Archief

Kris De Lameillieure - Onderkoorts
Je zou niet zeggen dat ‘Onderkoorts’ van Kris De Lameillieure een debuutbundel is. Het is een sterk en goed gecomponeerd geheel met beelden die ijzige gevoelens oproepen, volgens Tom Veys. Er lopen verschillende thema’s door elkaar heen. ‘’In ‘Onderkoorts’ is een seismograaf aan het werk. De complexe vaderportreten in de bundel, die hand in hand gaan met de zwart-wittinten, lezen als bijzondere poëzie.’’
Nieuwsbrief 4/ 25 januari
Lachen en dat wat onuitgesproken blijft
Willem Tjebbe Oostenbrink over de woorden lachen en vergeten. Ze houden verband met elkaar en ze staan op gespannen voet. Met lachen kun je jezelf en alles vergeten, alsof het moment jou geheel opslokt en er niets anders overblijft dan te lachen, te ontspannen, los van gedachten, troebelen, zorgen, spanning, alles los te laten, alleen maar lachen. Maar hoe werken ze in gedichten?
Peter Gielissen
Beklijvende en pakkende poëzie met een lichte paniek en wanhoop daarin, in een mooie melancholische sfeer, met concrete beelden en vergeefs zoeken naar en regels als ‘achtergelaten op / een pen misschien / of in de doffe glans van / een vergeten glas’ en ‘Ik ben aan de ommezijde, / maar nog niet aan de overkant’. Ergens moet het zijn.

Sarah de Koning - Tekstielen
'Tekstielen' is het debuut van Sarah de Koning. Francis Cromphout noemt de inhoud een barokke woordenvloed die virtuoos oogt. De teksten verwijzen naar dagboekaantekeningen, telefoongesprekken en kattenbelletjes. ''Het is een niet aflatende talige zoektocht. De dichter besluit die zoektocht treffend met deze onbeantwoorde vraag: 'hoe haalt men een gezwollen veulen uit een paard, een deur uit een huis, een gil uit een woord'.''
Interview Jac. M. Janssen
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het tweeënzestigste gesprek, met Jac. M. Janssen. Over het begin van een levenslange liefde: zijn eerste verzamelbundel, ‘Dichters van deze tijd’ (van Paul Rodenko, Sybren Polet en Gerrit Borgers, 23ste druk!). Hoe leerzaam het is om je als lezer af te vragen: wat vind ik van deze tekst en waarom vind ik dat? Hoe kom ik voorbij mijn subjectieve indruk?

Tonko Brem - Klavertjevier
In ‘Klavertjevier’ staan gedichten voor kinderen geschreven door Tonko Brem (pseudoniem van Antoon Van den Braembussche), de fleurige illustraties zijn van Marieke Janssen. Hettie Marzak vindt het geen bundel voor kinderen. Niet alleen omdat er uitdrukkingen in staan die kinderen niet kunnen begrijpen, maar omdat sommige gedichten seksistisch en discriminerend zijn. Dit stuit Marzak tegen de borst, hier kwets je kinderen mee.
Vanaf dat moment ging het faliekant mis
Soms is een prijsuitreiking van een poëziewedstrijd een waar uitje, andere keren weet je niet wat je moet verwachten en heel soms gaat het helemaal fout. Alles staat of valt met een goede organisatie. En hoewel het tenslotte niet om de prijs gaat, maar om de eer, is het toch wel erg sneu als de voltallige jury er met de bloemen vandoor gaat.

Saskia De Vriese - Vulpasta
Taco van Peijpe vindt dat Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.
Nieuwsbrief 3/ 18 januari
Stadsdichters
Er is geen eenduidige definitie van een stadsdichter. Hans Franse over zijn Den Haag en de stadsdichters van vroeger. Den Haag heeft nu twee jonge stadsdichters, voortgekomen uit een wedstrijd op middelbare scholen, begeleid door het Huis van de poëzie, Anu Soerjoesing en Govert van der Velde maar Ilja Leonard Pfeiffer zou eens een jaar de stadsdichter moeten worden en op zijn manier de straten beschrijven.
Klassieker 297 : Anna Blaman – Winter
Hettie Marzak staat stil bij 'Winter', een sonnet dat Anna Blaman (1905 - 1960) publiceerde in 1940. Niet alleen de vensters zijn bevroren, maar ook de ‘ik’ zelf is verstard en koud als ijs. Voor het raam legt zij - eenzaam en alleen - het ‘bodemloos bestaan’ waarover ze nadenkt langs de meetlat van haar verwachtingen. Buiten worden de voetstappen, van een geliefde waar ze naar verlangden maar nooit had, langzaam ondergesneeuwd totdat er niets meer van te zien is.
Alja Spaan – Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld
'Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld' is een eerbetoon van Alja Spaan aan haar moeder en tevens een reflectie op haar eigen leven. Moeder zou verguld zijn geweest met deze bundel, die het verdient meermaals te worden gelezen.

Interview Ron Frinks
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het eenenzestigste gesprek, met Ron Frinks. Over jezelf serieus nemen als dichter, tips als ‘Lees en beluister werk van anderen. Zoek feedback. Wees je eigen criticus. Lees boeken over poëzie, sluit je aan bij een stadsdichtersgilde en laat je betalen voor je werk.’ En voor Meander, ‘geef wat meer positieve aandacht aan de kleine uitgevers’.

Roberta Petzoldt - Zeebeving
In 2019 won Roberta Petzoldt met ‘Vruchtwatervuurlinie’, de C. Buddingh'-prijs. Haar tweede bundel heet ‘Zeebeving.’ Johan Reijmerink zegt dat de dichter hierin het leven op vele momenten als surrealistisch ervaart. ‘Ze doet in deze bundel vertwijfelde pogingen zich thuis te voelen in deze wereld. Haar eigenzinnigheid en ambivalentie zitten haar in de weg.’

Marc Terreur
Originele, overdadige beelden, somber en realistisch, onrecht en geweten drukken zwaar, we liggen met Marc Terreur op ‘de geschaafde knieën van een uitgegleden helling’ en wie helpt ons overeind? ‘laat dat goddelijke monster een ster verzinnen / die omziet uit haar koers / en een loden planeet / met lichtheid slaat / zwaartekracht / was er al genoeg’.

Het commentaar op Albrecht Rodenbach
Hans Franse heeft zich verdiept in de Vlaamse schrijver en dichter Albrecht Rodenbach (1856 -1880). Vanuit zijn liefde voor Vlaanderen streed hij voor het Vlaams als voertaal toen het Frans onbarmhartig toesloeg nadat België zich van Nederland had afgescheiden. Rodenbach werd met zijn charisma de levende legende van de Vlaamse Jeugd. Hij verzette zich met name tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs.
Nieuwsbrief 2 / 11 januari
Dwangarbeider van de poëzie
Een prachtig in memoriam van André van der Veeke door vriend en kunstbroeder Rogier de Jong. André was een gedreven dichter, maar hij zwom ook tegen de stroom van genre- en andere conventies in, hij schreef eigenzinnige, sterke gedichten. Ook was hij medeoprichter van het literair periodiek ‘Ballustrada’. Volgens de herdenkingskaart had hij aanvankelijk een enorme hekel aan poëzie: ‘erger dan een kerkdienst’.
Dwalen in het spiegelpaleis tussen droom en fantasie
Wat was de bedoeling van onze Rob de Vos-wedstrijd? Zit er authentieke poëzie in de ongelauwerde inzendingen van dichters die ‘moeten blijven dwalen tussen de woorden en wanen, in hun dromen en fantasieën’, of maakt de columnist hier een ommetje in het thema van de wedstrijd? Aan ‘dwalen’ geeft De Dikke Van Dale niet minder dan zeven taalkundige betekenissen!

Rob Schouten - Sanctus
Na het lezen van ‘Sanctus’ de nieuwe bundel van Rob Schouten, stelt Peter Vermaat het volgende vast: ‘Grootvader zit bij de haard, de dag kachelt voorbij naar de avond en inmiddels is het vuur gekrompen tot een nog nauwelijks waarneembaar gloeien. Verwarmen doet het nauwelijks nog en alles wat we zien, ligt inmiddels achter ons. En hij zag dat het goed was.’

Interview Yasmin Namavar
Poëzie heeft Yasmin Namavar een extra ruimte gegeven om in te verblijven. Zonder die ruimte heeft ze minder bewegingsvrijheid. Haar gedichten zijn een representatie van hoe ze de wereld en haarzelf waarneemt. Ze probeert beeldend te schrijven, daarnaast is ze snel bezorgd dat ze te veel uitlegt. ‘Iets is nooit zomaar af. Ik ga er altijd opnieuw naar terug tot het goed voelt.’

Tomas Lieske - In de bijvoetbossen
Hettie Marzak bespreekt ‘In de bijvoetbossen’ van Tomas Lieske. Met als thema het leven van Charlotte van Bourbon: ‘Zijn werk onderscheidt zich door een ongebreidelde fantasie, waarin de werkelijkheid altijd ondergeschikt is aan wat Lieske ervan weet te maken. Want de naakte feiten zijn zelden toereikend: Lieske vult die vanuit zijn verbeelding aan door in de huid van echte en verzonnen personages te kruipen.’
Yvonne Salmon
Verrassende en originele beelden van Yvonne Salmon: de kaak als geheugen zonder stem, glazen helder als pauzes. Bovendien regels met heerlijke veronderstellingen als ‘Misschien is bewaren / alleen een langzamer vergeten. / Misschien is het genoeg / hier te zijn / met wat nog niet weg hoeft. Deze ‘vorm van spreken: / een zachte, ongerijmde druk / net onder de ribben.
