Bladeren door Meander

Anne Vegter - Projectmedewerkers
Johan Reijmerink bespreekt ‘Projectmedewerkers’ van Anne Vegter. Hij concludeert: ‘We hebben in deze bundel van Vegter van doen met zorgvuldig ingepakte en versleutelde poëzie. De schoonheid ervan openbaart zich in verrassende metaforen en snelle opeenvolgende situaties, gezien vanuit de alwetende verteller. De langs flitsende beeldopeenvolging overschaduwt soms de verstaanbaarheid.’

Interview Christina Flick
Christina Flick gelooft in taal ‘als een hongerig beest dat zin heeft in nieuwe vondsten en zich voedt via andere talen, misverstanden en fouten’. Poëzie speelt altijd al een rol voor haar, ze troost haar, voedt haar. Onlangs stuurde een vriendin een foto dat haar bundel bij de openbare bibliotheek van Amsterdam ligt. Daarvan droomde ze toen ze begon te denken aan een bundel.

Pieter Sierdsma - Losgemaakt
Jac Janssen bespreekt ‘Losgemaakt’ van Pieter Sierdsma: ‘De stijl ademt een tot rust gekomen aandacht voor het alledaagse, de thema’s neigen naar verstilling en observatie. Er gaat geregeld een wat bedaagde, bijna bezadigde sfeer vanuit die alleen een dichter met veel verleden kan oproepen. En tegelijk roepen die soms schijnbaar achteloze, dan weer poëtische zinnen zóveel vragen op dat ik het overzicht kwijtraak.’
Parels in het Poëziecentrum Nederland (1)
Vandaag het eerste deel van een nieuwe serie van Wim van Til, Parels in het Poëziecentrum Nederland. Over Gert Jan de Rook, ‘book for ulisses’. Letterlijk een geschenk aan de boekhandelaar, een persoonlijke curiositeit. Wat de oplage van dit boekje geweest is, die zal niet hoog geweest zijn. Het is een uniek exemplaar (want met de hand gestempeld).

Xander Jongejan (samensteller) - Oude Grond
Het nulnummer van het nieuwe tijdschrift ‘Oude Grond’ heeft als ondertitel ‘traag tijdschrift’. De samensteller is Xander Jongejan, hij zocht zorgvuldig teksten uit van bijzondere schrijvers in binnen- en buitenland om met aandacht van te genieten. Volgens Anneruth Wibaut hebben de teksten onderling zoveel samenhang dat er een nieuw kunstwerk is ontstaan. Ze komt veel bekende dichters tegen.
Nieuwsbrief 11 / 15 maart
De Godsdronkene van Todi
Jacopo di Benedetti werd Jacopone da Todi genoemd, grote, gekke Jacob, dronken geworden door een Godservaring. Hij groeide uit tot een van de grootste dichters van zijn tijd en schreef het, tot op de dag van vandaag beroemde, mooi opgebouwde en in een zeer zingbaar ritme, 'Stabat Mater', niet voor niets door vele componisten op muziek gezet. Een column van Hans Franse.
Rob de Vos-prijs wordt tweejaarlijks
De Rob de Vos-prijs wordt tweejaarlijks! De volgende editie vindt plaats in 2027.
Jaap Bos
De poëzie van Jaap Bos is bezwerend, origineel, zinnelijk met mooie vergelijkingen als ‘de wind dreef de continenten uiteen / als bladeren op het water.’ De verzen roepen veel op, ‘Ik wacht op het moment dat het vlies zal breken.’ Bedwelmen soms en af en toe blijven de woorden steken als prikkeldraad. Met ‘de hand van de tijd’ en ‘een bewijs uit het ongerijmde’.

Het commentaar van Yvan De Maesschalck
Hoe is recensent Yvan De Maesschalck eigenlijk een poëzielezer geworden? De kiem werd gelegd in een dorpsschool door twee gedichten die hem diep raakten. Dan was er nog zijn moeder die thuis psalmen zong en gedichten uit haar hoofd kon opzeggen. En laten we de twee leraren niet vergeten die zich met enthousiasme wentelden in de grote literatuur en dit overbrachten op hun leerlingen. Het commentaar van Yvan De Maesschalck.
Interview Rik Dereeper
Door zo dikwijls met een pijnlijk afscheid te zijn geconfronteerd, blijft de dood een regelmatig terugkerend onderwerp in de poëzie van Rik Dereeper. Hij sleutelt soms nog lang aan een ‘definitievere’ versie om deze uiteindelijk minder wantrouwig los te laten met een laatste zucht: het is volbracht. Koppig doorzetten dus. Eerlijke feedback krijgen is belangrijker dan de vele (goedbedoelde) duimpjes.

Annelies Verbeke - Charmolypi
In de debuutbundel ‘Charmolypi’ van Annelies Verbeke is de Soemerische godin Nisaba het onderwerp, zij is de godin van de vruchtbaarheid, het graan en het schrift. Hettie Marzak merkt op: ‘Verbeke geeft Nisaba niet alleen een aantal markante karaktertrekken mee, maar deelt ook met haar de bezorgdheid om het klimaat, het voortschrijden van de tijd en de schijnbare maakbaarheid van het menselijk leven.’
De schaduw van de danser en de dans van Pierrot
Volgens filosoof Theo de Boer confronteert poëzie ons met de uniciteit van ons bestaan. Romain John van de Maele komt in zijn werk een regel van Martinus Nijhoff tegen uit het gedicht 'De eenzame'. Hij kreeg het gevoel dat eenzaamheid als basisgegeven van de menselijke existentie in het Nederlands nooit eerder beter was verwoord.

David Huyghe - Olifantenvleugels
‘Olifantenvleugels’ van David Huyghe is een omvangrijk debuut dat raadsels openlaat, volgens Tom Veys. ‘De dichter is een woordkunstenaar die met aantrekkelijke taal een poëtische wereld opent. De taal begeleidt je bij verschillende gedachtesprongen die klein, groot, ver of gevarieerd zijn.' Veys denkt dat deze poëzie zich ook goed leent voor op het podium.
Nieuwsbrief 10 / 8 maart
Winchester is wel een bedevaart waard
Fascinatie is, denkt Rogier de Jong, de beste manier om de emotie die door hem heen gaat onder woorden te brengen. Zonder enige tamtam, bijna achteloos, torent daar op een plek die veel nietsvermoedende toeristen zullen voorbijlopen, een reusachtig kunstwerk omhoog. In zijn enscenering, zijn uitvoering en betekenis, theatraal en toch ingetogen, poëtisch en narratief – en bovendien troostrijk.
Masja Vrijland
Wat vooral charmeert is dat deze dichter een geheel eigen stem heeft. Het is een verademing naar deze snelle poëzie te gaan van iemand die schijnbaar vreemde sprongen maakt (maar toch minder vreemd dan eerst gedacht) en sterk associeert. Regels als ‘logerend in schuren van mogelijkheden / tussen thuis en onderweg / deelde weilanden in tweeën / was resonant in diepst van gedachten’.

Jana Arns - Tussen messen slapen
Ivan Sacharov komt in de bundel ‘Tussen messen slapen’ van Jana Arns, een boeiend taalspel tegen. Hij omschrijft haar stijl als horizontale poëzie: ‘Ze is niet in de eerste plaats peilend, verticaal de diepte in (om geconcentreerd een inzicht op te leveren), maar plaatst haar paradoxen in plastische zinnen, die uitwaaierend de lezer laten aarzelen tussen meerdere interpretaties, die allemaal ongeveer even concreet zijn.’
Interview Koenrad Moerman
Koenrad Moerman is nogal rationalistisch ingesteld, zijn werk komt vaak in eerste instantie voort uit een reflectie over een onderwerp dat hem boeit. Het moeilijkste in het schrijfproces is toch het begin: de invalshoek, de toon, de juiste sfeer vinden. Het baat niet om er moeite voor te doen, er is ergens een inval nodig om alles op gang te krijgen.

Maya Wuytack – Iets wat raaskalt iets wat stil is iets wat breekt iets wat overblijft iets wat de nacht doorbrengt met mij
Ali Şerik bespreekt ‘Iets wat raaskalt iets wat stil is iets wat breekt iets wat overblijft iets wat de nacht doorbrengt met mij’ van Maya Wuytack: ‘De bundel is doordrenkt van verlangen, de honger van huid en lippen, maar ook het gemis ervan. Er is angst om niet meer bemind te worden en tegelijk het onvermogen om zelf lief te hebben. Elke strofe staat op zichzelf als een klein gedicht.’
Johan Clarysse
Johan Clarysse is een dichter naar ons hart. Beeldend, rijk, boeiend. Om steeds weer te herlezen, een groter compliment kan je een dichter niet geven. We kijken mee met het oog van de schilder ‘wiens oog de hele kamer vult’ en zien hele scènes opgeroepen door een enkel woord, ‘zwijgzame huizen’, ‘het niet begrijpende kind’ en een regel als ‘In hun voetafdruk hangt randschade.’.

Inger Christensen - alfabet
Yvan De Maesschalck is onder de indruk van ‘alfabet’ van Inger Christensen. Zo is de inhoud op ingenieuze wijze geordend volgens de Fibonacci-reeks en daarnaast constateert hij: ‘’In Christensen wereldbeeld, zoals verbeeld in haar poëzie en geëxpliciteerd in haar essays, is geen spoor van hiërarchisch denken aanwezig. Elke vorm van ‘bestaan’ die in ‘alfabet’ wordt opgeroepen is even toevallig als voorbijgaand.’’
Nieuwsbrief 9 / 1 maart
Een jas tegen tekortschieten
Er zijn dagen waarop je tekortschiet. Aardige mensen zien het anders. Je schiet niet tekort, je hebt het gevoel tekort te schieten, zeggen zij. Tegen een wakker geschoten knagend gevoel wendt men allicht relativering aan. Jan Loogman gebruikt Boutens, Leeflang en Andriessen en pakt zichzelf bij de kladden. Een ander hoeft niet onder jou te lijden!
