Archief
Herman Leenders - Het voorland
Tom Veys is onder de indruk van de bundel ‘Het voorland’ van Herman Leenders. In deze beeldrijke poëzie is er ‘het traag dansen op soms lugubere gedachten in een voorland.’
Interview Micha Hamel
Voor Micha Hamel is scheppen een 'heilig moeten': als hij te lang niets maakt, voelt hij zich steeds leger worden. Na de publicatie van de bundel 'is daar iemand' (over zijn verblijf in een psychiatrische kliniek), wil hij geen boegbeeld of spreekbuis voor een stoornis worden. Wel vindt hij het productief om open te zijn over zijn ervaring van ziek zijn naar herstel.

J. Slauerhoff - Oost-Azië
De heruitgave van Slauerhoffs ‘Oost-Azië’ door fotograaf Marco van Duyvendijk is een mooi gebonden exemplaar. De foto’s maken verbinding met de tekst, volgens Peter Vermaat, maar zijn gelukkig een aanvulling en geen invulling.
Interview Cora de Vos
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het zesenveertigste gesprek, met Cora de Vos. Over haar kennismaking met poëzie en over Meander. ‘Braaf is Meander niet, sommige recensies vind ik uitgesproken controversieel. Maar dat kan en mag, aan een braaf magazine valt niet veel eer te behalen. Af en toe moet je als lezer de wenkbrauwen fronsen, je eigen mening herzien.’
Anne Nederkoorn - Vitaal tussengeluid
Ivan Sacharov vindt het jammer dat Anne Nederkoorn in de bundel ‘Vitaal tussengeluid’ in onpersoonlijke taal juist een afstand schept: ‘Ook op papier kun je immers stilte – waarin tussengeluiden te horen zijn – wegpoetsen door te veel te praten.’
Nieuwsbrief 34 / 10 september

Niet lullen maar dichten
Rogier de Jong over de Poetsclub, de hotspot in Rotterdam waar iedere eerste woensdag van de maand dichters uit alle windstreken en van alle rangen en standen komen voordragen. Je meldt je, gaat bij de toog staan en doet je ding. Bam. Kleeft aan poëzie voor sommigen een elitair imago, bij de Poetsclub is de dichtkunst van en voor iedereen.
Bernard Lichtaard
Zomers en luchtig en toch tegen de klok in roeren in de harde realiteit, in waakslaap dagdromen nalezen en de maan in haar baan, mondharmonica spelen in bed, dan een eindeloze winter, vorst die naalden steekt in ons gezicht; door alle seizoenen heen die schelmse blik in je ogen en dat allemaal in drie gedichten.

Eva Gerlach - Hier
Herbert Mouwen bespreekt ‘Hier’ van PC Hooftprijswinnaar Eva Gerlach en constateert dat de lezer flink aan het werk moet: ‘De aanwezigheid van een anekdotische laag in de gedichten maakt haar gedichten in eerste instantie toegankelijk. Daarna kan het lezen en interpreteren van haar poëzie problemen geven.’
Interview Anouk Smies
Tijdens het schrijfproces van haar meest experimentele bundel tot nu toe, ‘Mijn cloud, die de uwe is’, ontdekte Anouk Smies dat een technogoeroe en een eindtijd-denker niet gek veel verschillen. Ze jongleren met dystopie en utopie. Ze vindt het wonderlijk dat een dichter überhaupt door zijn eigen onderwerp verleid kan worden. Dat kan de poëzie mooi in zijn zak steken.

Bloemlezing - Mateloos verlangen
In de bloemlezing ‘Mateloos verlangen’ staan veelkleurige gedichten over diversiteit. De kwaliteit is wisselend volgens Kamiel Choi: ‘Er staan pamflettistische teksten in waar ik geen poëzie in zie, maar ook brokken taal die beklijven.’

Vergeten dichters (I)
Zijn deze dichters vergeten? Werk van Anthonie Donker, Eric van der Steen en Mischa de Vreede, gedichten uit 1947, 1955 en 1957, woorden waarvan zij hoopten dat die anderen zouden inspireren. Hebben ze geleid tot de poëzie van nu?
Tomas Lieske - Brandende kevers
In ‘Brandende kevers’ heeft Tomas Lieske zelf een keuze gemaakt uit eigen werk. Aede de Jong merkt op dat de bundel minder dient als verzameld werk, omdat de gedichten hernomen zijn. Over de thematiek van Lieskes poëzie zegt hij: ‘’Die is verrassend zwaar voor iemand die een derde van zijn oeuvre als ‘sterke verhalen’ betitelt.’’
Nieuwsbrief 33 / 3 september

Een eenvoudig liedje
Elke vakantie eindigt. Eenmaal thuis leest Jan Loogman als vanouds de kranten. ‘Interviews, mensen die honderduit praten over fietsers, dirigenten, voetbalcoaches, zichzelf, hun zoons, hun dochters. Zwijg, denk ik. Ga naar buiten, zwijg en kijk. Gebruik je stem voor niets anders dan een eenvoudig liedje: Bonie lassie, will ye go, Will ye go, will ye go?’
Elise Vos
Met zinnen als ‘Terwijl ze zich knopen in de ogen naait / Haar naden met losse eindjes dicht’ is dit vierluik ‘Huis, tuin, keuken’ alles behalve huishoudelijk. Het vloeit, raakt, neemt ons mee. ‘Daar / Waait de wind zonder jas / Wat zal hij het koud hebben / Buitengesloten in de tuin’. De dichter dekt ons liefdevol toe.
Filip Rogiers - Nagenoeg
Filip Rogiers debuteert als dichter met de bundel ‘Nagenoeg’. Douwe Wilts vindt dat de poëzie afstanden overbrugt: ‘In tijden van polarisatie laat Rogiers zien dat de twee kampen, de fatsoenlijken en de onfatsoenlijken in taal één kunnen zijn.’

Interview Monica Boschman
Taal is geen vaste materie is maar leeft. Meer dan een zoektocht is het een weg die dichter Monica Boschman gaat. Alles komt via haar hoofd, hart en handen op het papier, misschien wordt het daarmee een deel van haar levensgeschiedenis. Met poëzie gaat de taal onderhuids. Verbeeldingskracht is een vitaal deel van haar.
Sofie Verdoodt - Anker Kruis Hart
In haar eerste recensie voor Meander bespreekt Britt Corporaal ‘Anker Kruis Hart’ van Sofie Verdoodt. Volgens haar leest de bundel als een puzzel: ‘Er is veel symboliek en niets is eenduidig. Het persoonlijke en het emotionele is altijd aanwezig, maar vaak verhuld. Dat maakt deze bundel ontzettend interessant.’
Meander Live 4
Op 27 september is Mustafa Stitou gast op Meander Live. Hij leest dan zijn laatste bundel voor: ‘Waar is het lam?’ Dat is vraag die Isaak aan zijn vader Abraham stelt als ze op weg zijn naar de offerplaats. Isaak weet dan nog niet dat hijzelf het beoogde offer is. Soms voelt de dichter zich zo’n lam, omdat hij het geloof van zijn ouders heeft losgelaten en daarom voor hen een vreemde is geworden. Maar dat is lang niet het enige in deze bundel, die uitstekend in het gehoor ligt.
Anna van der Laan - Brief van een lichtmatroos
Debuteren als je de tachtig al bent gepasseerd, Anna van der Laan doet het met de bundel ‘Brief van een lichtmatroos’. Maurice Broere komt tot de slotsom dat het luchtig beschrijvingen zijn: ‘Verwacht geen cryptische en diep filosofische poëzie of allerlei vormexperimenten, maar toegankelijke gedichten in begrijpelijke taal.’
Nieuwsbrief 32 / 27 augustus

Jaap Harten: Een camera van lentewind
Pieter Sierdsma over de poëzie van Jaap Harten, ‘een scherp waarnemend dichter’. Het vinden van beelden die het wonderlijke van het bestaan ontvouwen is het talent van Harten. Als kind van de oorlog vindt hij de elementen terug in een nieuw helend verband. Uit het tegengestelde een nieuwe wereld maken met de geldigheid van een wonderlijke maar mooie droom.
GeertJan
Vincent van de Vrede over de plek waar hij voor het eerst in aanraking kwam met poëzie. Hij weet nog dat hij dacht: waarom is dit kunst? Wat is hier zo bijzonder aan? Maar juist dat maakte die teksten tot magische formules die hij wilde ontcijferen en verleende aan poëzie het mysterieuze, die onzegbare kracht die het nog steeds voor hem heeft.
