Archief
Hubert De Clercq
Goed geschreven verhalende gedichten met humor en enige ironie mogen hier en daar een beetje over the top zijn. Met herinneringen aan vroeger, geneurie in je oren, het geblaas van een misthoorn door de nacht, getatoeëerde letters, een hitsige ballerina, boenwas, witruimte, zeepbellen en sigarenrook. Niet vergeten: ‘Een gedicht is als een naakt persoon’.
Kamiel & Miru Choi - In onze rivier
Herbert Mouwen bespreekt ‘In onze rivier’: ‘De bundel van Kamiel & Miru Choi heeft een speels karakter, toont aantrekkelijke vormen van taalspel en bevat veelvuldig een serieuze inhoud die kinderen aan het denken zet. De gedichten zijn voorzien van kleurrijke illustraties, die passen in de wereld van jonge kinderen. Een gezamenlijke stroom gedichten en illustraties van vader en dochter, die dartel kronkelt door het kinderpoëzielandschap en daar onbekommerd zijn weg zoekt.’
Terwijl je domweg op je stoel blijft zitten
‘Poëzie is voor mij één van de weinige plekken waar onbevangen leven nog mogelijk blijkt’, zegt Alain Delmotte. ‘Poëzie is een vitale daad. Het is ook een verzetsdaad op het niveau van, alweer, de taal. Dit is één van mijn premissen: poëzie is en blijft voor mij een vorm van dissidentie.’ Interviewer Truus Roeygens had een mooie leerzame dag.
Poëziewedstrijd Rob de Vos-prijs 2021
Poëziewedstrijden zijn razend populair en niet zonder reden. Zelfs dichters die wedstrijden in de poëzie vervloeken, laten zich verleiden om een gedicht in te sturen. En wij weten wel waarom, daarom is onze Rob de Vos-prijs ook populair. Je kunt de hele zomer nog meedoen. Er zijn mooi prijzen te winnen, maar draait het daar ook om?
Wat Maakt Een Gedicht Goed? (3)
Een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend.
Het derde antwoord komt van Karel Wasch.
Wim Meyles - Drie maal daags een vers
Een recensie van Inge Boulonois: ''Het kan niet anders: de nieuwe bundel van Wim Meyles is, evenals de voorgaande, op heerlijk lichtvoetige leest geschoeid. In 'Driemaal daags een vers' trakteert hij lezers op smakelijke humor en aanstekelijke taalspielerei. Bovendien giet hij zijn metrisch perfecte verzen in een breed spectrum van versvormen.''
Nieuwsbrief 27 / 4 juli
Op zoek naar stilte
De badkamer van de buurman van columnist Jan Loogman of de dorpskerk van een dorpje in Friesland, de boorhamer of de specht, Jan Hanlo of Roland Holst, C. Buddingh’ of Geert Mak, incasseringsvermogen of stressgevoelig? Geluiden die de stilte mogelijk maken. Of was het de stilte die deze geluiden mogelijk maakte? Enfin, uw columnist is weer thuis.
Nina Vanhevel
Dichter Nina Vanhevel stelt eenvoudig dat ‘wat de toekomst is, is wat hierna zal komen’. Ze ziet zichzelf, moeder en kind. Een kopervink houdt zijn evenwicht, ‘een lichaam komt in korte stoten en gaat met lange halen’. Poëzie die uit een zin bestaat als ‘bloedmooi dat wel maar warrig oneindig’ en dan ‘dat ik tenminste zeker wist dat het op ons zal wachten’.
Bloemlezing - Gedichten van het nieuwe millennium
‘Gedichten van het nieuwe millennium’ onder redactie van Jeroen Dera en Carl De Strycker wil geen canon van de 21e – eeuwse poëzie zijn. Hettie Marzak genoot in ieder geval van deze bloemlezing: ‘Het is een bonte verzameling geworden van klassieke en moderne gedichten, van bekende dichters en debutanten. Naast elk gedicht is een beschouwing van een ervaren criticus opgenomen. Het maakt niet uit wat je kiest, het is een heerlijke bundel om je in te verdiepen en te verliezen.’
“Poëzie is er naar mijn mening vooral om geschreven en gelezen te worden, en niet om te lang bij stil te staan"
Voor Gaël van Heijst was gedichten schrijven altijd iets wat hij er zomaar een beetje bij deed, tot hij in 2020 de Schrijverspodiumprijs won. Het merendeel van de gedichten in zijn debuutbundel heeft hij er speciaal voor geschreven: "Ik speelde al enige tijd met het idee van een ‘twijfelweefsel’: vormgeven aan een staat van constante twijfel, waar er zich van alles in afspeelt".
Sasja Janssen - Virgula
Johan Reijmerink over ‘Virgula’ van Sasja Janssen: ‘Met het laten uitwaaieren van haar visioenen weet Janssen een uniek spectrum aan beelden en woorden op te roepen.’ Hij vindt het een intrigerende bundel, maar deze ‘zou met zijn intuïtieve werveling van associaties aan kracht winnen als het denken meer overwicht zou hebben over het wanen.’
Wat Maakt Een Gedicht Goed? (2)
Een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend.
Het tweede antwoord komt van Truus Roeygens.
Frans August Brocatus - Sanguines
Wim Platvoet bespreekt de bundel ‘Sanguines’ van Frans August Brocatus: ‘’In deze dichtbundel worden emotioneel geladen herinneringen, bijna uitsluitend van een ‘hij’ aan een ‘zij’, op een afstandelijke, objectiverende manier beschreven, waarbij de hij zelf vrijwel altijd het onderwerp van de handelingen is. Deze tot in het uiterste doorgedreven objectivering schept voor de lezer van deze gedichten een zekere afstandelijkheid.’’
Nieuwsbrief 26 / 27 juni
De recensent als scherprechter. De Gideonsbenders
Het einde van de crisis is in zicht, de zomer is begonnen en daarom is het tijd om Martijn Benders eens in het zonnetje te zetten. In Meander schreef hij op 26 april een recensie over ‘Beeldenraper’ van Carl Norac. Dat lijkt lang geleden, maar hij doet daarin een paar opmerkelijke uitspraken over de taak van de recensent. Die mogen niet onbesproken blijven.
De favorieten van Wim Platvoet
In de serie "favorieten van Meandermedewerkers" presenteert Wim Platvoet zijn drie lievelingsgedichten. Hij koos voor werk van de dichters Wallace Stevens, Gertrude Starink en Lucebert.
Jit Narain - Een mensenkind in niemandsland
Ivan Sacharov vindt de bundel ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain een absolute aanrader: ‘Boeiend hoe deze dichter telkens weer terugkomt op het verleden en daar zijn zin in zoekt (en vindt)! Het heden legt het af tegen het verleden. Het verleden waar een mens zijn wortels heeft, en waarvan de dichter een taal in leven houdt. Maar omgekeerd houdt deze taal (het Sarnámi) de dichter ook in leven. Hij ontleent er zijn bestaansrecht aan!’
in de potentie van de nagalm
Dean Bowen zonderde zich af op het platteland van Achtmaal in Noord-Brabant (NL) om er de geest van Henriette Roland Holst te betrappen. Na lezing van ‘Ik vond geen spoken in Achtmaal’ kan men denken dat de dichter aan spoken hun kerk heeft willen teruggeven. Maar zocht Dean B. werkelijk naar spoken? Of zocht hij eerder naar zijn naakte geloof? Of naar reden voor zijn eenzaamheid?
Hans Warren - Grafkrans
Hans Warren schreef ‘Grafkrans’, acht sonnetten naar aanleiding van de dood van zijn moeder. Ze werden nooit gepubliceerd, maar wel in Warrens nalatenschap teruggevonden en nu alsnog gepubliceerd. Herbert Mouwen: ‘De gedichten zijn ook voor de tijd waarin ze ontstonden traditioneel van opzet. Zoals bij Hans Warren te verwachten valt, speelt de natuur een centrale rol. De gedichten zijn bevolkt met allerlei soorten vogels en bloemen.’
Wat Maakt Een Gedicht Goed? (1)
Vandaag start een nieuwe serie die wekelijks een antwoord probeert te geven op de vraag Wat Maakt Een Gedicht Goed? Kun je zo’n vraag wel beantwoorden? De medewerkers van Meander zijn achtereenvolgens serieus, speels, poëtisch, humoristisch, streng, onderhoudend, kort, (iets) te lang, verlegen, duidelijk, zeker, geërgerd, motiverend, vluchtig of vragend.
Het eerste antwoord komt van Johan Reijmerink.
Claude van de Berge - Gebed tot de leegte
Johan Reijmerink verdiept zich in ‘Gebed tot de leegte’ van Claude van de Berge: ‘Ik zou Van de Berge op grond van zijn eerdere bundels, maar zeker ook na lezing van deze nieuwe bundel een hogepriester van de seculiere taalmystiek willen noemen. Hij identificeert zich met, wenst op te gaan in leegte en stilte en weet zich omarmd door een oneindige eindigheid. In de poëzie ligt voor hem de sleutel tot het ontsluieren van het geheim dat achter de taal ligt.’
Nieuwsbrief 25 / 20 juni
Couperus in Orvieto
Hans Franse geeft altijd prachtige inkijkjes, hij vergroot ons uitzicht en doet ons genieten van zijn tweede land, Italië, met al haar bijzonderheden. Vandaag is hij in Orvieto en stapt gelijk met Couperus in de koets en terwijl de laatste zich mopperend afvraagt of dit stadje wel bestaansrecht heeft, geniet onze columnist van de route en ziet wat Couperus niet zag.
