Archief
Rosalie en Virginie Loveling - Les sœurs Loveling / De zusters Loveling
Wim Platvoet bespreekt de tweetalige bundel ‘Les sœurs Loveling – De zusters Loveling’ van Rosalie en Virginie Loveling, waarin moderne dichteressen met een gedicht reageren op de poëzie van de zussen. 'De acht hedendaagse gedichten hebben een sterk uiteenlopend karakter, zeker gezien de context van de lezende ontmoeting met het gedicht waardoor elke dichteres is geïnspireerd.'
‘Stil verzet in een spiegel van zand’
Christophe Ywaska in dialoog met debuterend dichter Kenneth Swaenen. “Ik vergelijk poëzie en haar maakproces graag met een zandloper. Het zand loopt traag door een dunne hals van glas, gestold uit witgloeiend zand…het puzzelstuk past. De lezer keert de zandloper om…vanaf dan stopt het gedicht op papier en leeft het verder in andermans hoofd.”
Maxime Garcia Diaz - Het is warm in de hivemind
De debuutbundel ‘Het is warm in de hivemind’ van Maxime Garcia Diaz wordt uitgebreid besproken door Peter Vermaat: ‘De pagina’s lange gedichten ervaar ik stuk voor stuk als een lappendeken van fragmenten van uiteenlopende oorsprong, waarvan het verband in het uiterste geval moet zijn dat de dichter ze heeft samengebracht en in deze vorm gerangschikt, maar die mij niet bijblijven door hun muzikaal klankkarakter of in het oog springende verwoordingen.’
Wat Maakt Een Gedicht Goed? (12)
Een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het twaalfde antwoord komt van Jinze de Klerk.
Saskia van Leendert - Restwarmte
Een bespreking van ‘Restwarmte’, de nieuwste bundel van Saskia van Leendert, door Herbert Mouwen: ‘Deze bundel is de moeite van het lezen waard en behandelt veel onderwerpen op een onderzoekende manier. De gedichten bevatten originele beelden, het taalgebruik is zorgvuldig, de toon is enigszins ingehouden en de gedichten zijn in het algemeen toegankelijk.’
Nieuwsbrief 36 / 26 september
Iets kleins volstaat
In hun herinneringen aan Eric van Loo, afgelopen mei, schreven Janine Jongsma, Alja Spaan en Hans Puper dat zij hem een postume bundel gunden. Tot ons genoegen komt die er en snel ook: in oktober. De titel is 'Iets kleins volstaat'.
De column van Hans Puper.
Koen Vlerick
Een beetje een gekke, spannende en zeker intrigerende tekst van dichter, beeldend kunstenaar Koen Vlerick. Mooie poëtische en ongerijmde beelden, een zekere muzikaliteit door de opbouw en herhalingen, een portie onbegrijpelijkheid die niet stoort en humor. Een eigentijdse interpretatie, dit alfabetgek gedicht op een liedje van Mayday. Nu zelf de melodie erbij zoeken en gaan dansen!
Peter Verhelst - 2050
Kamiel Choi duikt in de toekomst met de bundel ‘2050’ van Peter Verhelst: ‘’Omdat de bundel vooral bestaat uit concrete voorstellingen (de poëzie van Verhelst wordt ‘lichamelijk’ genoemd) ligt het voor de hand te schrijven dat de bundel met poëtische middelen een scan maakt van de toekomst van het jaar 2050. De auteur bestookt de lezer met een spervuur aan fantasie, een carnavalsstoet van bonte kostgangers die de verbrande aarde ‘na ons’ bewonen – toekomstige kostgangers met wie wij nu al te doen hebben, uit estheticisme of engagement.’’
"Het vergt moed om als auteur naar buiten te komen met je werk"
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het vijfendertigste gesprek, met Sandra Roobaert die het beoordelen van kopij als een soort slijpsteen voor haar eigen schrijven ziet. “Het tempo waarin nieuwe bundels een recensie krijgen en interviews en gedichten verschijnen ligt bij Meander erg hoog. Voor een dichter vormt die voortdurend aangevulde inhoud een soort schatkist waarin je kunt graven, of een humuslaag die potentieel je eigen schrijven voedt.”
Willem M. Roggeman - Verdwaalde personages in een denkbeeldige tuin
Maurice Broere is enthousiast over 'Verdwaalde personages in een denkbeeldige tuin' van Willem M. Roggeman: 'Roggeman blijft een fascinerende dichter die in ons meeneemt in zijn universum. Zijn zeggingskracht is ongebroken en onverminderd boeiend. Kortom, een prachtige bundel die je aan het denken zet.'
Wat Maakt Een Gedicht Goed? (11)
Een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het elfde antwoord komt van Inge Boulonois.
Florence Tonk - Half heel
In de bundel ‘Half heel’ probeert dichter Florence Tonk te schuilen in het kleine, volgens Hettie Marzak. ‘’Daartoe keert ze in zichzelf, haar naaste omgeving en vooral haar moestuin waar haar ‘vluchthut’ staat, waar ze contact kan maken met de aarde en met wat echt is. Dat is niet altijd eenvoudig, want ook daar stelt de buitenwereld haar eisen: familie blijft aan je trekken en er moet ook gewerkt worden voor het levensonderhoud.’’
Nieuwsbrief 35 / 19 september
Een Italiaan in Nederland
Voor Italianen is het boek ‘Olanda’ van Edmondo de Amcis uit 1874 bepalend voor de interesse in Nederland. De Amcis vaart met een stoomboot door de Zeeuwse wateren naar Rotterdam, bezoekt Amsterdam, geniet van Den Haag maar vindt de Scheveningers: ..het meest originele en poëtische volk van Nederland. Hans Franse citeert hem: “In Holland sterft de zon…en de koelste mens zou zich zo een afscheidsgroet laten ontglippen?”
Klassieker 253: H.H. ter Balkt – Aan Oswald von Wolkenstein
‘Door het ochtendgrauw licht het fijne azuur op’, zong Oswald von Wolkenstein eeuwen geleden. De Nederlandse dichter H.H. ter Balkt (1938 - 2015), altijd gek op obscure historische wetenswaardigheden, schreef in zijn volstrekt unieke en herkenbare stijl een heerlijke ode aan deze Duitse minnezanger en wereldreiziger avant la lettre. René Leverink is onze vakkundige gids.
Anouk Smies - De drang om niemand af te maken
De nieuwste bundel van Anouk Smies ‘de drang om niemand af te maken’, is volgens Wim Platvoet een poëtische verwoording van relevante maatschappelijke thema’s: ‘Zijn ze als gedichten zelf betrokken bij de thema’s die ze behandelen - of overheerst de poëtische verwerking. Ik weet het niet. Misschien zijn de gedichten iets te afstandelijk, terwijl de onderwerpen schreeuwen om woede.’
"Zonder poëzie zou mijn leven zoveel armer zijn."
Eindelijk kan Hedwig Du Jardin zoveel tijd en aandacht besteden aan haar poëzie als zij wil. Dat maakt ons en haar gelukkig. Haar gedichten raken persoonlijk, ‘gelouterde uitspraken die een waarheid achterhalen’. Ze bevatten niet alleen herinneringen of ervaringen maar wijzen ook op de klimaatproblematiek, het ouder worden en het leven van alledag. Poëzie als vorm van bezinning en verdieping.
Pol Bracke - Er is geen plan
Marc Eyck ontdekt in de tweede bundel van Pol Bracke, ‘Er is geen plan’, melancholische gedichten zonder overbodige woorden. ‘Kracht krijgen de gedichten door het gebruik van binnenrijm en taalgebruik die nooit als gekunsteld overkomen. Bovenal toont de dichter zich een melancholicus met een duister randje.’
Wat Maakt Een Gedicht Goed? (10)
Een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend. Het tiende antwoord komt van Jan Loogman.
M.H.H. Benders - Traktaat van de zon
Peter Vermaat over ‘Traktaat van de zon’, de verzamelde gedichten van M.H.H. Benders: ‘De recente bundels, evenals het ongehinderd Benderse nawoord van het Traktaat, tonen bladzij na bladzij vooral de dwarsschrijver, de tegenwerker die Benders is, of in elk geval wil tonen te zijn. Literair gesproken lijkt Benders op een dood spoor te zitten, waarbij wat Benders schrijft steeds uitsluitender relevant blijkt voor Benders zelf. Hij sijpelt als het ware weg door zijn eigen gootsteen.’
Nieuwsbrief 34 / 12 september
Wonderen
Karel Wasch over de onverwachte kanten in het karakter van de mens; in iedere boef schuilt een gevoelig mens, hoopt hij. Aan de hand van Dylan Thomas en zijn gedicht 'Do not go gentle into that good night' en de rouwteksten van een paar criminelen vraagt hij zich af of zij zacht geworden zijn vanbinnen, was de laatste wens een ode aan verzet tegen de dood?
Linguïstische veren
Voor dichters en andere taalfetisjisten is de ontwaarding van de geletterdheid een gruwel. Communicatie wordt geïnfantiliseerd en ‘verstript’ tot een soort fonetische basistaal met hybride afkortingen en lachebekjes uit het tienerdomein. Rogier de Jong over ‘moeilijke taal als wapenstok van de elite’. Taal is een levend organisme dat door de eeuwen heen verandert. En dat is maar goed ook.
