Bladeren door Meander
Klassieker 297 : Anna Blaman – Winter
Hettie Marzak staat stil bij 'Winter', een sonnet dat Anna Blaman (1905 - 1960) publiceerde in 1940. Niet alleen de vensters zijn bevroren, maar ook de ‘ik’ zelf is verstard en koud als ijs. Voor het raam legt zij - eenzaam en alleen - het ‘bodemloos bestaan’ waarover ze nadenkt langs de meetlat van haar verwachtingen. Buiten worden de voetstappen, van een geliefde waar ze naar verlangden maar nooit had, langzaam ondergesneeuwd totdat er niets meer van te zien is.
Alja Spaan – Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld
'Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld' is een eerbetoon van Alja Spaan aan haar moeder en tevens een reflectie op haar eigen leven. Moeder zou verguld zijn geweest met deze bundel, die het verdient meermaals te worden gelezen.

Interview Ron Frinks
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het eenenzestigste gesprek, met Ron Frinks. Over jezelf serieus nemen als dichter, tips als ‘Lees en beluister werk van anderen. Zoek feedback. Wees je eigen criticus. Lees boeken over poëzie, sluit je aan bij een stadsdichtersgilde en laat je betalen voor je werk.’ En voor Meander, ‘geef wat meer positieve aandacht aan de kleine uitgevers’.

Roberta Petzoldt - Zeebeving
In 2019 won Roberta Petzoldt met ‘Vruchtwatervuurlinie’, de C. Buddingh'-prijs. Haar tweede bundel heet ‘Zeebeving.’ Johan Reijmerink zegt dat de dichter hierin het leven op vele momenten als surrealistisch ervaart. ‘Ze doet in deze bundel vertwijfelde pogingen zich thuis te voelen in deze wereld. Haar eigenzinnigheid en ambivalentie zitten haar in de weg.’

Marc Terreur
Originele, overdadige beelden, somber en realistisch, onrecht en geweten drukken zwaar, we liggen met Marc Terreur op ‘de geschaafde knieën van een uitgegleden helling’ en wie helpt ons overeind? ‘laat dat goddelijke monster een ster verzinnen / die omziet uit haar koers / en een loden planeet / met lichtheid slaat / zwaartekracht / was er al genoeg’.

Het commentaar op Albrecht Rodenbach
Hans Franse heeft zich verdiept in de Vlaamse schrijver en dichter Albrecht Rodenbach (1856 -1880). Vanuit zijn liefde voor Vlaanderen streed hij voor het Vlaams als voertaal toen het Frans onbarmhartig toesloeg nadat België zich van Nederland had afgescheiden. Rodenbach werd met zijn charisma de levende legende van de Vlaamse Jeugd. Hij verzette zich met name tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs.
Nieuwsbrief 2 / 11 januari
Dwangarbeider van de poëzie
Een prachtig in memoriam van André van der Veeke door vriend en kunstbroeder Rogier de Jong. André was een gedreven dichter, maar hij zwom ook tegen de stroom van genre- en andere conventies in, hij schreef eigenzinnige, sterke gedichten. Ook was hij medeoprichter van het literair periodiek ‘Ballustrada’. Volgens de herdenkingskaart had hij aanvankelijk een enorme hekel aan poëzie: ‘erger dan een kerkdienst’.
Dwalen in het spiegelpaleis tussen droom en fantasie
Wat was de bedoeling van onze Rob de Vos-wedstrijd? Zit er authentieke poëzie in de ongelauwerde inzendingen van dichters die ‘moeten blijven dwalen tussen de woorden en wanen, in hun dromen en fantasieën’, of maakt de columnist hier een ommetje in het thema van de wedstrijd? Aan ‘dwalen’ geeft De Dikke Van Dale niet minder dan zeven taalkundige betekenissen!

Rob Schouten - Sanctus
Na het lezen van ‘Sanctus’ de nieuwe bundel van Rob Schouten, stelt Peter Vermaat het volgende vast: ‘Grootvader zit bij de haard, de dag kachelt voorbij naar de avond en inmiddels is het vuur gekrompen tot een nog nauwelijks waarneembaar gloeien. Verwarmen doet het nauwelijks nog en alles wat we zien, ligt inmiddels achter ons. En hij zag dat het goed was.’

Interview Yasmin Namavar
Poëzie heeft Yasmin Namavar een extra ruimte gegeven om in te verblijven. Zonder die ruimte heeft ze minder bewegingsvrijheid. Haar gedichten zijn een representatie van hoe ze de wereld en haarzelf waarneemt. Ze probeert beeldend te schrijven, daarnaast is ze snel bezorgd dat ze te veel uitlegt. ‘Iets is nooit zomaar af. Ik ga er altijd opnieuw naar terug tot het goed voelt.’

Tomas Lieske - In de bijvoetbossen
Hettie Marzak bespreekt ‘In de bijvoetbossen’ van Tomas Lieske. Met als thema het leven van Charlotte van Bourbon: ‘Zijn werk onderscheidt zich door een ongebreidelde fantasie, waarin de werkelijkheid altijd ondergeschikt is aan wat Lieske ervan weet te maken. Want de naakte feiten zijn zelden toereikend: Lieske vult die vanuit zijn verbeelding aan door in de huid van echte en verzonnen personages te kruipen.’
Yvonne Salmon
Verrassende en originele beelden van Yvonne Salmon: de kaak als geheugen zonder stem, glazen helder als pauzes. Bovendien regels met heerlijke veronderstellingen als ‘Misschien is bewaren / alleen een langzamer vergeten. / Misschien is het genoeg / hier te zijn / met wat nog niet weg hoeft. Deze ‘vorm van spreken: / een zachte, ongerijmde druk / net onder de ribben.

Paul Roelofsen - En de vissen lispelen tegen het riet
In ‘En de vissen lispelen tegen het riet’ van Paul Roelofsen zit humor en drama. De maan speelt een belangrijke rol. De dichter put inspiratie uit nachtelijke wandelingen in zijn woonplaats. Ivan Sacharov heeft genoten van deze bundel: ‘De dichter heeft niet alleen oog voor het dramatische. Tussen deze twee uitersten bevat de bundel allerlei soorten gedichten, tot komisch-absurdistische toe.’
Nieuwsbrief 1 / 4 januari
Handen op de rug
Een wandeling met de blik vooruit naar het nieuwe jaar. Drukte om de schrijver heen. Daarbinnen houdt hij zijn handen op zijn rug, indachtig het gedicht van Bernard Wesseling: ‘Sinds ik, in navolging van oudere mannen, met mijn handen / op mijn rug loop, grijp ik minder aan / en word ik minder aangegrepen.’ Dan ineens komen zijn handen tevoorschijn en wijzen.
Dichterlijk omgaan met de (on)zichtbare werkelijkheid
In een van zijn nagelaten gedichten liet Paul van Ostaijen het jongetje Marc ’s morgens de dingen groeten, waardoor een stilleven met een vaas en brood op tafel, en een stoel naast de tafel, tot leven werden gewekt. Er zijn echter ook gedichten waarin de openstapeling van visuele prikkels een maatschappijkritische of poëticale rol spelen. Maar in gedichten wordt het zijn vooral zichtbaar gemaakt door werkwoorden.

Het commentaar van Tom Veys
Onder onze eigen recensenten zitten tevens dichters wier bundel besproken wordt door een collega. Dit stuivertje wisselen is een aparte ervaring. Nu is de recensent zelf overgeleverd aan iemand die zijn of haar poëzie onder de loep neemt. Tom Veys geeft commentaar op de recensie van zijn bundel ‘Dan strekt de zee in me door', geschreven door Ivan Sacharov.
Nieuwjaarswens
Wij wensen u een gelukkig nieuwjaar!

Willie Verhegghe - Oradour
Yvan De Maesschalck bespreekt ‘Oradour’ van Willie Verhegghe:’Het uitgangspunt van ‘Oradour’ is de genadeloze vergeldingsactie van de in Frankrijk gelegerde Duitsers op 10 juni 1944, amper vier dagen na de landing van de geallieerden in Normandië. Daarbij werd het weerloze dorp Oradour-sur-Glane in de as gelegd en gingen honderden onschuldige burgers in vlammen op. De geblakerde restanten van het dorp zijn na die verbijsterende oorlogsmisdaad tot nog toe onaangeroerd gebleven.’

De eerste honderd (10-slot)
‘Nu weet ik dat het mijn honderdste was, toen was het mijn mooiste aankoop-op-één-na’, schrijft Wim van Til in deze laatste aflevering van zijn eerste honderd: 1.31 meter poëzie op een rij. Het is dan nog maar 1975 en hij staat niet echt stil bij het aantal bundels zoals hij ook niet nadacht over de verhouding man/vrouw.

Jozef Deleu (samenstelling) - Het Liegend Konijn 2025 / 2
Francis Cromphout weet nu al dat ‘Het Liegend Konijn 2025 / 2‘ een collectors item gaat worden. Na drieëntwintig jaar is dit namelijk de laatste uitgave, het tijdschrift houdt op te bestaan. ‘Voor Jozef Deleu, hoofdredacteur en bezieler van het poëzietijdschrift ‘Het Liegend Konijn, is de tijd van gaan gekomen.‘ Na afloop van de bespreking volgt een noot van de redactie.
Nieuwsbrief 49 / 28 december

Hans Andreus - Van de roekoemeisjes en het licht
Hans Andreus behoorde tot de groep schrijvers en beeldende kunstenaars die zich na de oorlog presenteerde als voorhoede van een nieuwe lyriek, die zich keerde tegen welke conventie dan ook, de Vijftigers. Het woord kon als klank, associatie, werken. Postuum werd hem de Henriëtte Roland-Holst prijs toegekend voor zijn gedichten vanwege de sociale bewogenheid en literaire kwaliteit.
