Bladeren door Meander
Nieuwsbrief 28 / 12 juli
Bordewijk, de dichter
In de trein van Alkmaar naar Vlissingen rees bij Rogier de Jong de vraag of de meester van het hoekige proza, Bordewijk, ook poëzie had geschreven en inderdaad, en geen slechte ook. Nog hoort onze columnist de kat Bordewijk zachtjes spinnen op de schoot van Ton Jonkers, de kastelein die eeuwig het oeuvre van zijn favoriete auteur zal blijven herlezen.
Monique Leferink op Reinink
Een kenmerk van goede poëzie is dat je wilt herlezen. Dat doen we graag met de gedichten van Monique Leferink op Reinink die een heel eigen stem heeft waarin mooie beelden en klanken klinken. Regels als ‘om de mond van het licht / hangt bloedkoraal’, subtiel en zorgvuldig wordt een herinnering getoond en als een merel rilt, voelen we dat.

Erick Kila - Het geruis van wind en betekenis
Marc Bruynseraede bespreekt ‘Het geruis van wind en betekenis’ : ‘’Bij Erick Kila heerst stilte, schaarste van raak gekozen woorden. Hij zegt het met het motto, bij de aanvang van zijn bundel: ‘waarom het stil is na / weinig woorden / weinig is altijd genoeg’’. Hier is een dichter aan het woord die met schaarste en gebrek aan, als modus vivendi, is opgegroeid.’’
Interview Jacobus Bos
‘Het klinkt misschien niet erg netjes, maar ik ben poëzie gaan schrijven van ellende.’ Voor Jacobus Bos is de dichter het medium tussen gedicht en gedachte. Als het op papier staat, moet het zichzelf nog bewijzen. Zelf probeert hij het gedicht, zowel vorm als inhoud, te veranderen tot de originele tekst de enige goede blijkt te zijn. ‘Bewijs uit het ongerijmde.’

Daniël Franck - Lagen van glas
Sander Ausems zegt dat het lijkt of in ‘Lagen van glas’ van Daniël Franck, de dichter in zijn poëzie ook lucht en rotatie heeft gestopt, zoals men dat doet bij glasblazen: ‘De teksten zijn fragiel, breekbaar, maar er zit een gedachte achter en die is met vakmanschap uitgevoerd. De ik-persoon beweegt moeiteloos tussen de verschillende lagen van glas’.
Jet Sterkman
‘Ik doorzoek de taal als een kringloopwinkel’, dicht Jet Sterkman. Ze wil met haar in taal gevatte wereldervaring normen laten wankelen en de wereld inclusiever maken. Dat doet ze beeldend, origineel, sterk. ‘Hoe vang je een bloem in eenduidige woorden / als bloemen op oneindig veel manieren te begrijpen zijn?’ En buschauffeurs, zwaai naar elkaar als levensles voor het kind.

Hilde Pinnoo & vrienden - Ik denk dat ik toen al van je hield
De vrienden van Hilde Pinnoo gaven gehoor aan het verzoek van uitgeverij P om in dialoog te gaan met één van haar gedichten en zo ontstond ‘Ik denk dat ik toen al van je hield’. Een bloemlezing met duo gedichten. Op deze manier willen zij Pinnoo, die lijdt aan de ziekte van Parkinson, eren. Anneruth Wibaut ziet het bewijs van liefdevolle vriendschap, maar ze ziet het ook als een leerboek voor samenspraak.
Nieuwsbrief 27 / 5 juli
Een glas alcohol
Dichter Jan Eijkelboom is de dichter van 'Koning Alcohol', maar hij is veel meer dan dat, hij is de dichter met het weemoedig geluid. Zijn fijnste gedichten zijn die waarin het niet gaat om terugverlangen naar het verleden of juist het tegenovergestelde, het wegduwen ervan, maar waarin een zekerheid doorklinkt dat alles voorbijgaat en niettemin blijft.

Het Maaiveld
De combinatie poëzie / beeldende kunst is niet een unieke maar wel bijzondere. Soms vertegenwoordigt in een en dezelfde persoon, soms een samenwerking tussen twee kunstenaars. Soms in een spontane reactie op elkaar en soms ook met de duidelijke opzet tot een versterking van of het beeld of de taal. In Het Maaiveld dat laatste, met expositie en boek!

Piet Gerbrandy - Ontzettingen
In ‘Ontzettingen’ van Piet Gerbrandy blijft de lezer op afstand volgens Hettie Marzak: ‘Zich te laten kennen is ook nooit het doel van de dichter geweest, evenmin als de ontrafeling van de gedichten op zoek naar betekenis. De gedichten getuigen in de eerste plaats van klank en ritme, muzikaliteit en taalbeheersing.’ Marzak geeft aan dat de dichter een geheel eigen plaats inneemt binnen de moderne poëzie.
Interview Annemie Deckmyn
Een gedicht mag voor Annemie Deckmyn niet te gezocht zijn qua vorm en inhoud. Dus eenvoud en verstaanbaarheid als belangrijke ingrediënten. Ze is niet graag een soort archeoloog in de verzen van een ander. Liefst raakt het haar bij een eerste lezing zodat ze het wil herlezen, iets aanstippen. In gesprek met Wim Vandeleene legt ze uit hoe belangrijk woorden voor haar zijn.

Eva Gerlach - Schipper mag ik overvaren
In ‘Schipper mag ik overvaren’, van Eva Gerlach is de inhoud persoonlijk en heeft deze betrekking op de moeder van de dichter. Taco van Peijpe zegt in deze longread dat ‘de gedichten uiting geven aan de pijn die zij als dochter naar eigen zeggen heeft ervaren door het gedrag van de moeder, die haar vaak niet zag staan en zelfs duidelijk liet merken dat zij ongewenst was. ‘
Parels in het Poëziecentrum Nederland (4)
Wim van Til is nieuwsgierig naar dichter Herman Cornel. heeft hij meer geschreven, meer gepubliceerd wellicht onder een ander pseudoniem? Of heeft hem de muze alleen in dit verdriet bezocht en hem die vijf verzen geschonken die hij in het boekje 'Escapade 1942' heeft vereeuwigd? Misschien vindt hij nog eens een bevredigend antwoord op zijn vragen; tot die tijd bewaart hij ook deze parel.

Annika Cannaerts - Pasvormen
‘Pasvormen’ is het debuut van Annika Cannaerts en Peter Vermaat geeft aan dat hij voor het eerst een bundel in één adem heeft uitgelezen. Hij zegt dat het iets weg heeft van een sprookjesboek, met vleugen Beatrijs, Grimm, Hendrik de Vries en Publius Ovidius Naso – maar dan anders. De gedaantewisselingen lijken Vermaat meer 'omvormingen waarin de ik haar gedachten-, maar vaker haar droom- of angstwereld probeert uit te drukken.'
Nieuwsbrief 26 / 28 juni
Liedjes
Meer dan veertig jaar geleden werd Ko van Geemert vaak vrolijk van de liedjes van Cherry, achternaam Wijdenbosch. Frits Spits verkoos het liedje ‘Vang me’, tekst Simon Been, in zijn populaire radioprogramma ‘Avondspits’ tot zogenoemde Steunplaat. Het is geen grote poëzie, maar wel vermakelijk. Er werd nog twee keer iets van haar vernomen. Onze columnist zingt tegenwoordig mee met Merol.
Elbert Gonggrijp
Pure poëzie van Elbert Gonggrijp, romantisch met enige bombarie zoals de victorie en brandende bramen in meanderende zinnen waarvan de mooiste zijn ‘het vergist / zich in de ganzen.', ‘het huis zwijgt’, ‘ik leef mijn eigen definitie’. Een natuurdichter die zijn eigen filosofieën niet schuwt en zijn gedichten dagelijks bedenkt op zijn IPhone. Elke morgen maakt hij zo een gedicht.

Josse Kok - Schulp
De authenticiteit van dichter Josse Kok komt sterk naar voren in zijn bundel ‘Schulp’, volgens Tom Veys.Het doet hem denken aan een soort van ‘Omdenken’: De gedichten van Kok zijn vaak gedachtewentelingen, bespiegelingen die je regel per regel kan ontdekken. De bundel is een opeenstapeling van inzichten die taal vindt in proza- en poëzieregels.
Interview Harrie Lemmens
‘Pessoa heeft geen beweging meer nodig: Pessoa is zelf een literaire beweging, een hele literatuur op zich, een podium waarop allerlei schrijvende en dichtende acteurs rondrennen en met elkaar ruziën en in gesprek gaan. Tijdloos.’ Vertaler Harrie Lemmens wordt vooral aangetrokken door de enorme rijkdom en gevarieerdheid van zijn werk en, onlosmakelijk daarmee verbonden, zijn persoon.

Lisette Lombé - En onze gedichten blijven oproer
Lisette Lombé sluit haar periode als Dichteres van Belgie af met een bundeling van haar gedichten die ze schreef gedurende die tijd. Marc Bruynseraede zegt dat in ‘Et nos poèmes resteront émeutes / En onze gedichten blijven oproer’ de thema’s uit het leven en de actualiteit gegerepen zijn en waarvan de zegging, door de emotionele geladenheid, met grote impact bij de toehoorder overkomt.
Boris Wanders / Judith Lechner
Een experiment, in de romantische traditie - maar dan eigentijds, zeggen dichter Boris Wanders en fotograaf Judith Lechner, van hun zoektocht naar de genius loci van Landes.
Hun observaties trekken ons aan, dennen die spreken, ‘ga toch weg met je zoektocht naar zielsverwantschap’, metaforen als ‘van alle tijden mogen golven door me heen rollen’ in het ‘niets hoeft’. Dat moment nog even rekken.

Tsafrira Levy – Hier is thuiskomst
De van oorsprong Israëlische Tsafrira Levy woont vijftig jaar in Nederland, ze schrijft in haar tweede taal en heeft een verzamelbundel samengesteld: ‘Hier is thuiskomst’. Paul Roelofsen merkt op dat achtergelaten familieleden en gerechten uit Israël een hardnekkige heimwee oproepen. Hij vindt het een interessante bundel die hij met plezier heeft gelezen.
