Bladeren door Meander
Maskom P.
Maskom P. is het pseudoniem ontstaan uit de droom van een geliefde. Meer dan een naam is het een plaats, voor comfort en braakliggende mogelijkheden. Het is het proces van verkennen en opnieuw terugkeren. En dat is volgens haar ook precies wat poëzie doet. En dat kunnen we hier lezen, een ontroerende breekbare schoonheid vol vragen en verlangen.
Kerstboodschap
Wij wensen u een lichte, vredige, warme, veilige Kerst met het 'niet denkend aan morgen; dromend tegen de hemel' van Hans Lodeizen.
Graa Boomsma - Breken is bouwen. Vijfenzeventig jaar Vijftigers
‘Breken is bouwen’ van Graa Boomsma gaat over vijfenzeventig jaar Vijftigers. Hans Puper vindt het een goede titel, want bij de dichters en experimentele prozaschrijvers als Schierbeek kom je die opvatting in vele variaties tegen. De poëzie van sonnettenbakkers en andere verzenmakers voldeed na de oorlog niet meer, hun taal kraakte ‘als kostschoolse gewaden’ (Lucebert). Een longread.
Een omgeving is wat men er van ‘maakt’ – de vroege visuele gedichten van Roland Jooris
Er zijn weinig Vlaamse dichters die zoveel aandacht hebben geschonken aan het visuele aspect van het-in-de-wereld-zijn als Roland Jooris. Hij heeft de automatische cameratechniek meermaals toegepast, een gedicht wordt als het ware vastgelegd door een dashcam. Nu en dan wordt de visuele herkenning samen met de daaruit voortvloeiende zingeving niet volledig ontbloot. De dichter schrikt van het beeld en onderbreekt de gebeurtenis door de woorden.

Pieter Boskma - De stiltevariant
In ‘De stiltevariant’, de nieuwe bundel van Pieter Boskma, vindt Taco van Peijpe ‘varianten van rouw, troost en liefde’. Opvallend zijn de vele stijlen die de dichter hanteert. Van het vrije vers tot de traditionele vorm. ‘Het taalgebruik zweemt soms naar dat van oudere schrijvers’. Van Peijpe zegt dat Boskma zich niets gelegen laat liggen aan mode of drang tot vernieuwing, hij wil de lezer bereiken.
Nieuwsbrief 48 / 21 december
Poëzie van het volk
Een buitelende column die beweegt van materiaal uit een programma van de NOS ‘Onder de groene linde’ waarin Ate Doornbosch met zijn opnameapparaat volksliedjes vastlegde, tot geëngageerde en protestzangen, waarvan niemand weet waar de tekst vandaan komt die ineens een historische betekenis heeft, via familiefeestjes met liedjes in een notoir Leidse tongval, tot theatervoorstellingen van en met Dario Fo. Natuurlijk van Hans Franse.
Klassieker 296 : Paul Rodenko – Bommen
Yke Schotanus bespreekt in deze bange tijden een gedicht uit december 1945. Het gedicht 'Bommen' van Paul Rodenko (1920 - 1976). Een gedicht waarin de beklemming van een bombardement intens voelbaar wordt gemaakt.

Elisa Schepens - In de verte is ze hier
Tom Veys vindt ‘In de verte is ze hier’ van Elisa Schepens meer dan een geslaagde debuutbundel. Hij noemt het ‘een poetische biografie’ die overtuigt: ‘Er komen veel talige beelden voor die dicht bij elkaar worden uitgewerkt, dus voer voor de fijne poëzielezer. Het spel met woorden is intens, soms beklemmend, de bundel laat je zoeken.'

Interview Mahlu Mertens
Mahlu Mertens zoekt naar beelden, naar zintuiglijkheid, naar humor en situaties die haar poëzie een gevoelslading geven. Haar theaterachtergrond beïnvloedt haar stijl. Ze streeft er naar om toegankelijke, maar precieze en gelaagde poëzie te schrijven. Daarvoor speelt ze met beeldspraak, onnadrukkelijk rijm, ritme en nieuwe verbindingen. ‘Het is heel gemakkelijk om moeilijke dingen moeilijk uit te leggen, maar heel moeilijk om moeilijke dingen makkelijk uit te leggen.’

Jos van Hest - Zie hoe eenvoudig
Jos van Hest doet aan omdenken, in deze herziene en uitgebreide uitgave van ‘Zie hoe eenvoudig’ uit 1990, volgens Ali Şerik: ‘Hij zoekt de grens op tussen wat werkelijk kan en wat niet, en spiegelt dat aan onze verbeelding.’ De bundel wordt vaak onder kinderpoëzie geschaard, maar is voor alle leeftijden, zegt Şerik. ‘In zijn werk schuilt een diepe glimlach en nuchterheid, een subtiele spot met de werkelijkheid.’
Jac. M. Janssen
Een moedercyclus van dichter Jac Janssen, ‘om begrip te bouwen en gewoon / weer kwijt te spelen wat ik / zo ooit / later pas begrijpen zal.’ Of nu dan, de onthechting van het leven, het verlies van de werkelijkheid, het verhaal herschrijven, met alle respect en liefde van een zoon voor zijn moeder, zonder overbodige sentimenten maar gewoon zoals het is.

Roel Richelieu Van Londersele - De geheimen van de literatuur
‘De geheimen van de literatuur’ van Roel Richelieu Van Londersele komt met twee ondertitels: ‘Mijn wilde jaren met onze grote schrijvers’ en ‘Met concrete adviezen voor beginnende schrijvers en dichters’, Jeroen van Wijk richtte zich op de adviezen voor beginnende dichters en hij is enthousiast: ‘Wanneer je het advies van Van Londersele toepast zul je zien dat de kwaliteit van je gedichten met sprongen vooruit zal gaan.’
Nieuwsbrief 47 / 14 december
Door een gat in de heg
‘Als ik een voetballertje was geweest, had een buurman als Abe Lenstra ongetwijfeld diepe indruk op me gemaakt’, schrijft Rogier de Jong. Maar helaas of niet, hij had meer met woorden. Vasalis, deze imposante, karaktervolle vrouw, wier bundeltjes bij hen in de boekenkast stonden, maakte iets in hem los en door een gat in de ligusterheg kwam zij bij hen buurten.

Interview Francis Cromphout
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het zestigste gesprek, met Francis Cromphout. Al sinds zijn jeugd is poëzie voor hem de innerlijke weg geweest die inzicht en gevoel kon samenbrengen. Hij publiceerde gedichten en een novelle in het Spaans en gedichten en een roman in het Frans. Ook is hij musicus-componist en treedt nog altijd op in verschillende groepen als zanger en saxofonist.

Bloemlezing - Er hangt iets van lente in de klas...
Jac Janssen verloor zich compleet in de bloemlezing ‘Er hangt iets van lente in de klas… Nederlandstalige onderwijsgedichten vanaf de dertiende eeuw tot nu’, onder redactie van Theo Magito & Henk Sissing. Janssen merkt op: ‘Buiten het pure genot van het lezen biedt deze enorme verzameling thematisch gekozen verzen ook allerlei praktische mogelijkheden, zoals onderzoeken hoe de dingen zijn veranderd in de loop van de eeuwen.’ Een longread.
Interview Hanna Kirsten
Zonder schrijven ademt Hanna Kirsten niet. ‘Het betekent de dagelijkse routine doorbreken. De eettafel uitruimen voor een schrijfplek onder het glazen dak. Licht en stilte.
Een zee van tijd in de agenda vrijmaken voor lezen, met de pen de lege ruimte van papier vullen, clichés neerkrabbelen en later wegschrappen, hardop lezen en voor de zoveelste keer geconcentreerd woorden proeven, die tegen elkaar afwegen.’

Rodaan Al Galidi - De laatste die ontwaakt
In ‘De laatste die ontwaakt‘ van Rodaan Al Galidi, draait het om iemand die sinds zijn vijftiende begon te slapen en vijfentwintig jaar later wakker wordt en zich realiseert dat hij al die tijd niet geleefd heeft. Francis Cromphout noemt de dichter een meester van het absurde, maar zegt erbij: ‘Nochtans is het Rodaan Al Galidi droeve ernst‘ Het gaat ook over zijn land van herkomst en zijn adoptieland.
De eerste honderd (9)
Het is nog maar 1975, dat jaar waarvan Wim van Til wilde dat het veel langer zou duren want hij vond er zoveel moois en bijzonders. Op 24 januari begon het al: acht bundels in de uitverkoop bij boekhandel Bijleveld. Van zijn studiegeld en uitzendwerkopbrengsten kocht hij later nog 65 bundels, wat het totaal op zijn plank bracht op 111. Daar zat die honderdste dus ook tussen ...

Juryrapport Rob de Vos-prijs 2025
In het juryrapport van de Rob de Vos-prijs 2025 blikken de jury en de organisator terug op hun ervaringen met de wedstrijd van het afgelopen jaar. Het rapport laat zien hoe het er achter de schermen aan toegaat, waarom bepaalde gedichten afvielen en waarom andere juist bleven hangen. Daarnaast maken we de top 30 bekend!
Nieuwsbrief 46 / 7 december
Dat ben ik, die jongen
Een anekdote over de lagere school. Is Jan Loogman de lelijke driftkop of gewoon de jongen die zich vergiste en heeft de meester het verkeerd. Het antwoord op die vraag is dat hij beide jongens is. Hij is dat kind inmiddels niet meer maar hij koestert hem, net als in het gedicht van Toon Tellegen, Dat ben ik, die jongen.
Interview Anneruth Mathilde Wibaut
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het negenenvijftigste gesprek, met Anneruth Mathilde Wibaut. Ze vindt het heerlijk om steeds een maand of langer met een bundel te leven. ‘Ik stel me er een eer in om altijd ook de pareltjes te benoemen, ook als ik de gedichten onder de maat vind of ronduit slecht. Dat is misschien een erfenis uit mijn jaren voor de klas.’
