissen.’ Henkes bewerkte het gedicht ‘Nacht. Trottoir. Drogist. Lantaren’ van Aleksandr Blok op zevenenzeventig verschillende manieren.
Aline Serverius
Een dichter met een strofe als ‘de nachten ademen behoedzaam/zandkastelen met vlaggetjes en al’ en een regel als ‘mijn benen nog geen grote klompen ijs’, neemt ons mee in de beelden die ze oproept, beelden waaruit we niet snel meer losraken, ‘tussen dichtbij en veraf ligt een land/ ondoorwaadbaar uitgestrekt’, of we aankomen is niet zeker, niet belangrijk ook.

Katelijne Brouwer -laat mijn egel met rust
Taco van Peijpe bespreekt ‘laat mijn egel met rust’ van Katelijne Brouwer: ‘Deze gedichten gaan over dieren, maar tegelijkertijd over menselijke gedragingen en gevoelens, die met milde ironie worden beschreven. De meeste gedichten in deze bundel brengen me in aangename poëtische of contemplatieve stemming, maar er zijn ook een paar bij die daarvoor te anekdotisch zijn en waarin alledaags menselijk handelen en beschouwen overheerst.’
Nieuwsbrief 44 / 23 november

Humor en poëzie
In de poëzie heeft humor vaak een bijklank van aardig, oppervlakkig, niet serieus. Willem Tjebbe Oostenbrink is voor humor in gedichten, gedoseerd, waar je overheen kunt lezen. En waar je tegen aan kunt lopen of over kunt struikelen, afhankelijk van bril en humeur. Humor als het spelen met dubbelzinnigheden in poëzie, kan een verrijking zijn.
Inès Al Share
Inès Al Share schrijft over diaspora, identiteit en culturele vervreemding en gebruikt poëzie als middel om te spreken over wat vaak onuitgesproken blijft. Het zijn bloemrijke gedichten voor de geduldige lezer, interessant en met een welkome nieuwe toon. De gedichten hebben voldoende zeggingskracht, ook al kunnen we als lezer niet ieder woord ontrafelen. Het is tijd dat we ook gedichten uit/over een andere cultuur publiceren.

Paul Demets - Moederkoren
Johan Reijmerink bespreekt ‘Moederkoren’ van Paul Demets: ‘Door de fascinatie die Demets heeft opgevat voor de films van de Belgische cineaste Chantal Akermans, is de intense zelfvervreemding en verwondering, afkeer en angst voor wie we zijn, zijn poëzie binnengekomen. De dichterlijke beleving van kindertijd tot volwassenheid komen langs, die de trekken van een spiegelpaleis vertoont waarin zich de nodige onvoorstelbare vertekeningen, verschuivingen en gedaantewisselingen aan het ik voltrekken.’
Interview Elisa Schepens
De vrouwen in de familie van Elisa Schepens schrijven graag. Haar bundel is een intieme herinneringsatlas, waarin jeugd, familie, huis en natuur vervlochten worden. Het is een ode aan geborgenheid, een ontdekking aan sferen. Het verkennen en een roeping van een diepere laag binnen de spirituele wereld lijkt een offer te vragen: het ontbinden van de gekende realiteit.
Els Moors - Voer voor struikrovers
De bundel 'Voer voor struikrovers' van Els Moors, heeft volgens Francis Cromphout een duidelijk filosofisch karakter. De hoofdthema's zijn de dood (zelfmoord) en de moeizame relatie tussen man en vrouw. Er is het streven naar liefde en zegt Cromphout: 'Als er berusting is in de paradoxale vrijheid waartoe wij gedetermineerd zijn, ziet zij hoe de grens tussen het dierlijke en het menselijke wordt weggegomd'.
Kees van Scherpenzeel
Kees van Scherpenzeel maakt sonnetten. ‘Ik wil dat je mijn gedichten kunt zingen’. Door die vaste rijmvorm associeert hij beter en komt hij op plaatsen waar hij met een vrij rijm nooit was gekomen. Het is knap wanneer iemand in deze rijmloze vrije-vers tijden erin slaagt om gedichten te maken waarin wel rijm en metrum zit zonder dat het duf of ouderwets overkomt.
Sandrine Verstraete - kamers
Het voorplat van 'kamers', de tweede bundel van Sandrine Verstraete, is opmerkelijk: alleen de titel staat erop. De naam van de dichter staat op de achterkant. Een vondst, want de dichter ervaart een versnippering van haar persoon, ze heeft geen vastomlijnde identiteit, iets wat een naam juist wel suggereert. Een recensie door Hans Puper.
Nieuwsbrief 43 / 16 november
Joost
Hans Franse dankt Joost Prinsen voor zijn betekenis en bijdrage aan het plezier en de emancipatie van ons allemaal en voor alle aandacht aan de poëzie, de vriendelijke Joost, die zo van gedichten hield en zo mooi kon declameren en die zich niet meer goed kon houden bij het ontroerende gedicht van Willem Wilmink over ‘...Ben Ali Libi, de kleine schlemiel’.
Klassieker 295 : Hagar Peeters – Genoeg gedicht over de liefde vandaag
Joost Dancet bespreekt het titelloze gedicht 'Genoeg gedicht over de liefde vandaag' uit de gelijknamige debuutbundel uit 1999 van Hagar Peeters (°1972). Een gedicht waarin zij een ingenieus spel speelt met en over liefde en poëzie, minnaars en gedichten. Tegelijk psychologisch-existentieel en ironisch-grappig.
Winnaar Rob de Vos-prijs 2025
Vandaag de bekendmaking van de winnaar van de Rob de Vos-prijs 2025. De eerste prijs is gewonnen door Rik Dereeper met zijn gedicht 'Veldstraat 39'. De tweede prijs gaat naar Koenrad Moerman met zijn gedicht 'Wolf'. De derde prijs is voor Irene Schoenmacker met haar gedicht 'Een fietstocht'. De jury legt uit waarom deze gedichten eruit sprongen.
Interview Jos van Hest (2)
Wat heeft Jos van Hest toch met readymades? Hoe herkent hij de taalkracht in iets wat hij toevallig hoort? Hoe onthoudt hij de teksten en hoe vormt hij ze om? Een beetje de draak steken met literatuurders ligt Jos wel. ‘Als je oog krijgt voor readymades kun je de ophef verliezen en licht worden.’ Vandaag deel 2 van dit inspirerend gesprek.

Rob de Vos-prijs 2025 Eervolle vermeldingen II
De bekendmaking van de winnaars van de Rob de Vos-prijs 2025 is op 14 november. Vandaag de laatste vier genomineerden die een eervolle vermelding kregen. Het zijn: Johan Hadeke met zijn gedicht ‘Dwaalgast’, Hans Rothuizen met zijn inzending ‘Nataliteit’, Wasima Khan met haar gedicht ‘De droomvluchtige’ en Annika Cannaerts met haar inzending ‘Spartel’. De jury geeft weer uitgebreid en deskundig commentaar op de gedichten.
De eerste honderd (8)
In deze aflevering van Wim van Til de opvallende titels van de bundels uit de jaren ’70: ‘Afschuwelijke roze yoghurtman’ (Gust Gils), ‘De quark en de grootsmurf’ (Jan Elburg), ‘Mijn broertje kende nog geen kroos’ (Arie van den Berg) of de omslagen van de bundels waarop vooral de getallen opvielen (24, 15, 3). Het werd een sport om meer van die bundeltjes te pakken te krijgen.
